![]() |
Natuurnet
uw kennismakelaar
|
terug
naar inhoudsopgave
Servicepunt natuur- en milieuvrijwilligers Utrecht start met internetcursus voor vogelaars10-03-2003De gezamenlijke Utrechtse natuur- en milieuorganisaties organiseren met Nederlands bekendste vogelaar Nico de Haan een complete vogelcursus. Dit is het voorproefje van de officiële start van het Servicepunt voor natuur- en milieuvrijwilligers. De vogelcursus neemt een jaar in beslag en bestaat uit een startbijeenkomst, een jaar lang lessen via de e-mail, een tweetal oefenkijkdagen en een afsluitende excursie in vogelparadijs 'De Blauwe Kamer' bij Rhenen. De cursus start op zaterdag 5 april a.s. met een introductiebijeenkomst op landgoed Oostbroek in De Bilt. Nico de Haan brengt de cursisten dan de eerste beginselen van het 'vogelen' bij met de bijbehorende materialen en vaardigheden. Vervolgens krijgen de cursisten wekelijks een les per e-mail toegestuurd, met uitzondering van de schoolvakanties. Iedere week ontvangt men informatie over een drietal vogels, onder andere vogelgeluiden en bijzondere kenmerken. Elke les wordt afgesloten met een vragentest. De cursus bestaat uit 36 lessen en behandelt ruim 100 vogelsoorten die men in de loop van het jaar om het huis en in het buitengebied aantreft. Elke week komen de vogels aan bod die op dat moment buiten goed waarneembaar zijn. Al snel zullen cursisten de geleerde vogels dagelijks herkennen. Naast de digitale lessen kunnen de cursisten op zaterdagen 19 april en 24 mei het geleerde in de praktijk brengen tijdens een tweetal oefenkijkdagen. Een jaar later - op zaterdag 10 april 2004 - wordt de cursus afgesloten met een gezamenlijke excursie in De Blauwe Kamer in Rhenen. Cursisten ontvangen indien gewenst daarnaast gratis de wekelijkse digitale nieuwsbrief van Nico de Haan over alle vogels en vogelzaken voor de (beginnende) vogelaar. De cursus is in eerste instantie bedoeld voor natuur- en milieuvrijwilligers in de provincie Utrecht. Zij hebben bij aanmelding voorrang en ontvangen korting op de cursusprijs. Daarnaast kan iedere in vogels geďnteresseerde bewoner van de provincie Utrecht zich aanmelden.
De volledige cursusprijs bedraagt 100 euro, natuur- en milieuvrijwilligers
betalen 80 euro. Het aanbod van vrijwilligerswerk in de richting van natuur en milieu in de provincie Utrecht en cursussen op dat gebied zijn gebundeld op de site www.natuurwerk-utrecht.nl. Deze site is een initiatief van de Utrechtse 'groene' organisaties: Staatsbosbeheer, Landschapsbeheer Utrecht, Natuurmonumenten, Natuur- en Milieufederatie Utrecht, Het Utrechts Landschap en IVN Consulentschap Utrecht. Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer: Aanvraagperiode samenwerkingsverbanden 20037 maart 2003Minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij stelt van 12 maart tot en met 15 april 2003 de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer (SAN) voor samenwerkingsverbanden en agrarische natuurverenigingen (ANVs) open. In deze periode kunnen subsidieaanvragen voor het budgetjaar 2003 worden ingediend. De SAN is een onderdeel van Programma Beheer, dat bedoeld is om de kwaliteit van de natuur en het landschap in Nederland te verbeteren. Voor aanvragen van samenwerkingsverbanden heeft de minister 1 miljoen euro beschikbaar gesteld. In het kader van de Europese regelgeving wordt de SAN voor samenwerkingsverbanden en agrarische natuurverenigingen herzien. Als gevolg hiervan wordt voor samenwerkingsverbanden en ANVs in een aparte aanvraagperiode van 12 maart tot en met 15 april 2003 voorzien. Deze aanvraagperiode tot met 15 april 2003 is niet opengesteld voor anderen dan samenwerkingsverbanden. De SAN-pakketten 'faunarand' (beheerspakket 22 t/m 25, zie brochure SAN), 'zandwal en schurveling' (landschapspakket 65) en de collectieve weidevogelpakketten 'algemeen weidevogelgebied' (beheerspakket 18), 'belangrijk algemeen weidevogelgebied' (beheerspakket 19), 'soortenrijk weidevogelgebied met kritische soorten' (beheerspakket 20) en 'zeer soortenrijk weidevogelgebied met kritische soorten' (beheerspakket 21) zijn in de voornoemde aanvraagperiode niet opengesteld. Het is dus niet mogelijk om subsidie aan te vragen voor deze pakketten. Subsidie voor alle overige pakketten zoals beschreven in de brochure SAN kunnen wel aangevraagd worden. Het beschikbare budget wordt verdeeld in volgorde van binnenkomst van complete aanvragen. Bij gelijktijdige ontvangst wordt de volgorde bepaald door loting. Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend bij LASER Roermond. Voor nadere informatie, aanvraagformulieren en brochures kan men terecht bij Het LNV-Loket 0800 - 22 333 22 of de website van Het LNV-Loket.
Ook hobbypluimvee ophokken6 maart 2003Minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij wijst hobbydierhouders binnen de 10 km zone erop dat zij, net als boeren, verplicht zijn hun pluimvee binnen te houden. Het ophokken van hobbypluimvee is nodig om de kans
op verspreiding van
Klassieke Vogelpest zo klein mogelijk te houden. Het virus dat Klassieke Vogelpest veroorzaakt, is zeer besmettelijk voor pluimvee. Welke dieren zijn vatbaar? De belangrijkste bron van besmetting is direct contact tussen dieren onderling, maar ook mensen die met zieke dieren in aanraking zijn geweest, kunnen het virus daarna op andere dieren overbrengen. Daarom is het belangrijk dat iedereen die in aanraking komt met pluimvee, na afloop zijn handen wast en zich omkleedt. Voor informatie kan men bellen met het gratis informatienummer van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij:
Europees akkoord over bescherming bossen5-3-2003Er komt nieuwe Europese wetgeving om de Europese bossen beter te beschermen. Voor de komende zes jaar komt 52 miljoen euro beschikbaar om de effecten van luchtvervuiling, bosbrand, klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit voor de Europese bossen in beeld te brengen. Dit hebben de Europese ministers van milieu vandaag in Brussel besloten. Staatssecretaris Van Geel is verheugd met het nieuwe Europese iniatief. Gemeenschappelijke actie vindt hij van essentieel belang om de Europese bossen te beschermen. Luchtverontreiniging en klimaatverandering stoppen immers niet bij de nationale grenzen. Het nieuwe wetsvoorstel is een uitbreiding van eerdere wetgeving dat alleen betrekking had op de effecten van bosbranden en luchtvervuiling. Staatssecretaris Van Geel vindt het positief dat de regeling wordt uitgebreid en dat nu ook de effecten van klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit worden meegenomen. Er komt nieuwe Europese wetgeving om de Europese bossen beter te beschermen. Voor de komende zes jaar komt 52 miljoen euro beschikbaar om de effecten van luchtvervuiling, bosbrand, klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit voor de Europese bossen in beeld te brengen.Dit hebben de Europese ministers van milieu vandaag in Brussel besloten. Staatssecretaris Van Geel is verheugd met het nieuwe Europese iniatief. Gemeenschappelijke actie vindt hij van essentieel belang om de Europese bossen te beschermen. Luchtverontreiniging en klimaatverandering stoppen immers niet bij de nationale grenzen. Het nieuwe wetsvoorstel is een uitbreiding van eerdere wetgeving dat alleen betrekking had op de effecten van bosbranden en luchtvervuiling. Staatssecretaris Van Geel vindt het positief dat de regeling wordt uitgebreid en dat nu ook de effecten van klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit worden meegenomen.
Europese Unie gaat zee en kust beter beschermen5-3-2003Uiterlijk in 2005 moet de Europese Commissie plannen presenteren om de Europese kusten en zeeen beter te beschermen. De plannen zullen betrekking moeten hebben op onder andere het beschermen van de biodiversiteit en het voorkomen van vervuiling door olie, gevaarlijke (radioactieve) stoffen en afval.Dit hebben de ministers van milieu vandaag in Brussel besloten.Staatssecretaris van Geel verwelkomt een Europees beleid om het mariene milieu te beschermen. Naar aanleiding van de ramp met de olietanker Prestige is de Europese Commissie inmiddels met een voorstel gekomen om het vervoer van zware oliesoorten in enkelvoudige tankers van en naar Europese havens te verbieden. Ook heeft de Europese Commissie voorstellen gedaan om enkelvoudige tankers versneld uit de vaart te nemen. Staatssecretaris van Geel is een voorstander van het uit de vaart nemen van enkelvoudige tankers, maar dat moet volgens hem wel op een voor mens en milieu verantwoorde manier gebeuren. De sloop van oude tankers, die meestal in ontwikkelingslanden plaatvindt mag volgens Van Geel niet het milieu en de gezondheid van de betrokken werknemers in gevaar brengen.
In aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen: Zuid-Hollands Landschap presenteert 'groen verlanglijstje'27 februari 2003Op 11 maart zijn de verkiezingen voor de Provinciale Staten in Zuid-Holland. Samen met andere Zuid-Hollandse natuur- en milieuorganisaties, verenigd in ConSept, heeft het Zuid-Hollands Landschap speerpunten toegezonden aan alle politieke partijen en zijn er met hen gesprekken gevoerd over de 'groene onderwerpen' in de verkiezingsprogramma's. Doel was zoveel mogelijk aandacht te krijgen voor natuur en landschap. Nu de verkiezingen voor de deur staan is het aan de kiezer om te bepalen hoe groen, leefbaar en duurzaam de toekomst van Zuid-Holland wordt. Natuur levert een belangrijke bijdrage aan de gezondheid en het welzijn van mensen. De bewoners van deze drukke provincie hebben grote behoefte aan rust en groen. Er is in de Randstad een groot tekort is aan natuurgebieden dichtbij de stad. Dit tekort neemt zelfs nog toe door het hoge tempo waarin woonwijken en bedrijventerreinen verrijzen en wegen worden aangelegd. Van evenwichtig investeren is hier nog geen sprake. De provincie is bij uitstek de partij om dit tij te keren. Het Zuid-Hollands Landschap vindt dat de provincie vanuit haar regisserende rol het voortouw moet nemen om samen met de gemeenten te werken aan de uitvoering van het groenbeleid. We noemen hier de belangrijkste projecten voor de komende jaren.
Provinciale Ecologische Hoofdstructuur
Groen in en om de Stad
Aan u de keuze
Grote vuurvlinder dupe van bezuinigingen op natuurbeleid18-02-2003Om de grote vuurvlinder voor uitsterven te behoeden is het noodzakelijk een groter aaneengesloten leefgebied te creëren. Doordat het kabinet de aankoop van terreinen voor de EHS heeft stopgezet, kan dit nu niet worden gerealiseerd. De Raad voor het Landelijk Gebied heeft vandaag een advies over de bezuinigingen op het natuurbeleid aangeboden aan de Tweede Kamer. Hierin wordt de grote vuurvlinder terecht genoemd als een van de bedreigde soorten van de Rode Lijst die door de aankoopstop en het ontbreken van beheermaatregelen een relatief hoog risico lopen om verder achteruit te gaan of zelfs uit te sterven. In 2002 is veel onderzoek gedaan naar een van onze meest bedreigde dagvlinders, de unieke Nederlandse ondersoort Batava van de grote vuurvlinder. De aantallen vlinders in de overgebleven leefgebieden (de Rottige Meenthe in Friesland, en de Weerribben en de Wieden in Overijssel) zijn nog steeds verontrustend klein: in de Rottige Meenthe werden slechts 33 rupsen van deze vlinder aangetroffen. Zowel in Friesland als in Overijssel is er bij de beheerders al veel aandacht voor de grote vuurvlinder. Enkele belangrijke punten zijn:
In opdracht van de rijksoverheid houdt De Vlinderstichting de stand van de Nederlandse vlindersoorten bij in het Landelijk Meetnet Dagvlinders (NEM). Ook de financiële bijdrage van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij aan dit meetnet is voor de komende jaren onzeker, waardoor het onmogelijk zal worden om inzicht te blijven houden in de vlinderstand. Alle bezuinigingen op het natuurbeleid en -beheer doen vrezen dat ondanks de inspanningen deze unieke ondersoort van de grote vuurvlinder wereldwijd zal verdwijnen.
Reconstructie vraagt andere aanpak van provincies en rijk27-02-2003De reconstructie van de zandgebieden in Oost- en Zuid-Nederland is een grote kans voor de noodzakelijke kwaliteitsimpuls van het platteland. Provincies spelen hierbij de hoofdrol, maar een aantal zaken moet wel anders worden georganiseerd. Dat schrijft de Raad voor het Lande-lijk Gebied in zijn advies "Platteland in de steigers", dat op 27 februari aan minister Veerman, staatssecretaris Van Geel, de provincies en de VNG is aangeboden. Voor de uitvoering van de reconstructieplannen moeten rijk en provincies bindende afspraken vastleggen in prestatie-contracten. Voor de financiering moeten provincies gebiedsfondsen instellen, waarvoor niet alleen geld verkregen wordt van het rijk, de provincie zelf en de marktsector, maar ook de ei-gen bevolking om een financiële bijdrage gevraagd zou kunnen worden. De provincies moeten van het rijk wel de ruimte krijgen om door experimenten tot betere oplossingen te komen. Ten-slotte vindt de Raad dat bij de voorbereiding van deze plannen niet alleen gesproken moet worden met belangenorganisaties, maar ook gebruik moet worden gemaakt van de ideeën van individuele bewoners en ondernemers. De provincies gaan binnenkort hun reconstructieplannen aanbieden aan het kabinet. Daarom heeft minister Veerman van LNV aan de Raad voor het Landelijk gebied gevraagd een advies uit te brengen over de reconstructie. De Raad komt tot een aantal conclusies en aanbevelingen, die vooral te maken hebben met de manier waarop de provincies en het rijk tot nu toe hun aandeel in het reconstructiepro-ces hebben ingevuld en naar de toekomst toe zouden kunnen invullen. De Raad vindt dat de provincies het toekomstperspectief het best kunnen verwoorden door per gebied een integraal plan op te stellen dat gericht is op zowel economische, ecologische, sociaal-culturele, ruimtelijke als leefbaarheidaspecten. Het rijk en de afzonderlijke provincies maken in prestatiecon-tracten afspraken over wat er moet gebeuren en wie dit zullen uitvoeren met sancties wanneer deze afspraken niet worden nagekomen. Gebiedscommissies nieuwe stijl vormen in dit proces de verbin-dende schakel met tastbare initiatieven in de regio. De Raad constateert dat de gesprekken over de Reconstructie vooral plaatsvinden in vergaderkamers tussen overheden en vertegenwoordigers van maatschappelijke en brancheorganisaties. De verande-ringen op het platteland zijn echter vooral het gevolg van beslissingen en gedrag van de bewoners van het reconstructiegebied. De Raad vindt dat daarom in de reconstructie vooral gebruik gemaakt moet worden van de natuurlijke veranderingen op het platteland, zoals de autonome krimp van de agrarische sector. Daarnaast moet ook de energie en ideeën die leven bij bewoners, individuele grondeigenaren en potentiële investeerders beter benut worden. Naast de vergadertafel is daarom in dit proces dus ook de keukentafel van belang. Om hier beter op in te spelen kunnen provincies ge-biedsmakelaars aanstellen om een initiërende en stimulerende rol te vervullen. De Raad adviseert provincies om regionale gebiedsfondsen in te stellen en het geld hiervoor te ver-krijgen via subsidies van rijk, provincie en bijvoorbeeld uit de opbrengsten van de "ruimte voor ruimte regelingen". Partners in dit proces zijn marktsector, banken en maatschappelijke en brancheorganisa-ties. Verder adviseert de Raad provincies en waterschappen om voor de financiering van de eigen reconstructiewensen in een gebied een verplichte reconstructiebijdrage te vragen die gebruikt kan worden om de kwaliteit van het gebied te verhogen. Met een relatief gering bedrag per gezin, gebouw of onderneming kan een groot effect worden bereikt. Om partijen voor deze zaken te interesseren biedt per regio de aanstelling van een financieel coördinator met armslag en vertrouwen mogelijkhe-den. Zo'n financieel coördinator moet in nauw overleg met de gebiedsmakelaar handelen. De Raad vindt dat rijk en provincies op korte termijn moeten onderzoeken of in enkele geselecteerde reconstructiegebieden via een experiment de doelen van generieke wetgeving bij bestaande agrari-sche bedrijven ook te bereiken zijn met een andere wijze van werken, zoals goede omgevingsinpas-sing en innovatieve milieutechnische maatregelen. Om dergelijke experimenten mogelijk te maken vraagt de Raad de minister van LNV en de staatssecretaris van VROM om de wetgeving zodanig aan te passen daardoor ruimte wordt gecreëerd om met ideeën van de werkvloer ervaring op te doen.
Bezuinigingen op natuurbeleid funest voor mens en natuur18 februari 2003Doorgevoerde bezuinigingen op natuurbeleid hebben funeste gevolgen voor natuur en landbouw. De helft van de bedreigde soorten loopt extra risico uit te sterven. In veel gebieden stopt agrarische bedrijfsontwikkeling omdat herinrichting van gebieden niet meer mogelijk is. Het komend regeerakkoord moet benut worden om de continuďteit in het natuurbeleid te herstellen. Hiervoor is een extra inzet van jaarlijks 167 miljoen euro nodig. De Raad voor het Landelijke Gebied stelt dit in zijn advies dat vandaag werd aangeboden aan de Tweede Kamer.
Continuďteit van beleid
Gevolgen De verplichting die Nederland in internationaal verband op zich genomen heeft voor de veiligstelling van soorten en habitats, kan door de bezuinigingen niet worden nagekomen. Onderzoek van Alterra, uitgevoerd in opdracht van de Raad voor het Landelijk Gebied, laat zien dat door vertraging van de EHS meer dan de helft van de bedreigde soorten van de Rode Lijst en van de soorten van de Habitat- en Vogelrichtlijn een relatief hoog risico lopen om verder achteruit te gaan en zelfs uit te sterven. Het gaat om onder meer om Roerdomp, IJsvogel, Gladde Slang, Geelbuikvuurpad, Pimpernelblauwtje en Grote Vuurvlinder. Verlaging van het ambitieniveau door voor goedkopere natuurdoelen te kiezen, leidt tot extra risico's voor een kwart van de bedreigde hogere planten en voor een derde van de libellen en andere belangrijke groepen lagere dieren. Het gaat onder meer om blauwgraslanden en soorten als Drijvende Waterweegbree, Groene Glazenmaker en Gestreepte Waterroofkever. De uitvoering van integraal beleid in bijvoorbeeld Reconstructiegebieden en landinrichtingsgebieden stagneert doordat de inpassing van natuur niet meer kan plaatsvinden, met nadelige gevolgen voor de economische en sociale ontwikkeling van die plattelandsgebieden. Versterking van de economische structuur, het economisch vestigingsklimaat, de kwaliteit van woon- en werkomgeving en de recreatiemogelijkheden blijft uit. Kansen om door uitkoop van bedrijven de EHS uit te breiden of milieucondities te verbeteren, doen zich vaak maar één keer voor. Indien die kans niet wordt benut, kan onomkeerbaar een ander gebruik gaan plaatsvinden (intensivering van het bestaande landbouwkundig gebruik of zelfs industrie en woningbouw). De opgave om de benodigde oppervlak én kwaliteit van de EHS te realiseren, wordt door de bezuinigingen per saldo alleen maar groter en duurder. De komende kabinetten staan straks niet alleen voor de kosten van een inhaalslag, maar ook voor extra herstelkosten.
Wouter Bos en Jeroen Dijsselbloem: zorg voor natuur moet terug op agenda20-02-2003“Zorg voor natuur en milieu moet weer terug op de agenda”, zo stelde Wouter Bos afgelopen week bij de opening van de fototentoonstelling ‘Cultuurmonumenten van Natuurmonumenten’ in Nieuwspoort. “Er moet in de komende periode heel wat gebeuren, want veel natuurbeleid ligt nu stil. De Milieubalans van het RIVM laat nog steeds zien dat we het dal met de natuurkwaliteit nog niet uit zijn. Er moet een trendbreuk komen als het gaat om natuur en milieu. Dat heb ik in de besprekingen over een nieuwe coalitie op de agenda gezet. De inzet van de PvdA is helder.”
Aanleg EHS opnieuw oppakken
EHS in gang gezet door CDA
Tot zaken te komen met CDA
Grote zorg bij CDA-ers
Natuur in Nederland en Europa beter beschermd18 februari 2003Om de natuur beter te beschermen heeft de Nederlandse overheid een ontwerplijst gemaakt met speciale beschermingszones (habitats) op grond van de Europese Habitatrichtlijn. Het gaat om 134 gebieden met een oppervlak van bijna 742.000 ha, waarvan het grootste gedeelte water.Minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij heeft vandaag de ontwerplijst gepresenteerd. De lijst met gebieden wordt na het afronden van de openbare procedure begin april 2003 toegezonden aan de Europese Commissie. Met de aanmelding en de daarmee voorgenomen aanwijzing van de gebieden gaat de Nederlandse natuur deel uitmaken van een groot Europees netwerk van beschermde natuurgebieden: het Natura 2000 netwerk. Natura 2000 is het grootste initiatief op het gebied van natuurbescherming in Europa. Om de Europese biodiversiteit te behouden en te herstellen zijn de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992) gemaakt. De gebieden die nu op de lijst staan verdienen een bijzondere bescherming. In deze gebieden mogen nog steeds economische activiteiten plaatsvinden. Het zogenaamde ’bestaand gebruik’ mag in beginsel doorgaan. Bij uitbreiding of verandering van de activiteiten of bij nieuwe activiteiten moet er getoetst worden of er significante gevolgen zijn voor de gebieden. Als het antwoord bevestigend is, dan vindt er een afweging plaats. In de afweging wordt gekeken of er dwingende redenen zijn van groot openbaar belang, of er een alternatieve lokatie is en of de natuur elders gecompenseerd kan worden. Op grond daarvan wordt besloten of de activiteit wel of niet door kan gaan. Overigens vallen de gebieden vrijwel geheel samen met de Ecologische Hoofdstructuur en de al aangewezen Vogelrichtlijngebieden. Met het presenteren van de ontwerplijst van gebieden geeft minister Veerman het startsein voor de aanmeldingsprocedure van de Habitatrichtlijngebieden. Betrokkenen kunnen vanaf woensdag 19 februari reageren op de ontwerplijst met gebieden. De reacties worden beoordeeld en leiden eventueel tot bijstelling van gebiedenlijst en de begrenzing van de gebieden. Op woensdag 19 februari verschijnt daarvoor een advertentie in de landelijke en regionale media. De documenten en de kaarten van de gebieden zijn vanaf die datum ook te raadplegen op www.minlnv.nl/natura2000. Het LNV-loket (0800-2233322) staat vanaf de 19e klaar om vragen burgers te beantwoorden. Na toezending van de lijst plaatst de Europese Commissie de gebieden op een zogenoemde communautaire lijst. Daarna wijst de minister van LNV de gebieden definitief aan. Dat is ook het moment dat er officieel beroep en bezwaar kan worden ingediend.
Nederlanders verkopen Australische grond om biodiversiteit te herstellen10 maart 2003Sinds kort is het mogelijk via internet een bijdrage te leveren aan behoud en herstel van natuurschoon in Queensland, Australië. Green Globe biedt in die streek stukjes land te koop aan, die dit bedrijf vervolgens beplant met de oorspronkelijke vegetatie.
Bedreiging biodiversiteit
Het Tara-project Green Globe kocht hier een stuk land en deelde dat op in GreenPoints: percelen van één vierkante meter. Internetgebruikers over de hele wereld kunnen via internet (www.green-globe.com) voor US $39.90 een perceel kopen. Een gekocht stukje wordt door Green Globe met authentieke vegetatie herbeplant. Een milieuexpert van de Universiteit van Wageningen adviseert daarbij.
De koper
Betrouwbaarheid
De toekomst
De initiatiefnemers
Informatie: Mark Pors, tel. 023 544 03 06, e-mail mark@green-globe.com |