NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Rekenkamer: voor realisatie ecologische hoofdstructuur moet nog veel gebeuren

5 oktober 2006

Hoewel de ecologische hoofdstructuur (EHS) een goed beleidsinstrument is om de biodiversiteit te beschermen, moet er nog veel gebeuren om in 2018 in Nederland een samenhangend netwerk van natuurgebieden te realiseren. Van de beoogde uitbreiding van de EHS op het land is na ruim 15 jaar 38% gereed. Verder is in veel gebieden de kwaliteit van het milieu nog niet goed genoeg. Ook bestaat er nog steeds onduidelijkheid over de precieze afbakening van de EHS en gebruiken de overheden verschillende kaarten. Dit staat in het rapport Ecologische hoofdstructuur, dat vandaag verschijnt.

De Ecologische hoofdstructuur
Om het leefgebied van planten en dieren te vergroten en zo de kans op uitsterven te verminderen, werkt de overheid sinds 1990 aan het realiseren van een aaneengesloten netwerk van beschermde natuurgebieden: de ecologische hoofdstructuur (EHS). Dit netwerk zou in 2018 klaar moeten zijn. Het gaat om 728.500 hectare op het land en 6,3 miljoen hectare in de grote wateren. Om de EHS op het land te realiseren, moet er 275.000 hectare nieuw natuurgebied komen. Dit gebeurt op drie manieren: (1) de overheid koopt grond aan en richt die in als natuurgebied, (2) particulieren leggen nieuwe natuur aan, en (3) boeren gaan landbouwgronden natuurvriendelijk beheren.

Omvang EHS en kwaliteit natuur nog onvoldoende
Tussen 1990 en 2005 is er 106.000 hectare natuur bij gekomen in Nederland. Daarvan ligt een kwart buiten de EHS. Als de overheid een uitbreiding van 275.000 hectare EHS in 2018 wil halen, zal het tempo de komende jaren omhoog moeten. Vooral het tempo waarin verworven gronden worden ingericht is laag. Dat geldt ook voor de totstandkoming van het particulier beheer: slechts 2701 hectare van de 42.771 hectare is gerealiseerd. Het is onduidelijk of particulieren voldoende belangstelling hebben om hun grond voor de EHS in te zetten.

Met het agrarisch natuurbeheer gaat het beter. Van de in 2018 geplande 97.685 hectare was er begin 2005 56.688 hectare gerealiseerd. De continu´teit van het beheer in deze gebieden is echter onvoldoende gewaarborgd. De subsidie heeft een looptijd van zes jaar en daarna is de boer vrij om door te gaan of te stoppen.

De milieucondities in de EHS-gebieden zijn de afgelopen jaren duidelijk verbeterd, maar nog niet genoeg voor de gewenste natuurkwaliteit en het behoud van biodiversiteit. Belangrijke problemen zijn onder andere verdroging, de kwaliteit van het oppervlaktewater, en de neerslag van stikstof en verzurende stoffen.

Samenhang nog onvoldoende
Door het EHS-beleid zijn er meer grote natuurgebieden in Nederland ontstaan en er zijn 18 nationale parken opgericht. Maar er bestaan er ook nog veel kleine, ge´soleerde natuurgebieden. Volgens de plannen moeten er twaalf zogeheten `robuuste verbindingen' komen die de natuurgebieden met elkaar verbinden. Het gaat bijvoorbeeld om verbindingen tussen de Oostvaardersplassen en de Veluwe en tussen de Veluwe en het rivierengebied. Deze verbindingen moeten in 2018 een oppervlakte hebben van 27.000 hectare. Op dit moment is daarvan slechts 243 hectare gerealiseerd, minder dan 1%. Dit komt doordat de plannen voor het aantal verbindingen, de beoogde oppervlakten en de wijze van realisatie de afgelopen jaren steeds veranderden. Momenteel moet de exacte ligging van de twaalf verbindingen nog steeds bepaald worden.

Knelpunten en aanbevelingen
Dat de EHS in zo'n traag tempo tot stand komt doordat er veel onduidelijk is in het EHS-beleid. Zo zijn er geen duidelijke afspraken tussen rijksoverheid, provincies en gemeenten over welke gebieden precies tot de EHS gerekend moeten worden en hoe deze gebieden moeten worden beschermd. Datzelfde geldt voor de beoogde natuurkwaliteit en de monitoring van de voortgang.

Het Rijk zou beter moeten aangeven waar de EHS moet liggen en welke soorten natuur er moeten komen. De Algemene Rekenkamer wijst op het belang van overeenstemming tussen Rijk en provincies over de gebruikte kaarten zodat duidelijkheid wordt verschaft aan burgers en bedrijven op perceelniveau.

Een ander knelpunt is dat de rijksoverheid de EHS op basis van vrijwilligheid wil realiseren, waardoor ÚÚn grondeigenaar een plan voor een heel gebied kan tegenhouden.

Reactie minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit
De minister van LNV heeft, mede namens de ministers van VROM en van VenW, gereageerd op het rapport. Hij onderschrijft de conclusies van het rapport grotendeels. Hij vindt wel dat de Algemene Rekenkamer te somber is over de realisatie van de omvang van de EHS op het land. Veel van de knelpunten wil hij aanpakken door afspraken te maken met de provincies in de bestuursovereenkomsten over het Investeringsbudget Landelijk Gebied. Hij stelt verder dat vrijwilligheid het uitgangspunt blijft, maar dat onteigening vaker zal worden toegepast naarmate de datum waarop de EHS gereed moet zijn dichterbij komt. Samen met zijn collega van VROM gaat hij bezien hoe het Rijk kan bevorderen dat de EHS-gebieden planologisch beschermd worden.

rapport

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet