NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Kaderrichtlijn Water biedt in Nederland veel beleidsruimte

14 februari 2006

De Europese Kaderrichtlijn Water bepaalt dat het Nederlandse grond- en oppervlaktewater in 2015 overal van goede ecologische kwaliteit moet zijn. Het voorgenomen beleid in Nederland leidt tot een geringe verbetering van de waterkwaliteit in de regionale wateren. Voor verbetering van de ecologische condities is een extra beleidsinspanning nodig, vooral voor fosfor. De Kaderrichtlijn Water vraagt een aantal maatschappelijke keuzes op het grensvlak van economie en ecologie: Welke ambitie heeft Nederland met het water? Welke ambitie is haalbaar en tegen welke kosten? Die vragen waren voor het Milieu- en Natuurplanbureau aanleiding onderzoek te doen naar de gevolgen van de Kaderrichtlijn Water voor de water- en natuurkwaliteit. Het MNP richtte zich daarbij op fosfor en stikstof omdat die het meest bepalend zijn voor de ecologische kwaliteit van oppervlaktewater en op de grondwaterstand die bepalend is voor de kwaliteit van de landnatuur.

Uit het MNP-onderzoek blijkt dat met het Nederlandse beleid de waterkwaliteit in de Nederlandse zoete wateren tot 2030 nauwelijks zal verbeteren. Behalve in watersystemen waar de inrichting wordt verbeterd door bijvoorbeeld de aanleg van natuurvriendelijke oevers of her-meandering van beken. De geringe verbetering (4%) komt voor rekening van de rioolwaterzuiveringen. Het nieuwe mestbeleid zorgt ervoor dat de uit- en afspoeling van fosfor en stikstof uit de landbouwgronden op het huidige niveau blijft. Voor een substantiŽle verbetering van de waterkwaliteit is, aanvullend op het nieuwe mestbeleid, een vermindering van de fosforbelasting door de landbouw met circa 20% nodig. De fosforbelasting door de rioolwaterzuiveringen moet dan met zo'n 25% omlaag. Als de huidige trend in verdrogingsbestrijding doorzet, zal ook de kwaliteit van de grondwaterafhankelijke natuur nauwelijks verbeteren.

De Kaderrichtlijn Water biedt veel ruimte aan de nationale overheden voor het stellen van haalbare en betaalbare ecologische doelen. Welke ambitie en inspanning de Europese Unie als voldoende zal beschouwen is echter nog onzeker. Een belangrijke voorwaarde is dat de gehanteerde ambitie en de termijn waarop de doelen gehaald worden door de Nederlandse overheid goed worden onderbouwd met een maatschappelijke kosten-baten analyse. Voor wateren en gebieden die onder de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen (de Natura 2000-gebieden) geldt mogelijk een resultaatverplichting voor 2015. Als dit zo is dan zouden in 2015 de milieucondities (waaronder waterkwaliteit en grondwaterstand) in die gebieden op orde moeten zijn. Dit zou een grote inspanning vragen. In 50.000 ha Natura 2000-gebied op het land moet de verdroging zijn opgelost (geschatte kosten circa 30 miljoen euro per jaar) en in een aantal Natura 2000-meren moeten de condities voor helder water zijn gerealiseerd (geschatte kosten circa 20-40 miljoen euro per jaar).  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet