NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Begroting 2006 ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Nieuwe paden, vitale natuur

20 september 2005 - De realisatie van de EHS gaat ook in 2006 verder. Daarnaast wordt in het natuurbeleid de leefgebiedenaanpak geïntroduceerd. Dat betekent een doorbraak in de wijze waarop soortenbescherming in Nederland gestalte krijgt: van 'voor elke bedreigde soort een eigen plan' naar een geïntegreerde gebiedsgerichte aanpak die verschillende soorten tegelijkertijd bescherming biedt.

Het natuurbeleid van LNV is gericht op het versterken van de biodiversiteit en het creëren van een aantrekkelijke, groene leefomgeving. Dat is onder andere van belang voor het behouden van genetische diversiteit en natuurlijke hulpbronnen voor de toekomst, voor het voldoen aan recreatieve wensen en om van Nederland een aantrekkelijke leef- en vestigingslocatiete maken.

Deze doelstellingen kunnen voor een belangrijk deel worden gerealiseerd door volgens plan verder te werken aan de Ecologische Hoofdstructuur: de ruggengraat van de natuur in Nederland, een aaneengesloten netwerk van natuur dat tal van planten en dieren in ons drukbevolkte land de ruimte biedt. Maar ook buiten de EHS werkt LNV aan het beheer en het ontwikkelen van natuurgebieden en het beschermen van kwetsbare dier- en plantensoorten; nationaal, maar ook internationaal.

De EHS is ook van belang voor het behouden van specifiek Nederlandse landschappen en voor natuurelementen die relevant zijn vanuit cultuurhistorisch, archeologisch of aardkundig perspectief. De EHS biedt tegelijkertijd tal van mogelijkheden om de maatschappelijke betrokkenheid van burgers bij de natuur in Nederland te vergroten, door recreatie bijvoorbeeld, maar ook door particulier en agrarisch natuurbeheer.

De Ecologische Hoofdstructuur maakt deel uit van het Europese netwerk van natuurgebieden, Natura 2000. De omvang van de EHS moet in 2018 bestaan uit 728.500 ha natuur. In 2006 zal ruim 3800 ha nieuwe grond worden verworven en zal ruim 6300 ha worden ingericht.

De komende jaren zal een sterker accent komen te liggen op de kwaliteit van de natuur. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van de Landelijke Natuurdoelenkaart: hierop zijn de natuurdoelen per gebied vastgelegd. In 2006 worden alle Natura 2000-gebieden formeel aangewezen, inclusief de instandhoudingsdoelen per gebied. Voorts moet per gebied een beheersplan worden opgesteld waarin de benodigde beheersmaatregelen worden aangegeven. Hierover worden met de provincies afspraken gemaakt.

Agrarisch en particulier beheer
De EHS wordt minder gerealiseerd door grondaankopen door LNV en meer door middel van natuurbeheer door agrariërs en andere particuliere grondeigenaren. Dit is goedkoper, maar bovendien vergroot deze werkwijze de maatschappelijke betrokkenheid bij de natuur. Inmiddels zijn met de provincies duidelijke afspraken gemaakt over de uitvoering hiervan. Het voldoen aan recreatieve behoeften en het openstellen van natuur door particulieren is een belangrijke nevendoelstelling bij het beheer. In 2007 wordt deze omslag van verwerving naar meer beheer geëvalueerd.

Biodiversiteit
Nederland moet in 2010 het verlies aan biodiversiteit in eigen land tot staan hebben gebracht. Dat is afgesproken in de EU-strategie voor biodiversiteit en de Millenium doelstellingen. In Nederland komen ca. 36.000 soorten planten en dieren voor. Voor ongeveer 1200 soorten (ca. 3%) moeten in dit kader speciale beschermingsmaatregelen worden getroffen, omdat ze anders zullen verdwijnen. Soorten die volgens internationale criteria worden beschouwd als bedreigd en zeldzaam, zijn op zgn. 'Rode lijsten' geplaatst. Met behulp van deze lijsten wordt gemonitord of de genomen maatregelen het gewenste effect hebben.

Kwetsbare soorten worden in Nederland onder andere beschermd door de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet. Vanaf 2006 zal voor het soortenbeleid de leefgebiedenbenadering geïntroduceerd worden. Deze benadering wordt gekenmerkt door een samenhangend pakket van maatregelen voor een groot aantal bedreigde soorten binnen dezelfde habitats en/of regio's. De regie op het realiseren van de leefgebiedplannen komt in handen bij de provincies. De sturing vindt plaats binnen het kader van het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG).

De leefgebiedenbenadering betekent een doorbraak in de wijze waarop soortenbescherming in Nederland gestalte krijgt: van 'voor elke bedreigde soort een eigen plan' naar een geïntegreerde gebiedsgerichte aanpak die verschillende soorten tegelijkertijd bescherming biedt. Door deze aanpak neemt onder andere de voorspelbaarheid van de soortenbescherming voor bedrijven en natuurbeherende organisaties toe en kunnen de procedures voor het verlenen van vergunningen en ontheffingen eenvoudiger verlopen. Dit is van groot belang voor het draagvlak en de handhaafbaarheid van de natuurbescherming op de lange termijn, en daarmee tevens van levensbelang voor vele bedreigde planten en dieren.

Wadden
Over het internationaal belangrijke natuurgebied de Wadden heeft het kabinet in 2004 belangrijke beslissingen genomen. In 2006 gaat een aangepast deel 3 van de Planologische Kernbeslissing (PKB) Waddenzee naar de Tweede Kamer. Het Rijk streeft ernaar de vergunningverlening voor gaswinning onder de Waddenzee in het voorjaar 2006 af te ronden, waarna de NAM begin 2007 met de activiteiten kan beginnen. LNV zal als bevoegd gezag op grond van de Natuurbeschermingswet zorgen voor een zorgvuldige vergunningverlening.

Voor het zogenaamde Waddenfonds heeft het Kabinet voor de komende 20 jaar EUR 800 miljoen ter beschikking gesteld. Onderdeel van dit fonds is de sanering van de kokkelvisserijsector. Na aftrek van deze kosten zal 64% van het Waddenfonds worden gebruikt voor projecten voor natuurherstel en -ontwikkeling. De coördinatie van het Waddenfonds is in handen van de minister van VROM.

Westerschelde
In 2005 hebben Nederland en Vlaanderen maatregelen afgesproken om de Westerschelde 'veiliger, natuurlijker en toegankelijker' te maken. Belangrijk onderdeel hiervan is het Natuurproject Westerschelde. In Nederland wordt minimaal 600 ha nieuwe natuur ontwikkeld, waarvoor EUR 200 miljoen is uitgetrokken. Van dit bedrag is - voor de periode van 2005 tot 2014 - EUR 110 miljoen gereserveerd binnen de FES-gelden. De voorbereidingen voor het natuurproject zijn reeds gestart, de daadwerkelijke uitvoering is gepland vanaf 2007. Het project wordt uiterlijk eind 2014 afgerond.

Veilig voedsel, bewuste keus

20 september 2005 - Voedselveiligheid en voedselkwaliteit staan volop in de belangstelling. In 2006 worden Europese maatregelen van kracht die de hygiëne van levensmiddelen en diervoer regelen.

LNV wil met zijn beleid op het gebied van voedselveiligheid en voedselkwaliteit twee zaken bereiken: een kwalitatief hoogwaardig voedselaanbod en een verantwoord consumptiepatroon. Het beleid zet enerzijds producenten aan tot de productie van kwalitatief hoogwaardige producten en het aanpakken van voedselrisico's in ketenverband. Anderzijds wil het consumenten stimuleren om bij het kopen van voedingsproducten rekening te houden met voedselkwaliteit in de brede zin van het woord, inclusief aspecten als dierenwelzijn, milieu, fair trade en ecologie. Daarnaast wil de overheid consumenten bewust maken van het belang van zorgvuldig omgaan met voedsel (bewaren, bereiden e.d.).

Het onderwerp 'diergezondheid en crisisbestrijding' hangt ten dele samen met voedselveiligheid. Sommige dierziekten hebben een directe relatie met de volksgezondheid, zoals BSE; andere niet of nauwelijks. Toch hebben vrijwel alle dierziektecrises gevolgen voor het vertrouwen van consumenten in het voedsel dat in Nederland geproduceerd wordt. Een belangrijke doelstelling van het LNV-beleid is dan ook een hoog gezondheidsniveau voor de Nederlandse veestapel en het voorkomen van uitbraken van besmettelijke dierziekten.

Hygieneregels voor voedselproductie
Een belangrijke activiteit in 2006 is het implementeren van verordeningen die voortvloeien uit de General Food Law (GFL). Deze Europese kaderwet eist van het bedrijfsleven dat het garandeert dat zijn producten voldoen aan de wettelijke eisen. Op 1 januari 2006 treedt een pakket aan hygiëneverordeningen in werking voor levensmiddelen evenals een hygiëneverordening voor diervoer, een belangrijk onderwerp als het om voedselveiligheid gaat. Met deze verordeningen wordt onder andere geregeld dat de bedrijven die levensmiddelen of diervoeders produceren, verwerken, opslaan, vervoeren etc. door de overheid geregistreerd moeten zijn als levensmiddelenbedrijf en/of diervoederbedrijf.

Een bedrijf wordt pas geregistreerd als het voldoet aan de hygiëne-eisen. Die zijn, in tegenstelling tot de gedetailleerde voorschrijvende normen van voorheen, open geformuleerd. Zo wordt bijvoorbeeld niet voorgeschreven dat een ruimte tot zekere hoogte betegeld moet zijn, maar wordt vereist dat een ruimte goed schoon te maken moet zijn. Hoe de producent dit in zijn specifieke situatie regelt is aan hem; dit past in het uitgangspunt dat de producent zelf verantwoordelijk is voor de veiligheid van zijn product. Wel moeten de maatregelen gebaseerd zijn op het zogenaamde HACCP-systeem. Ook is het mogelijk met hygiënecodes te werken, die door de branche kunnen worden opgesteld. De hygiënecodes moeten worden goedgekeurd door de minister van LNV, de controles op de naleving zullen worden uitgevoerd door de VWA.

Consumentenbeleid
Ook voor consumenten is het van belang om inzicht te kunnen hebben in de voedselketen. LNV geeft in dit kader subsidie aan het Voedingscentrum Nederland (VCN) voor het geven van voorlichting aan consumenten over voedselproductie. Ook verzorgt het VCN de voorlichting aan consumenten over een verantwoorde samenstelling van het voedselpakket en geeft het adviezen over het veilig bewaren en bereiden van voedsel. LNV draagt voorts bij aan onderzoeken van de Consumentenbond die betrekking hebben op voedselveiligheid en -kwaliteit.

Daarnaast worden nieuwe wegen bewandeld om de belangen van consumenten en andere maatschappelijke stakeholders structureel te laten meewegen in de beleidsvorming, zoals de strategische dialoog en het Consumentenplatform. Voor specifieke consumentenzaken is in 2006 ca EUR 5 miljoen gereserveerd.

Ook in 2006 zal LNV aan het Consumentenplatform vragen om mee te denken over actuele beleidsproblemen op het gebied van voedselkwaliteit en voedselveiligheid. Aan het platform nemen onder andere koks, trendwatchers, wetenschappers en consumentendeskundigen deel. Drie maal per jaar komen zij bijeen om een onderwerp te belichten vanuit consumentenperspectief, en het departement te voorzien van adviezen voor de verdere beleidsontwikkeling. Voorafgaand aan de bijeenkomst vindt kwalitatief en kwantitatief onderzoek plaats over het betreffende onderwerp onder verschillende groepen consumenten. De onderwerpen voor 2006 worden eind 2005 vastgesteld.

Diergezondheid en crisisbestrijding
Op het terrein van dierziektebestrijding wil Nederland ook in 2006 in Europees verband een voortrekkersrol spelen. Uitgangspunt is een meer maatschappelijk verantwoorde dierziektebestrijding. Verheugend is in dat kader de grote aandacht die vaccinatie heeft gekregen in de discussie over de toekomstige nieuwe bestrijdingsrichtlijn voor Aviaire Influenza (vogelgriep).

Maatschappelijk verantwoord dierziektebeleid is ook de basis voor de inzet van Nederland in twee grote projecten van de Europese Commissie: de 'Evaluatie van het Europese Diergezondheidsbeleid' en het 'Europees technologieplatform voor wereldwijde diergezondheid'. Deze projecten moeten een nieuwe visie op het Europese preventie- en bestrijdingsbeleid opleveren, en ertoe leiden dat de meest up-to-date instrumenten (vaccins en testen) voor de bestrijding van dierziekten beschikbaar komen.

Voor diergezondheid en crisismanagement is in 2006 ca EUR 17,6 miljoen gereserveerd (exclusief apparaatsuitgaven).

Groen ondernemen, innovatieve kracht

20 september 2005 - Het ministerie van LNV stimuleert ondernemerschap door de vermindering van administratieve lasten en steun voor innovatieve oplossingen, zoals bijvoorbeeld de innovatieve vangstmethoden in de kottervisserij. Voor de visserijsector staan saneringen op het programma om de sector weer gezond te maken. De landbouw krijgt in 2006 te maken met de invoering van het nieuwe mestbeleid.

LNV streeft naar een vitale landbouw- en visserijsector die duurzaam produceert en daarbij zo onafhankelijk mogelijk van de overheid is. Centraal staat de gedachte dat de overheid niet meer moet zorgen voor de sector, zoals in het verleden, maar ervoor moet zorgen dat de ondernemers in staat zijn zelf hun verantwoordelijkheid te nemen. Ondernemers moeten ondernemen, de overheid kan dat alleen maar faciliteren. Dat staat ook verwoordt in de Toekomstvisie landbouw: Kiezen voor landbouw.

De landbouw in Nederland heeft toekomst. De sector blijft van grote maatschappelijke betekenis als leverancier van een aantrekkelijk landschap en van voedsel en bloemen. Maar de sector zal moeten inzetten op:

  • een versterkte verbinding met de markt,
  • een hoge kwaliteit van de fysieke omgeving en
  • een open en transparante communicatie over producten en productieprocessen.
De komende maanden worden naar aanleiding van de Toekomstvisie landbouw met ondernemers gesprekken gevoerd.

Dit kabinet heeft onder andere het verminderen van de administratieve lasten met 25% als doelstelling. LNV heeft die doelstelling al gehaald. In 2007 wordt naar verwachting zelfs de 30% gepasseerd, maar dit is ook afhankelijk van mogelijkheden voor ICT-investeringen en van nieuwe regelgeving in het kader van de General Food Law. De administratieve lasten worden ook beperkt door de informatie-inwinning voor de Europese landbouwsubsidies te stroomlijnen. Verder wordt het subsidiestelstel sterk vereenvoudigd.

Europees landbouwbeleid
Met ingang van 1 januari 2006 wordt de ontkoppelde steunregeling van kracht van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). De financiële EU-steun aan boeren is daarin niet meer gekoppeld aan de hoeveelheden gewassen of dieren, maar afhankelijk gemaakt van het naleven van regels op het gebied van milieu en natuur, dierenwelzijn en diergezondheid. De marktbescherming en productsteun nemen op die manier af, maar via nieuwe instrumenten worden boeren wel ondersteund wanneer zij hun bedrijfsvoering en productie aanpassen aan de eisen die de samenleving stelt.

Landbouw en milieu
Het nieuwe mestbeleid wordt per 1 januari 2006 van kracht. Het is een grote sprong voorwaarts naar een betere verhouding tussen landbouw en milieu. Er komen pilots voor mesttransport en mestverwerking. Deze pilots starten zo snel mogelijk in 2006. Het budget voor het nieuwe mestbeleid bedraagt in 2006 EUR 6,7 miljoen.

Natuur en landbouw moeten kunnen beschikken over voldoende en schoon water. Daarom is een zorgvuldige en evenwichtige invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van belang. Een maatschappelijke kosten-baten-analyse biedt de mogelijkheid voor een goede afweging. Er zijn haalbare en betaalbare maatregelen nodig, waarbij zowel voor de landbouw als voor de natuur in Nederland duurzame ontwikkeling mogelijk is. De komende jaren wordt stapsgewijs toegewerkt naar de vaststelling van maatregelen die voortvloeien uit de KRW.

Dierenwelzijn
Het boerenbedrijf kan alleen duurzaam blijven bestaan als de wijze van opereren op het terrein van dierenwelzijn de toets der maatschappelijke kritiek kan doorstaan. Tijdens het EU-voorzitterschap in de tweede helft van 2004 is een akkoord bereikt over de Europese regels voor dierenwelzijn bij het transport van levend vee. In 2006 worden deze regels geïmplementeerd. Het komende jaar richt LNV zich in Europees verband op het welzijn van vleeskuikens en op de aanpak van de castratie van biggen.

Begin 2005 is het Forum Welzijn Gezelschapdieren ingesteld, bestaande uit onder andere vertegenwoordigers van de handel, de dierenbescherming en de wetenschap. Momenteel stelt het Forum een actieplan op dat zich richt op het fokken, handelen en houden van gezelschapsdieren. Daarbij zal het Forum bezien op welke wijze een (verkorte) lijst van te houden dieren in het actieplan een plaats kan krijgen. Op grond van het actieplan, dat voor eind 2005 verwacht wordt, zal LNV de mogelijkheden van wettelijke verankering beoordelen.

Biobased economy
In een zogenaamde 'biobased economy' wordt biomassa gebruikt als 'groene grondstof' voor producten als plastics en verven, en voor energietoepassingen. Samen met enkele andere ministeries verricht LNV een strategische studie naar de kansen die een biobased economy voor Nederland biedt. De toepassing van groene, hernieuwbare grondstoffen kan een bijdrage leveren aan de oplossing van het klimaatprobleem: het leidt tot een lager energieverbruik, minder uitstoot van milieubelastende stoffen en een kleinere afhankelijkheid van fossiele grondstoffen.
Vanaf 2006 gaat het kabinet de introductie van biotransportbrandstoffen stimuleren.

Biologische landbouw
De biologische landbouw is een belangrijke schakel in het streven naar duurzaamheid. Het beleid is erop gericht de productie en het marktaandeel door vraagstimulering te ondersteunen. Het in 2005 vernieuwde Convenant Marktontwikkeling Biologische Landbouw loopt tot 2007. In dit Convenant hebben alle partijen, inclusief supermarkten, levensmiddelenfabrikanten en banken zich gecommitteerd aan stevige afspraken en doelstellingen. Dit moet leiden tot hogere omzetten en zo mogelijk kleinere prijsverschillen met gangbare producten.

Om de sturende werking van de prijs te onderzoeken, wordt in 2006 een praktijkonderzoek gestart. In een klein, afgeschermd gebied zullen daarbij de prijzen voor biologische producten kunstmatig laag worden gehouden. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen markt en overheid helpen bij het verder bepalen van stimulerende maatregelen.
Het totale budget voor het bevorderen van biologische landbouw bedraagt in 2006 EUR 12,1 miljoen.

Gewasbescherming en plantenziekten
In 2006 wordt de nieuwe nationale wetgeving voor gewasbescherming afgerond en ingevoerd. Daarmee wordt een stroomlijning van het wettelijk kader gerealiseerd en wordt de nationale wetgeving afgestemd op het geldende EU-kader, onder meer met het oog op het realiseren van een level playing field. Ook vindt in 2006 een eerste tussentijdse evaluatie van de Nota Duurzame Gewasbescherming en van het Convenant Gewasbescherming plaats. Daarbij wordt ingezet op continuering van het convenant. Het budget voor gewasbescherming bedraagt in 2006 EUR 3,9 miljoen.

In het beleid voor plantenziekten komt de veranderende verhouding tussen overheid en bedrijfsleven concreet tot uiting. Er wordt gewerkt aan een systeem waarin inspecties van plantaardige producten worden verricht door bestaande privaatrechtelijk georganiseerde ZBO's, onder aansturing en toezicht van LNV. Dit systeem wordt momenteel uitgewerkt in het project Plant Keur. Het gaat zowel om inspecties op kwaliteit als om het opsporen van plantenziekten. Besluitvorming vindt in het najaar van 2005 plaats. Vanaf 2006 zal de werkelijke uitbesteding van taken plaatsvinden.

Visserij
Door steeds verdere afname van quota zijn de vooruitzichten in de zeevisserij somber. Veranderingen zijn onontkoombaar. De kottersector staat daarbij voor een omvangrijke herstructurering. Er is geld voor de sanering van 20% van de sector. Er loopt een onderzoek naar de mogelijkheden de sector te faciliteren bij de omschakeling naar milieu-ontlastende en brandstofbesparende alternatieven voor de huidige boomkorvisserij, de zogenaamde pulskor. De benodigde EUR 38 miljoen voor de sanering van de kottervisserij (incl. flankerende sociale maatregelen) zal in de Voorjaarsnota 2006 worden verwerkt.

De visstand in het IJsselmeer maakt het noodzakelijk de capaciteit van de IJsselmeervisserij ongeveer te halveren. De benodigde EUR 7 miljoen voor de sanering van de IJsselmeervisserij wordt in de Voorjaarsnota 2006 verwerkt.

Kennis en innovatie
De drijvende kracht achter duurzame ontwikkeling is innovatie. Innovatie is in de eerste plaats een zaak van bedrijven en ondernemers; de rol van LNV is te zorgen voor een goed innovatieklimaat en voor het verbinden, afstemmen en waar nodig uitlokken van initiatieven bij het bedrijfsleven. Totaal is voor kennis en innovatie in 2006 een budget van ruim EUR 860 miljoen beschikbaar op de LNV-begroting.

Er wordt momenteel een departementale aanpak voor innovatie ontwikkeld en samen met het bedrijfsleven worden innovatie-agenda's opgezet. Extra aandacht zal uitgaan naar het door het Innovatieplatform genoemde sleutelgebied Flowers & Food. De deelgebieden Food and Nutrition, Tuinbouw en de Groene Genetica (veredeling) zijn zeer actief in het formuleren van innovatieagenda's. Samen met het ministerie van EZ wordt de komende jaren een programma voor Flowers & Food ontwikkeld dat al dit jaar op onderdelen werking gaat krijgen.

LNV financiert structureel een belangrijk deel van de onderzoeksinfrastructuur voor voedsel en groen. De samenhang tussen de kennisinstellingen wordt versterkt via de zogenaamde Groene Kenniscoöperatie. Daarin werken Agrarische Onderwijscentra, HBO-groen en Wageningen UR samen op het gebied van onderwijsvernieuwing en kenniscirculatie en de ICT-ondersteuning daarvan. Ook wordt gewerkt aan een betere kennisuitwisseling tussen de onderwijs- en onderzoeksinstellingen, het bedrijfsleven en LNV. Daarvoor zijn verschillende instrumenten ontwikkeld, zoals het Groen Kennisnet en een Virtueel Kennisplatform.

Vertrouwd platteland, verrassend perspectief

20 september 2005 - In het plattelandsbeleid stuurt het kabinet op hoofdlijnen, de uitwerking vindt op gebiedsniveau plaats. De provincies hebben daarbij de regierol. Er is hiervoor één investeringsbudget in de maak: het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG). Dat gaat in 2007 officieel van start. De jaren 2005 en 2006 zijn van groot belang voor de voorbereiding. De reconstructie van de zandgebieden kan van start; de contracten met de provincies zijn gesloten en er is vanuit het Rijk 38 miljoen euro voor een mooier, leefbaarder en evenwichtiger platteland. Er is bijna 5 miljoen euro voor het realiseren van een aaneengesloten netwerk van wandel- en fietspaden en vaarwegen voor toerisme en recreatie.

Plattelandsontwikkeling
In 2006 wordt gewerkt aan de nationale invulling van de Europese Plattelandsverordening (Plattelandsontwikkelingsprogramma-2, POP-2) voor de periode 2007-2013. Daarbij wordt ingezet op een stevige invulling van de drie assen binnen het POP-2: versterken van de concurrentiekracht, milieu en landbeheer, en diversificatie en bredere plattelandsontwikkeling. Vooral voor het versterken van de concurrentiekracht is extra inzet nodig. Het gaat dan om bijvoorbeeld gerichte investeringssteun, ketenversterking en innovatie en kennisverspreiding. Met deze inzet wordt invulling gegeven aan de Toekomstvisie Landbouw. Het kabinet wil het programma begin 2006 vaststellen.

Voor het lopende Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP) is 2006 het laatste jaar. In 2006 wordt voor dit POP naar verwachting Europese financiering verkregen van ca. EUR 65 miljoen. Overheidsinstellingen en particulieren zullen samen bijna EUR 189 miljoen bijdragen.

Nationale landschappen
In de nota Ruimte heeft het rijk twintig nationale landschappen aangewezen, gebieden die internationaal of nationaal van bijzondere waarde zijn en die daarom planologische bescherming krijgen. De provincies verzorgen in 2006 de exacte begrenzing en stellen uitvoeringsprogramma's op.
Als het gaat om landschappen concentreert het rijk zich voortaan op de nationale landschappen. LNV zal alleen daar nog aanleg en beheer van landschapselementen en recreatieve voorzieningen cofinancieren.
Het budget voor de nationale landschappen bedraagt in 2006 EUR 18,9 miljoen.

Recreatie en groen in en om de stad
In onze verstedelijkte samenleving is groen in en om de stad van groot belang. Ruimte is schaars in Nederland en de natuur kan ook in stedelijke gebieden goed tot haar recht komen. Meer dan 85% van de mensen in Nederland woont in verstedelijkte gebieden. In het kader van het grote stedenbeleid zijn resultaatafspraken voor groen in de stad gemaakt tussen het rijk en de grote steden. Het budget voor recreatie in en om de stad bedraagt in 2006 EUR 52,7 miljoen.
Vanwege beperkte budgetten is de ontwikkeling van groen in en om steden vooral afhankelijk van een goede samenwerking tussen rode en groene belangen. De ontwikkeling van Meerstad bij Groningen is daarvan een goed voorbeeld. Na definitieve goedkeuring start in 2006 de aanleg van Meerstad, waarin LNV risicodragend participeert.

LNV wil dat recreatiegebieden in de omgeving van steden goed bereikbaar zijn via wandel- en fietspaden. Het ministerie subsidieert daarom de realisatie van landelijke, aaneengesloten routenetwerken voor wandelen, fietsen en varen. Het budget hiervoor bedraagt in 2006 EUR 4,7 miljoen.

Reconstructie zandgebieden
Het rijk geeft de komende jaren prioriteit aan de reconstructie van de zandgebieden in Zuid- en Oost-Nederland (Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant en Limburg). Er zijn daarom extra middelen uitgetrokken voor de realisatie ervan. Het doel van deze reconstructie is het bevorderen van een goede ruimtelijke structuur, in het bijzonder voor landbouw, natuur, bos en landschap, recreatie, water, milieu en infrastructuur, maar ook het verbeteren van het woon-, werk- en leefklimaat en van de economische structuur. In 2006 moet de uitvoering echt op gang komen. Voor reconstructie is in 2006 een budget beschikbaar van ruim EUR 38 miljoen.

Groene Hart
Bij stadsuitbreiding doen zich kansen voor om bebouwing en natuur ('rood' en 'groen') integraal te ontwikkelen, zoals in de Bloemendaler Polder. In het Rijksprogramma Groene Hart, dat LNV voor het rijk coördineert, zijn de kaders geformuleerd. Onder regie van de drie betrokken provincies wordt in 2006 het uitvoeringsplan ter hand genomen.

De westelijke veenweiden hebben problemen op het gebied van waterhuishouding, waterkwaliteit, cultuurhistorie en landschap. Bovendien leeft de ambitie om de kwaliteit van de leefomgeving en het vestigingsklimaat te verbeteren. In het voorjaar van 2006 neemt het kabinet een definitieve beslissing over de reservering van FES-gelden voor de versterking van de structuur van het gebied. In 2006 worden samen met de provincies in enkele pilotgebieden de ambities verder ingevuld.

 
terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet