artikelen Natuurnet 97  
NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Servicepunt natuur- en milieuvrijwilligers Utrecht start met internetcursus voor vogelaars

10-03-2003

De gezamenlijke Utrechtse natuur- en milieuorganisaties organiseren met Nederlands bekendste vogelaar Nico de Haan een complete vogelcursus. Dit is het voorproefje van de officiële start van het Servicepunt voor natuur- en milieuvrijwilligers.

De vogelcursus neemt een jaar in beslag en bestaat uit een startbijeenkomst, een jaar lang lessen via de e-mail, een tweetal oefenkijkdagen en een afsluitende excursie in vogelparadijs 'De Blauwe Kamer' bij Rhenen. De cursus start op zaterdag 5 april a.s. met een introductiebijeenkomst op landgoed Oostbroek in De Bilt. Nico de Haan brengt de cursisten dan de eerste beginselen van het 'vogelen' bij met de bijbehorende materialen en vaardigheden. Vervolgens krijgen de cursisten wekelijks een les per e-mail toegestuurd, met uitzondering van de schoolvakanties. Iedere week ontvangt men informatie over een drietal vogels, onder andere vogelgeluiden en bijzondere kenmerken. Elke les wordt afgesloten met een vragentest. De cursus bestaat uit 36 lessen en behandelt ruim 100 vogelsoorten die men in de loop van het jaar om het huis en in het buitengebied aantreft. Elke week komen de vogels aan bod die op dat moment buiten goed waarneembaar zijn. Al snel zullen cursisten de geleerde vogels dagelijks herkennen.

Naast de digitale lessen kunnen de cursisten op zaterdagen 19 april en 24 mei het geleerde in de praktijk brengen tijdens een tweetal oefenkijkdagen. Een jaar later - op zaterdag 10 april 2004 - wordt de cursus afgesloten met een gezamenlijke excursie in De Blauwe Kamer in Rhenen. Cursisten ontvangen indien gewenst daarnaast gratis de wekelijkse digitale nieuwsbrief van Nico de Haan over alle vogels en vogelzaken voor de (beginnende) vogelaar.

De cursus is in eerste instantie bedoeld voor natuur- en milieuvrijwilligers in de provincie Utrecht. Zij hebben bij aanmelding voorrang en ontvangen korting op de cursusprijs. Daarnaast kan iedere in vogels geďnteresseerde bewoner van de provincie Utrecht zich aanmelden.

De volledige cursusprijs bedraagt 100 euro, natuur- en milieuvrijwilligers betalen 80 euro.
Het aantal deelnemers ligt tussen de 20 en de 40.
Voor aanmelding en meer informatie kunt u contact opnemen met: IVN Consulentschap Utrecht, Bunnikseweg 39, 3732 HV De Bilt, tel: 030-2210599, email: consulentschap.utrecht@ivn.nl.
Eerst een voorproefje? Ga naar www.nicodehaan.nl en vraag de proefles aan.

Het aanbod van vrijwilligerswerk in de richting van natuur en milieu in de provincie Utrecht en cursussen op dat gebied zijn gebundeld op de site www.natuurwerk-utrecht.nl. Deze site is een initiatief van de Utrechtse 'groene' organisaties: Staatsbosbeheer, Landschapsbeheer Utrecht, Natuurmonumenten, Natuur- en Milieufederatie Utrecht, Het Utrechts Landschap en IVN Consulentschap Utrecht.

Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer: Aanvraagperiode samenwerkingsverbanden 2003

7 maart 2003

Minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij stelt van 12 maart tot en met 15 april 2003 de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer (SAN) voor samenwerkingsverbanden en agrarische natuurverenigingen (ANVs) open. In deze periode kunnen subsidieaanvragen voor het budgetjaar 2003 worden ingediend. De SAN is een onderdeel van Programma Beheer, dat bedoeld is om de kwaliteit van de natuur en het landschap in Nederland te verbeteren. Voor aanvragen van samenwerkingsverbanden heeft de minister 1 miljoen euro beschikbaar gesteld.

In het kader van de Europese regelgeving wordt de SAN voor samenwerkingsverbanden en agrarische natuurverenigingen herzien. Als gevolg hiervan wordt voor samenwerkingsverbanden en ANVs in een aparte aanvraagperiode van 12 maart tot en met 15 april 2003 voorzien. Deze aanvraagperiode tot met 15 april 2003 is niet opengesteld voor anderen dan samenwerkingsverbanden.

De SAN-pakketten 'faunarand' (beheerspakket 22 t/m 25, zie brochure SAN), 'zandwal en schurveling' (landschapspakket 65) en de collectieve weidevogelpakketten 'algemeen weidevogelgebied' (beheerspakket 18), 'belangrijk algemeen weidevogelgebied' (beheerspakket 19), 'soortenrijk weidevogelgebied met kritische soorten' (beheerspakket 20) en 'zeer soortenrijk weidevogelgebied met kritische soorten' (beheerspakket 21) zijn in de voornoemde aanvraagperiode niet opengesteld. Het is dus niet mogelijk om subsidie aan te vragen voor deze pakketten. Subsidie voor alle overige pakketten zoals beschreven in de brochure SAN kunnen wel aangevraagd worden.

Het beschikbare budget wordt verdeeld in volgorde van binnenkomst van complete aanvragen. Bij gelijktijdige ontvangst wordt de volgorde bepaald door loting. Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend bij LASER Roermond. Voor nadere informatie, aanvraagformulieren en brochures kan men terecht bij Het LNV-Loket 0800 - 22 333 22 of de website van Het LNV-Loket.

Ook hobbypluimvee ophokken

6 maart 2003

Minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij wijst hobbydierhouders binnen de 10 km zone erop dat zij, net als boeren, verplicht zijn hun pluimvee binnen te houden. Het ophokken van hobbypluimvee is nodig om de kans op verspreiding van Klassieke Vogelpest zo klein mogelijk te houden. Het virus dat Klassieke Vogelpest veroorzaakt, is zeer besmettelijk voor pluimvee.
Ook vraagt het ministerie hen om aandacht te besteden aan eventuele dierziekteverschijnselen. Alle hobbydierhouders die zieke of zelfs dode dieren aantreffen, zijn verplicht een dierenarts te waarschuwen. Symptomen zijn onder andere: zwellingen aan kop en hals, sufheid en vooral onverwachte, snelle sterfte. In alle gevallen is het belangrijk de dieren niet te verplaatsen, maar binnen te houden.

Welke dieren zijn vatbaar?
Het gaat om kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, kwartels, duiven bestemd voor consumptie (dus geen postduiven) fazanten, patrijzen en loopvogels (struisvogels, emoes en nandoes).

De belangrijkste bron van besmetting is direct contact tussen dieren onderling, maar ook mensen die met zieke dieren in aanraking zijn geweest, kunnen het virus daarna op andere dieren overbrengen. Daarom is het belangrijk dat iedereen die in aanraking komt met pluimvee, na afloop zijn handen wast en zich omkleedt.

Voor informatie kan men bellen met het gratis informatienummer van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij:
0800-22 333 22 (ma-vr 08:30 tot 22:00 uur, za-zo 09:00 tot 22:00).
Nadere informatie is ook te vinden op de website: Dossier Klassieke Vogelpest

Europees akkoord over bescherming bossen

5-3-2003

Er komt nieuwe Europese wetgeving om de Europese bossen beter te beschermen. Voor de komende zes jaar komt 52 miljoen euro beschikbaar om de effecten van luchtvervuiling, bosbrand, klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit voor de Europese bossen in beeld te brengen. Dit hebben de Europese ministers van milieu vandaag in Brussel besloten.

Staatssecretaris Van Geel is verheugd met het nieuwe Europese iniatief. Gemeenschappelijke actie vindt hij van essentieel belang om de Europese bossen te beschermen. Luchtverontreiniging en klimaatverandering stoppen immers niet bij de nationale grenzen.

Het nieuwe wetsvoorstel is een uitbreiding van eerdere wetgeving dat alleen betrekking had op de effecten van bosbranden en luchtvervuiling. Staatssecretaris Van Geel vindt het positief dat de regeling wordt uitgebreid en dat nu ook de effecten van klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit worden meegenomen.

Er komt nieuwe Europese wetgeving om de Europese bossen beter te beschermen. Voor de komende zes jaar komt 52 miljoen euro beschikbaar om de effecten van luchtvervuiling, bosbrand, klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit voor de Europese bossen in beeld te brengen.Dit hebben de Europese ministers van milieu vandaag in Brussel besloten.

Staatssecretaris Van Geel is verheugd met het nieuwe Europese iniatief. Gemeenschappelijke actie vindt hij van essentieel belang om de Europese bossen te beschermen. Luchtverontreiniging en klimaatverandering stoppen immers niet bij de nationale grenzen.

Het nieuwe wetsvoorstel is een uitbreiding van eerdere wetgeving dat alleen betrekking had op de effecten van bosbranden en luchtvervuiling. Staatssecretaris Van Geel vindt het positief dat de regeling wordt uitgebreid en dat nu ook de effecten van klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit worden meegenomen.

Europese Unie gaat zee en kust beter beschermen

5-3-2003

Uiterlijk in 2005 moet de Europese Commissie plannen presenteren om de Europese kusten en zeeen beter te beschermen. De plannen zullen betrekking moeten hebben op onder andere het beschermen van de biodiversiteit en het voorkomen van vervuiling door olie, gevaarlijke (radioactieve) stoffen en afval.Dit hebben de ministers van milieu vandaag in Brussel besloten.Staatssecretaris van Geel verwelkomt een Europees beleid om het mariene milieu te beschermen.

Naar aanleiding van de ramp met de olietanker Prestige is de Europese Commissie inmiddels met een voorstel gekomen om het vervoer van zware oliesoorten in enkelvoudige tankers van en naar Europese havens te verbieden. Ook heeft de Europese Commissie voorstellen gedaan om enkelvoudige tankers versneld uit de vaart te nemen.

Staatssecretaris van Geel is een voorstander van het uit de vaart nemen van enkelvoudige tankers, maar dat moet volgens hem wel op een voor mens en milieu verantwoorde manier gebeuren. De sloop van oude tankers, die meestal in ontwikkelingslanden plaatvindt mag volgens Van Geel niet het milieu en de gezondheid van de betrokken werknemers in gevaar brengen.

In aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen: Zuid-Hollands Landschap presenteert 'groen verlanglijstje'

27 februari 2003

Op 11 maart zijn de verkiezingen voor de Provinciale Staten in Zuid-Holland. Samen met andere Zuid-Hollandse natuur- en milieuorganisaties, verenigd in ConSept, heeft het Zuid-Hollands Landschap speerpunten toegezonden aan alle politieke partijen en zijn er met hen gesprekken gevoerd over de 'groene onderwerpen' in de verkiezingsprogramma's. Doel was zoveel mogelijk aandacht te krijgen voor natuur en landschap. Nu de verkiezingen voor de deur staan is het aan de kiezer om te bepalen hoe groen, leefbaar en duurzaam de toekomst van Zuid-Holland wordt.

Natuur levert een belangrijke bijdrage aan de gezondheid en het welzijn van mensen. De bewoners van deze drukke provincie hebben grote behoefte aan rust en groen. Er is in de Randstad een groot tekort is aan natuurgebieden dichtbij de stad. Dit tekort neemt zelfs nog toe door het hoge tempo waarin woonwijken en bedrijventerreinen verrijzen en wegen worden aangelegd. Van evenwichtig investeren is hier nog geen sprake. De provincie is bij uitstek de partij om dit tij te keren. Het Zuid-Hollands Landschap vindt dat de provincie vanuit haar regisserende rol het voortouw moet nemen om samen met de gemeenten te werken aan de uitvoering van het groenbeleid. We noemen hier de belangrijkste projecten voor de komende jaren.

Provinciale Ecologische Hoofdstructuur
Speerpunt in het natuurbeleid is de realisatie van een aaneengesloten netwerk van nieuwe en bestaande natuurgebieden: de Provinciaal Ecologische Hoofdstructuur. Het Zuid-Hollands Landschap dringt er bij de politieke partijen op aan om vast te houden aan de versnelde realisatie van de PEHS van 2018 naar 2013. In de Nederlandse Delta monden de twee grootste rivieren van Europa via het Haringvliet uit in zee. Door het afsluiten van het Haringvliet in 1970 werd het getij geminimaliseerd en ontstond een abrupte overgang van zoet naar zout water. Het Zuid-Hollands Landschap wil dat de sluizen gefaseerd opengesteld worden zodat herstel kan optreden van de natuurlijke overgangen van zoet water naar het zoute zeewater. Herstel is ook het sleutelwoord binnen het samenwerkingsverband Deltanatuur. In het gebied tussen de Biesbosch en de Noordzee werkt Deltanatuur aan 3000 ha nieuwe, natte natuur. Het project Deltanatuur stimuleert het herstel van de natuurlijke overgangen van zoet en brak naar zout. Deltanatuur verhoogt daarnaast de recreatieve mogelijkheden en vermindert de kans op overstromingen.

Groen in en om de Stad
De komende jaren moet de provincie prioriteit geven aan de realisatie van natuur- en recreatieprojecten nabij de stad. Zo is besloten op Midden-IJsselmonde een aantal polders een natuur- en recreatiefunctie te geven. De gebruikers van de gronden hebben vooralsnog moeite met deze inrichting. Dit mag niet leiden tot afblazen van de plannen. De provinciale politiek mag de belangen niet vergeten van de 1,1 miljoen mensen in de regio Rotterdam die hier in de toekomst hun vrij tijd willen doorbrengen in de natuur. Bij de aanleg van bedrijventerreinen, woningen en wegen moet gelijktijdig worden geďnvesteerd in de kwaliteit van de leefomgeving. Alleen zo blijft Zuid-Holland aantrekkelijk als vestigingsgebied en leefgebied. De provincie moet geld benutten om de relatie tussen de natte gebieden in De Venen en de Krimpenerwaard te versterken. Dit kan door verbreding van boezemvaarten en weteringen met moerasstroken. In een aantal graslanden kan het waterpeil omhoog en kunnen kleine moerasgebieden worden aangelegd. Hier liggen kansen voor waterberging in combinatie met natuurherstel in het veenweidegebied. Daarnaast moet de aanpak van verdrogingsbestrijding in het duin- en veengebied prioriteit krijgen.

Aan u de keuze
De provincie moet zich laten zien als een krachtdadig bestuur dat slagvaardig opereert. Zaken als (voor)financiering door de provincie is bij de realisatie van de PEHS bijvoorbeeld nodig. Daarnaast vindt het Zuid-Hollands Landschap dat de provincie nieuwe economische ontwikkelingen in het landelijk gebied moet benutten voor de financiering van de kwaliteitsverbetering van natuur en landschap. Direct na de verkiezingen zal het Zuid-Hollands Landschap contact opnemen met de politieke partijen die het college gaan vormen om hen te bewegen de speerpunten in het collegeprogramma op te nemen. Maar allereerst is op 11 maart de keuze aan u. Zie voor natuur en landschap in de verkiezingsprogramma's onze website: www.zuidhollandslandschap.nl

Grote vuurvlinder dupe van bezuinigingen op natuurbeleid

18-02-2003

Om de grote vuurvlinder voor uitsterven te behoeden is het noodzakelijk een groter aaneengesloten leefgebied te creëren. Doordat het kabinet de aankoop van terreinen voor de EHS heeft stopgezet, kan dit nu niet worden gerealiseerd. De Raad voor het Landelijk Gebied heeft vandaag een advies over de bezuinigingen op het natuurbeleid aangeboden aan de Tweede Kamer. Hierin wordt de grote vuurvlinder terecht genoemd als een van de bedreigde soorten van de Rode Lijst die door de aankoopstop en het ontbreken van beheermaatregelen een relatief hoog risico lopen om verder achteruit te gaan of zelfs uit te sterven.

In 2002 is veel onderzoek gedaan naar een van onze meest bedreigde dagvlinders, de unieke Nederlandse ondersoort Batava van de grote vuurvlinder. De aantallen vlinders in de overgebleven leefgebieden (de Rottige Meenthe in Friesland, en de Weerribben en de Wieden in Overijssel) zijn nog steeds verontrustend klein: in de Rottige Meenthe werden slechts 33 rupsen van deze vlinder aangetroffen.

Zowel in Friesland als in Overijssel is er bij de beheerders al veel aandacht voor de grote vuurvlinder. Enkele belangrijke punten zijn:

  • geen gebruik van bestrijdingsmiddelen en geen grootschalige brandactiviteiten in het leefgebied van de grote vuurvlinder;
  • een goede regulering van de waterstanden. Bij een te hoge waterstand zullen de rupsen verdrinken als zij zich naar een nieuw blad van de voedselplant waterzuring verplaatsen;
  • bij het maaibeheer moet rekening worden gehouden met de levenscyclus van de vlinder, door het gebied niet in één keer maar in fasen te maaien.
Bovengenoemde maatregelen zullen even soelaas bieden maar niet voldoende zijn om de vlinder op de lange termijn te behouden. Daarvoor moet nieuw leefgebied worden gecreëerd. In Friesland zijn er mogelijkheden in de Brandemeer en de Lindevallei; in Overijssel in de Wieden.

In opdracht van de rijksoverheid houdt De Vlinderstichting de stand van de Nederlandse vlindersoorten bij in het Landelijk Meetnet Dagvlinders (NEM). Ook de financiële bijdrage van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij aan dit meetnet is voor de komende jaren onzeker, waardoor het onmogelijk zal worden om inzicht te blijven houden in de vlinderstand.

Alle bezuinigingen op het natuurbeleid en -beheer doen vrezen dat ondanks de inspanningen deze unieke ondersoort van de grote vuurvlinder wereldwijd zal verdwijnen.

Reconstructie vraagt andere aanpak van provincies en rijk

27-02-2003

De reconstructie van de zandgebieden in Oost- en Zuid-Nederland is een grote kans voor de noodzakelijke kwaliteitsimpuls van het platteland. Provincies spelen hierbij de hoofdrol, maar een aantal zaken moet wel anders worden georganiseerd. Dat schrijft de Raad voor het Lande-lijk Gebied in zijn advies "Platteland in de steigers", dat op 27 februari aan minister Veerman, staatssecretaris Van Geel, de provincies en de VNG is aangeboden. Voor de uitvoering van de reconstructieplannen moeten rijk en provincies bindende afspraken vastleggen in prestatie-contracten. Voor de financiering moeten provincies gebiedsfondsen instellen, waarvoor niet alleen geld verkregen wordt van het rijk, de provincie zelf en de marktsector, maar ook de ei-gen bevolking om een financiële bijdrage gevraagd zou kunnen worden. De provincies moeten van het rijk wel de ruimte krijgen om door experimenten tot betere oplossingen te komen. Ten-slotte vindt de Raad dat bij de voorbereiding van deze plannen niet alleen gesproken moet worden met belangenorganisaties, maar ook gebruik moet worden gemaakt van de ideeën van individuele bewoners en ondernemers.

De provincies gaan binnenkort hun reconstructieplannen aanbieden aan het kabinet. Daarom heeft minister Veerman van LNV aan de Raad voor het Landelijk gebied gevraagd een advies uit te brengen over de reconstructie. De Raad komt tot een aantal conclusies en aanbevelingen, die vooral te maken hebben met de manier waarop de provincies en het rijk tot nu toe hun aandeel in het reconstructiepro-ces hebben ingevuld en naar de toekomst toe zouden kunnen invullen.

De Raad vindt dat de provincies het toekomstperspectief het best kunnen verwoorden door per gebied een integraal plan op te stellen dat gericht is op zowel economische, ecologische, sociaal-culturele, ruimtelijke als leefbaarheidaspecten. Het rijk en de afzonderlijke provincies maken in prestatiecon-tracten afspraken over wat er moet gebeuren en wie dit zullen uitvoeren met sancties wanneer deze afspraken niet worden nagekomen. Gebiedscommissies nieuwe stijl vormen in dit proces de verbin-dende schakel met tastbare initiatieven in de regio.

De Raad constateert dat de gesprekken over de Reconstructie vooral plaatsvinden in vergaderkamers tussen overheden en vertegenwoordigers van maatschappelijke en brancheorganisaties. De verande-ringen op het platteland zijn echter vooral het gevolg van beslissingen en gedrag van de bewoners van het reconstructiegebied. De Raad vindt dat daarom in de reconstructie vooral gebruik gemaakt moet worden van de natuurlijke veranderingen op het platteland, zoals de autonome krimp van de agrarische sector. Daarnaast moet ook de energie en ideeën die leven bij bewoners, individuele grondeigenaren en potentiële investeerders beter benut worden. Naast de vergadertafel is daarom in dit proces dus ook de keukentafel van belang. Om hier beter op in te spelen kunnen provincies ge-biedsmakelaars aanstellen om een initiërende en stimulerende rol te vervullen.

De Raad adviseert provincies om regionale gebiedsfondsen in te stellen en het geld hiervoor te ver-krijgen via subsidies van rijk, provincie en bijvoorbeeld uit de opbrengsten van de "ruimte voor ruimte regelingen". Partners in dit proces zijn marktsector, banken en maatschappelijke en brancheorganisa-ties. Verder adviseert de Raad provincies en waterschappen om voor de financiering van de eigen reconstructiewensen in een gebied een verplichte reconstructiebijdrage te vragen die gebruikt kan worden om de kwaliteit van het gebied te verhogen. Met een relatief gering bedrag per gezin, gebouw of onderneming kan een groot effect worden bereikt. Om partijen voor deze zaken te interesseren biedt per regio de aanstelling van een financieel coördinator met armslag en vertrouwen mogelijkhe-den. Zo'n financieel coördinator moet in nauw overleg met de gebiedsmakelaar handelen.

De Raad vindt dat rijk en provincies op korte termijn moeten onderzoeken of in enkele geselecteerde reconstructiegebieden via een experiment de doelen van generieke wetgeving bij bestaande agrari-sche bedrijven ook te bereiken zijn met een andere wijze van werken, zoals goede omgevingsinpas-sing en innovatieve milieutechnische maatregelen. Om dergelijke experimenten mogelijk te maken vraagt de Raad de minister van LNV en de staatssecretaris van VROM om de wetgeving zodanig aan te passen daardoor ruimte wordt gecreëerd om met ideeën van de werkvloer ervaring op te doen.

Bezuinigingen op natuurbeleid funest voor mens en natuur

18 februari 2003

Doorgevoerde bezuinigingen op natuurbeleid hebben funeste gevolgen voor natuur en landbouw. De helft van de bedreigde soorten loopt extra risico uit te sterven. In veel gebieden stopt agrarische bedrijfsontwikkeling omdat herinrichting van gebieden niet meer mogelijk is. Het komend regeerakkoord moet benut worden om de continuďteit in het natuurbeleid te herstellen. Hiervoor is een extra inzet van jaarlijks 167 miljoen euro nodig. De Raad voor het Landelijke Gebied stelt dit in zijn advies dat vandaag werd aangeboden aan de Tweede Kamer.

Continuďteit van beleid
Natuurbeleid is een zaak van lange adem en vereist daarom continuďteit van beleid. Daarvoor is continuďteit van budget nodig. Het kabinet erkende dit in enige mate door eind januari op verzoek van de Tweede Kamer voor 2003 eenmalig 12 miljoen extra beschikbaar te stellen. Maar uit berekeningen van het Nationaal Groenfonds blijkt dat structureel in feite 167 miljoen per jaar extra nodig is. Met dat bedrag wordt de realisering van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) door zowel boeren, andere particulieren als terreinbeherende organisaties weer op een verantwoord niveau gebracht. Indien dit kabinet niet in staat is dit bedrag beschikbaar te stellen, kan dit bedrag ook via het Nationaal groenfonds geleend worden. De jaarlijkse kosten daarvoor lopen in deze kabinetsperiode op van 11 miljoen euro tot 49 miljoen euro. De raad geeft er echter de voorkeur aan de financiering niet te verschuiven naar toekomstige kabinetten.

Gevolgen
Om de positieve ontwikkelingen vast te houden die de afgelopen jaren in het natuur- en landbouwbeleid op gang zijn gebracht is het huidige natuurbudget te krap. Grond wordt niet meer bij de EHS getrokken waardoor in veel gebieden de ecologische en sociaal-economische kwaliteiten achteruit gaan. Het stopzetten van voorgenomen grondaankopen en opschorten van bestaande aankoopverplichtingen leidt tot acute knelpunten. Dit heeft de betrouwbaarheid van de overheid als partner in de sociaal-economische en ecologische ontwikkeling van gebieden een knauw gegeven. De raad wijst echter vooral op de gevolgen op de lange termijn omdat de krapte zeker vier jaar zal duren. In die periode, en vermoedelijk ook nog daarna, zijn de beschikbare middelen de helft van die in 2002 en eerdere jaren.

De verplichting die Nederland in internationaal verband op zich genomen heeft voor de veiligstelling van soorten en habitats, kan door de bezuinigingen niet worden nagekomen. Onderzoek van Alterra, uitgevoerd in opdracht van de Raad voor het Landelijk Gebied, laat zien dat door vertraging van de EHS meer dan de helft van de bedreigde soorten van de Rode Lijst en van de soorten van de Habitat- en Vogelrichtlijn een relatief hoog risico lopen om verder achteruit te gaan en zelfs uit te sterven. Het gaat om onder meer om Roerdomp, IJsvogel, Gladde Slang, Geelbuikvuurpad, Pimpernelblauwtje en Grote Vuurvlinder. Verlaging van het ambitieniveau door voor goedkopere natuurdoelen te kiezen, leidt tot extra risico's voor een kwart van de bedreigde hogere planten en voor een derde van de libellen en andere belangrijke groepen lagere dieren. Het gaat onder meer om blauwgraslanden en soorten als Drijvende Waterweegbree, Groene Glazenmaker en Gestreepte Waterroofkever.

De uitvoering van integraal beleid in bijvoorbeeld Reconstructiegebieden en landinrichtingsgebieden stagneert doordat de inpassing van natuur niet meer kan plaatsvinden, met nadelige gevolgen voor de economische en sociale ontwikkeling van die plattelandsgebieden. Versterking van de economische structuur, het economisch vestigingsklimaat, de kwaliteit van woon- en werkomgeving en de recreatiemogelijkheden blijft uit.

Kansen om door uitkoop van bedrijven de EHS uit te breiden of milieucondities te verbeteren, doen zich vaak maar één keer voor. Indien die kans niet wordt benut, kan onomkeerbaar een ander gebruik gaan plaatsvinden (intensivering van het bestaande landbouwkundig gebruik of zelfs industrie en woningbouw). De opgave om de benodigde oppervlak én kwaliteit van de EHS te realiseren, wordt door de bezuinigingen per saldo alleen maar groter en duurder. De komende kabinetten staan straks niet alleen voor de kosten van een inhaalslag, maar ook voor extra herstelkosten.

Wouter Bos en Jeroen Dijsselbloem: zorg voor natuur moet terug op agenda

20-02-2003

“Zorg voor natuur en milieu moet weer terug op de agenda”, zo stelde Wouter Bos afgelopen week bij de opening van de fototentoonstelling ‘Cultuurmonumenten van Natuurmonumenten’ in Nieuwspoort. “Er moet in de komende periode heel wat gebeuren, want veel natuurbeleid ligt nu stil. De Milieubalans van het RIVM laat nog steeds zien dat we het dal met de natuurkwaliteit nog niet uit zijn. Er moet een trendbreuk komen als het gaat om natuur en milieu. Dat heb ik in de besprekingen over een nieuwe coalitie op de agenda gezet. De inzet van de PvdA is helder.”

Aanleg EHS opnieuw oppakken
“De aanleg van de ecologische hoofdstructuur stokt. Niet in de laatste plaats omdat het ministerie van Landbouw afgelopen september een subsidiestop heeft aangekondigd. Dit grootste ruimtelijke project in Nederland is van start gegaan onder het laatste kabinet van CDA en PvdA. Er is dus alle reden dat project weer op te pakken in een nieuwe samenwerking van CDA en PvdA. Dat is deels een kwestie van geld. De PvdA heeft voorstellen gedaan om vanuit het ‘kwartje van Kok’ 150 miljoen per jaar vrij te maken voor natuur en landschap. Daarmee kan weer grond worden aangekocht om natuur veilig te stellen of bestaande natuurgebieden groter te maken”, aldus Bos.

EHS in gang gezet door CDA
“Onder Balkenende I is de realisatie van de ecologische hoofdstructuur tot stilstand gekomen”, zo stelt Jeroen Dijsselbloem, Tweede Kamerlid PvdA, in een interview in Van Nature. “Dat project is nota bene in gang gezet door twee CDA-bewindslieden, Bukman en Gabor. Vanaf het begin was duidelijk dat het een zaak van de lange adem zou zijn. Nu we tien jaar onderweg zijn wordt dat project tot staan gebracht. Dat is heel jammer en past niet bij het CDA-principe van rentmeesterschap. Dat principe impliceert juist uithoudingsvermogen en langdurige betrokkenheid. Het beleid ten aanzien van de EHS moet heel snel weer in de benen komen. Je kunt natuur namelijk niet in een paar jaar herstellen, je kunt het wel heel snel kapotmaken. Balkenende I heeft verder puur gekozen voor agrarisch natuurbeheer. Voor bepaalde kwetsbare soorten is vermenging van natuur en landbouw echter geen optie. Bescherming van die soorten moet plaatsvinden in gebieden waarin het alleen om natuur gaat en die beheerd worden door professionele natuurorganisaties.”

Tot zaken te komen met CDA
“De koerswijziging van Balkenende I was een combinatie van ideologie en financiële problemen. De ideologie kwam vooral van de kant van VVD en LPF. Zij vinden dat de overheid niet aan grond van particulieren moet komen. Bij het CDA speelt dat minder, maar die partij zit wel op de lijn dat boeren een grote rol moeten krijgen in het natuurbeheer. Wij vinden ook dat agrarisch natuurbeheer heel belangrijk is, maar dan voor natuurwaarden buiten de EHS. Maar dat geld moet niet komen uit het budget dat voor de kwetsbare natuur is bestemd. Het kan niet zo zijn dat dat geld gebruikt wordt om boeren van een extra inkomstenbron te voorzien, zoals het CDA wil. Het geld voor agrarisch natuurbeheer moet komen uit Brussel. Daar komt een grote geldstroom beschikbaar door de ontkoppeling van landbouwsubsidies en productie. Dat geld wordt bestemd voor onder meer natuur- en landschapsproductie. Kortom, er zijn goede aanknopingspunten om tot zaken te komen met het CDA”, zo vindt Dijsselbloem.

Grote zorg bij CDA-ers
In antwoord op de vraag waarom het CDA weer zou terugkomen op het ingezette beleid zegt Dijsselbloem: “Er leeft grote zorg bij de christen-democraten. Bij de achterban, maar ook bij bewindslieden als Veerman en Van Geel. Zij hebben signalen afgegeven dat ze bijzonder ongelukkig zijn met de bezuinigingen op natuur. Het moet mogelijk zijn om evenwicht te scheppen tussen de voortzetting van de investeringen in grote natuurgebieden en meer financiële ruimte voor agrarisch natuurbeheer. CDA zowel als PvdA wil het ‘kwartje van Kok’ niet teruggeven aan de pomp. Van dat bedrag - 500 miljoen euro - willen wij 150 miljoen euro investeren in de EHS en in het Natuuroffensief, een extra impuls dus.”

Natuur in Nederland en Europa beter beschermd

18 februari 2003

Om de natuur beter te beschermen heeft de Nederlandse overheid een ontwerplijst gemaakt met speciale beschermingszones (habitats) op grond van de Europese Habitatrichtlijn. Het gaat om 134 gebieden met een oppervlak van bijna 742.000 ha, waarvan het grootste gedeelte water.Minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij heeft vandaag de ontwerplijst gepresenteerd. De lijst met gebieden wordt na het afronden van de openbare procedure begin april 2003 toegezonden aan de Europese Commissie.

Met de aanmelding en de daarmee voorgenomen aanwijzing van de gebieden gaat de Nederlandse natuur deel uitmaken van een groot Europees netwerk van beschermde natuurgebieden: het Natura 2000 netwerk. Natura 2000 is het grootste initiatief op het gebied van natuurbescherming in Europa. Om de Europese biodiversiteit te behouden en te herstellen zijn de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992) gemaakt.

De gebieden die nu op de lijst staan verdienen een bijzondere bescherming. In deze gebieden mogen nog steeds economische activiteiten plaatsvinden. Het zogenaamde ’bestaand gebruik’ mag in beginsel doorgaan. Bij uitbreiding of verandering van de activiteiten of bij nieuwe activiteiten moet er getoetst worden of er significante gevolgen zijn voor de gebieden. Als het antwoord bevestigend is, dan vindt er een afweging plaats. In de afweging wordt gekeken of er dwingende redenen zijn van groot openbaar belang, of er een alternatieve lokatie is en of de natuur elders gecompenseerd kan worden. Op grond daarvan wordt besloten of de activiteit wel of niet door kan gaan. Overigens vallen de gebieden vrijwel geheel samen met de Ecologische Hoofdstructuur en de al aangewezen Vogelrichtlijngebieden.

Met het presenteren van de ontwerplijst van gebieden geeft minister Veerman het startsein voor de aanmeldingsprocedure van de Habitatrichtlijngebieden. Betrokkenen kunnen vanaf woensdag 19 februari reageren op de ontwerplijst met gebieden. De reacties worden beoordeeld en leiden eventueel tot bijstelling van gebiedenlijst en de begrenzing van de gebieden. Op woensdag 19 februari verschijnt daarvoor een advertentie in de landelijke en regionale media. De documenten en de kaarten van de gebieden zijn vanaf die datum ook te raadplegen op www.minlnv.nl/natura2000. Het LNV-loket (0800-2233322) staat vanaf de 19e klaar om vragen burgers te beantwoorden.

Na toezending van de lijst plaatst de Europese Commissie de gebieden op een zogenoemde communautaire lijst. Daarna wijst de minister van LNV de gebieden definitief aan. Dat is ook het moment dat er officieel beroep en bezwaar kan worden ingediend.

Nederlanders verkopen Australische grond om biodiversiteit te herstellen

10 maart 2003

Sinds kort is het mogelijk via internet een bijdrage te leveren aan behoud en herstel van natuurschoon in Queensland, Australië. Green Globe biedt in die streek stukjes land te koop aan, die dit bedrijf vervolgens beplant met de oorspronkelijke vegetatie.

Bedreiging biodiversiteit
Australië gaat slecht om met zijn natuurschoon. Per jaar wordt er meer dan 500.000 hectare bos weggekapt. Inmiddels is 75% van de oorspronkelijke vegetatie verloren gegaan en dat heeft dramatische gevolgen voor de biodiversiteit.

Het Tara-project
Het in 2000 opgerichte Green Globe zet zich in voor het behoud van natuurschoon en herstel van biodiversiteit. Het Tara-project is het eerste project van dit bedrijf. Het behelst een stuk land in een ecologisch gevoelig gebied in Queensland. Dit gebied is door massale ontbossing geschikt gemaakt voor veeteelt, met alle gevolgen van dien voor de biodiversiteit daar.

Green Globe kocht hier een stuk land en deelde dat op in GreenPoints: percelen van één vierkante meter. Internetgebruikers over de hele wereld kunnen via internet (www.green-globe.com) voor US $39.90 een perceel kopen. Een gekocht stukje wordt door Green Globe met authentieke vegetatie herbeplant. Een milieuexpert van de Universiteit van Wageningen adviseert daarbij.

De koper
De koper van een GreenPoint ontvangt een rechtsgeldig eigendomscertificaat, maar hoeft zich niet met onderhoud, belasting en dergelijke bezig te houden. Dat doet Green Globe. Wel kan de eigenaar zijn stukje land bezoeken. Ook bedrijven kunnen GreenPoints afnemen. Zo zou de KLM GreenPoints kunnen geven aan haar vaste klanten, bijvoorbeeld ter compensatie van de CO2-uitstoot van vliegtuigen of om klanten te binden. Voorwaarde is dat de gekochte percelen voor geen andere doeleinden dan herbeplanting worden gebruikt.

Betrouwbaarheid
Green Globe is verplicht de verkoop van elk stuk land bij de overheid te melden. Verder staat Green Globe geregistreerd bij www.asic.gov.au/asic/asic.nsf, de website van de Australische overheidsinstantie die controleert of bedrijven en organisaties doen wat ze beloven.

De toekomst
Green Globe denkt in 2004 het Tara-project gerealiseerd te hebben. Dan moet Green Globe ook een rendabel bedrijf zijn. Met de verdiensten van het Tara-project wil Green Globe grotere stukken land kopen, in eerste instantie in Australië, maar later ook op andere plekken in de wereld waar de biodiversiteit bedreigd wordt.

De initiatiefnemers
Mark Pors en Rob Pieterse kennen elkaar van hun werk bij KPN Research. Zij ontwikkelden samen bijvoorbeeld de TeleChipper. Rob Pieterse werkt nog steeds bij KPN Research (nu TNO). Mark Pors is inmiddels freelance softwareontwikkelaar. Hij werkte twee jaar in Australië. Zowel hij als Rob Pieterse zijn grote liefhebbers van het Australische natuurschoon.

Informatie: Mark Pors, tel. 023 544 03 06, e-mail mark@green-globe.com
Informatie over GreenPoints: www.green-globe.com
Informatie over Green Globe: www.green-globe.com/greenglobe.php
Informatie over Tara project (ecologie/herbeplanting): Lars Hein, Universiteit van Wageningen, e-mail: lars.hein@wur.nl
 

 
terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet