NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Rooskleurig beeld voor kustuitbreiding Westland misleidend

26 januari 2005

Het rooskleurige beeld dat afgelopen week door minister Peijs van Verkeer en Waterstaat werd neergezet voor de haalbaarheid van de kustuitbreiding tussen Hoek van Holland en Scheveningen is misleidend. In de achterliggende studie worden belangrijke kostenposten niet meegerekend, de vraag of investeerders werkelijk interesse hebben blijft onbeantwoord en de realiteitswaarde van de geschetste kustuitbreiding is twijfelachtig. Dat is de reactie van de Stichting Duinbehoud na eerste lezing van het rapport "is Geluk haalbaar?'' van het onderzoeksbureau Ecorys.

In het rapport van Ecorys (geschreven in opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat) wordt voorgerekend, dat een kustuitbreiding van 3.000 hectare tussen Hoek van Holland en Scheveningen financieel gedekt kan worden door de bouw van 48.000 woning. Dit scenario voor kustuitbreiding heeft de voorkeur van de geconsulteerde experts en het bedrijfsleven. Een belangrijke kostenpost echter, de hele infrastructuur met wegen, fietspaden en openbaar vervoer, wordt in het rapport buiten beschouwing gelaten. Voor een nieuwe stad met meer dan 100.000 inwoners (een stad ter grootte van Delft of Leiden!!) kunnen die kosten echter zeer hoog oplopen. Voor de verbinding met het achterland zullen forse wegverbredingen noodzakelijk zijn door het Westland en de stad Den Haag. Wanneer deze kosten worden meegerekend in de exploitatie, inclusief de extra kosten voor het stijgend onderhoud van de kust, dan wordt de financiŽle haalbaarheid van de kustuitbreiding heel wat minder rooskleurig.

Een vraag die onbeantwoord blijft in het rapport van Ecorys is de vraag of er werkelijk private ontwikkelaars zijn, die bereid zijn om te investeren in een dergelijk grootschalig en risicovol project. Deze vraag is in de afgelopen 25 jaar bij de vele studies naar de kustuitbreiding al diverse keren gesteld, maar steeds kwam er geen helder antwoord vanuit het bedrijfsleven. De Stuurgroep Kustuitbreiding uit 1983, de Stuurgroep Borgman uit 1986 en de Stuurgroep Haalbaarheidsonderzoek Kustlocatie uit 1994 konden geen antwoord vinden op deze cruciale vraag. Het is hoogst merkwaardig om de vraag over de financiele haalbaarheid positief te beantwoorden, terwijl de investeerders (die het uiteindelijk moeten doen) nog steeds geen concreet antwoord kunnen (of willen) gegeven.

Een vreemde voorstelling van zaken in het rapport van Ecorys is de oppervlakteberekening van de nieuwe stad in zee. In het rapport wordt gesteld, dat maximaal 35% van de kustuitbreiding zal worden gebruikt voor de bouw van grote woonkernen. Zeker 65% van de kustuitbreiding kan volgens de onderzoekers worden bestemd voor natuur. Een eenvoudig rekensommetje van een dicht bebouwde stad (zoals Leiden, Delft of Den Haag) leert echter, dat voor de bouw van 48.000 woningen toch 1.500 tot 2.000 hectare ruimte nodig is. Naast de ruimte voor woningen is in een dergelijk grote bouwlocatie ook ruimte nodig voor winkelcentra, kantoren, scholen, sportvelden, infrastructuur en tal van andere voorzieningen. Dit betekent dat, wil je een dergelijke bouwlocatie leefbaar maken, er slechts beperkte ruimte overblijft voor natuur. Bij de keuze voor een dergelijk grootschalige landaanwinning zal naar alle waarschijnlijkheid het hele gebied tussen Scheveningen en Kijkduin worden volgebouwd, evenals de kuststrook tussen Hoek van Holland en Monster. Twee waardevolle natuurgebieden, de Van Dixhoorndriehoek en het Westduinpark worden dan ingesloten door verstedelijking en afgesloten van zee. Slechts een kleine kuststrook voor het duingebied Solleveld blijft over voor de natuur. Op dit punt zijn de mooie kleurenplaatjes in het rapport van Ecorys met veel natuur en weinig bebouwing zeer misleidend. De conclusie van de rapporteurs dat dit plan "unieke mogelijkheden biedt voor een integrale multifunctionele invulling" moet dan ook met kracht worden ontkent. Voor een private ontwikkeling van het plan voor kustuitbreiding is vooral heel veel ruimte nodig voor verstedelijking en blijft weinig ruimte over voor andere functies.

Opvallend in het rapport van van Ecorys is, dat op geen enkele wijze rekening wordt gehouden met de huidige status van het gebied. Het huidige duingebied en de Noordzeekust behoren tot de Ecologische Hoofdstructuur. Het volbouwen van deze natuurgebieden leidt tot de verplichting voor de realisatie van compensatieprojecten. De financiŽle gevolgen daarvan zijn niet in beeld gebracht en kunnen het rooskleurig plaatje behoorlijk veranderen. De stelling, dat de kustuitbreiding ook nieuwe natuur oplevert, is wat erg kort door de bocht. Want nieuwe natuur aanleggen op een plek die nu al natuur is levert weinig compensatie op.

De algemene conclusie van de Stichting Duinbehoud na lezing van het rapport van Ecorys is, dat er weinig nieuws zit in de nu gepresenteerde plannen. Net als in het oude "Plan Waterman" en het "Plan Bhalotra" gaat het om het verleggen van de kustlijn van Delfland en om de bouw van enkele tienduizenden woningen in zee. Nut en noodzaak van deze plannen is zeer discutabel en de financiŽle haalbaarheid is nog uiterst onzeker. Wat wel duidelijk is, is dat uitvoering van de plannen leidt tot verstedelijking van de kust. De nu nog rustige, natuurlijke kust tussen Hoek van Holland en Schevening zal veranderen in een stedenband met hier en daar een stukje groen. Wat ook duidelijk is, is dat de veiligheid voor de kustbewoner er niet op vooruit gaat. Bij een stijgende zeespiegel is het uitermate onverstandig om de zeewering in zeewaartse richting te verschuiven en in dieper water te leggen. In dieper water wordt de stormschade met risico voor overstromingen alleen maar groter.

Komende maanden zal de Stichting Duinbehoud het publiek debat aangaan en steun bij de inwoners van het Westland en Den Haag zoeken. De Stichting Duinbehoud hoopt daarbij weer de steun te krijgen van de vele tienduizenden inwoners van het Westland en Den Haag die destijd hun handtekening hebben gezet onder de actie "Laat de kust met rust". De inwoners van de regio hebben destijds gekozen voor de ontwikkeling van natuur en recreatie en tegen een verstedelijking van de Westlandse kust. Uitgangspunt voor de Stichting Duinbehoud bij deze actie is het behoud van de Delflandse kust voor natuur en recreatie. De kustveiligheid kan hier het beste worden gegarandeerd door extra zandsuppleties. Dit extra zand voor de kust leidt tot brede stranden en de vorming van een nieuwe duinenrij voor de kust. Op deze wijze kunnen veiligheid, natuur en recreatie hand in hand gaan. De Delflandse kust kan hierbij haar oerhollandse karakter van een zandige duinenkust met hier en daar een kustdorp behouden. Grootschalige woningbouw in zee past niet in dit toekomstperspectief.  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet