NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

GS Zeeland keurt faunabeheerplan hoefdieren goed

15 november 2005

Vandaag heeft Gedeputeerde Staten het Faunabeheerplan hoefdieren 2005 - 2009 goedgekeurd. Met de goedkeuring van dit plan staat de weg open voor een planmatig beheer van vrij levende damherten en reeŽn in de provincie Zeeland.

Volgens schattingen telt de provincie Zeeland meer dan 800 reeŽn en ca 300 damherten. Jaarlijks nemen de aantallen toe door geboorte en voor een deel ook door immigratie vanuit de provincie Brabant. De dieren sterven door natuurlijke doodsoorzaken, aanrijdingen met verkeer en afschot. Geboorte en immigratie zijn echter groter dan de jaarlijkse sterfte, zodat de aantallen jaarlijks toenemen.

Schade aan gewassen en verkeersgevaar
Damherten en reeŽn zorgen regelmatig voor schade aan landbouwgewassen. De bloemknoppen van fruitbomen zijn daarbij favoriet. Een dergelijke vraat kan tot aanzienlijke schade voor de landbouwer leiden. Ook kunnen reeŽn en damherten problemen veroorzaken bij het oversteken van verkeerswegen. Vooral op wegen buiten de bebouwde kom kan dit tot gevaarlijke situaties leiden.

Beheersjacht
Damherten en reeŽn kennen in Nederland geen natuurlijke vijanden. Hun toename wordt niet op natuurlijke wijze gereguleerd. Om de aantallen binnen de perken te houden, wordt in het Faunabeheerplan voorgesteld jaarlijks een beperkt aantal dieren te doden. Jagers zullen hier door middel van beheersjacht uitvoering aan geven. Afschot zal plaatsvinden in de periode dat er geen zogende kalveren meer zijn en de hindes nog niet drachtig zijn. Deze periode ligt grofweg tussen 1 oktober en 1 maart. Afschot zal bovendien zoveel mogelijk gebeuren op plaatsen waar schade en overlast valt te verwachten. In het Faunabeheerplan staat aangegeven hoeveel herten er minimaal moeten blijven leven. Dit varieert per soort en gebied, afhankelijk van de grootte en geschiktheid van het gebied voor de dieren. Hiermee is een duurzaam voortbestaan van de herten in Zeeland gewaarborgd.

Totstandkoming plan
Het Faunabeheerplan hoefdieren werd opgesteld door de Faunabeheereenheid Zeeland. Daarin zijn vertegenwoordigd de ZLTO, de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging, de Federatie Parcticulier Grondbezit, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en stichting Het Zeeuwse Landschap

Reacties
Het nu vastgestelde Faunabeheerplan hoefdieren werd voorafgegaan door een ontwerpplan met de gelegenheid hierop te reageren. Vier organisaties en ťťn particulier dienden hun zienswijze in. Daarnaast werd het plan naar het Faunafonds gestuurd voor advies en vond er bestuurlijk overleg plaats met de provincie. De reacties en gesprekken hebben geleid tot aanpassingen in het plan. De provincie heeft aangegeven dat regulatiemaatregelen voor het damhert primair buiten Natuurbeschermingswetgebieden moeten plaatsvinden. Regulatiemaatregelen voor de reeŽn moeten volledig buiten de Nb-wetgebieden plaatsvinden.

Nadere informatie reeŽn en damherten
Van de hertenfamilie komen er in Zeeland twee soorten vrij levend in de natuur voor: de ree en het damhert. ReeŽn kun je tegenwoordig in de hele provincie aantreffen. Sinds kort zijn er ook meldingen vanuit delen van Zeeuws-Vlaanderen. In de andere delen van Zeeland komt de ree al wat langer voor. De ree is een bewoner van een parkachtig landschap, waar bosjes afgewisseld met akker- en weiland voorkomen. De hoogste aantallen reeŽn tref je in Zeeland aan in de grotere natuurgebieden zoals de Kop van Schouwen en de Manteling van Walcheren. Maar ook in het overwegend agrarisch gebied van Duiveland, Tholen, en Zuid-Beveland worden de dieren regelmatig waargenomen. ReeŽn leiden een verborgen bestaan. De kans om ze te treffen is het groots in de ochtend- of avondschemering. Damherten komen alleen in de Manteling van Walcheren en op de Kop van Schouwen voor. Ze leven daar in het duingebied en de daaraan grenzende bossen. Damherten zijn veel minder schuw. Tijdens een wandeling in de natuur is de kans daarom veel groter dat je oog in oog komt met een damhert dan met een ree. Damherten hebben opvallend lichte vlekken op de rug en een groot en imposant gewei.
 

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet