NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Biodiversiteit op aarde in veertig jaar gehalveerd

30 sept 2014

De populaties wilde dieren zijn de afgelopen veertig jaar wereldwijd met gemiddeld 52 procent afgenomen. Belangrijkste oorzaken zijn vernietiging van leefgebied, jacht, stroperij en overbevissing. Diersoorten die in zoetwater leven staan het meest onder druk. In meren, moerassen en rivieren zijn de populaties vissen, reptielen en amfibieën met 76 procent gedaald. Maar er zijn ook lichtpuntjes: als gebieden een beschermde status hebben, blijkt de afname van de soortenrijkdom veel minder sterk.

Dat zijn de bevindingen van het Living Planet Report 2014 dat het Wereld Natuur Fonds (WNF) vandaag wereldwijd lanceert. Het Living Planet Report brengt elke twee jaar de gezondheidstoestand van de aarde in beeld en de mate waarin de mens beslag legt op de natuurlijke rijkdommen. Dat gebeurt onder meer aan de hand van de Living Planet Index, de Ecologische Voetafdruk en de Watervoetafdruk. In het nieuwe rapport geeft de Living Planet Index door een meer verfijnde onderzoeksmethode beter inzicht in hoe het is gesteld met de soortenrijkdom. De tiende editie van het Living Planet Report is opgesteld samen met wetenschappelijke instituten en uitgebracht in zestig landen en 20 talen.

Beschermde gebieden temperen verlies
Het verlies van biodiversiteit is het grootst in de tropische regio’s. In Latijns-Amerika neemt het verlies dramatische vormen aan: 83 procent in de afgelopen veertig jaar. Op de voet gevolgd door Zuidoost-Azië met 67 procent. Naast het kappen van bos voor hout en landbouw, jacht en visserij worden ook de gevolgen van klimaatverandering zichtbaar. Opmerkelijk is de drastische afname van de zoetwatersoorten. De afname is gemiddeld bijna twee keer zo groot als van diersoorten in oceanen en op land die beide met 39 procent achteruit zijn gegaan.

,,Wat zich in tientallen miljoenen jaren aan diversiteit in leven op aarde heeft ontwikkeld, dreigen we in een enkele generatie grotendeels kwijt te raken, zegt Johan van de Gronden, directeur van het WNF. ,,We moeten ons realiseren dat de natuur de basis is van ons welbevinden én onze welvaart. We kunnen nu nog actie ondernemen, ook voor de generaties na ons die een rijke biodiversiteit nodig hebben voor hun welzijn.’’

Gelukkig zijn er ook hoopgevende bevindingen. Zo blijft het verlies aan biodiversiteit in beschermde gebieden op land beperkt tot 18 procent. Een succesverhaal is de stijging van het aantal tijgers met 63 procent naar 200 dieren in Nepal, met name door het tegengaan van stroperij. Bescherming lijkt dus resultaat te hebben, hoewel dat niet genoeg is om de dalende trend helemaal te voorkomen. In veel beschermde gebieden is vooral stroperij nog steeds een groot probleem. Maandelijks worden bijvoorbeeld in zuidelijk Afrika tientallen neushoorns gedood voor hun hoorn die in Azië worden verkocht.

Herstel in Nederland mogelijk
Voor het eerst heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een Nederlandse Living Planet Index uitgerekend. Daaruit blijkt dat sinds 1990 voorzichtig herstel is gemeten, nadat vanaf 1950 veel soorten bedreigd zijn geraakt. De dierpopulaties zijn de afgelopen kwart eeuw met gemiddeld 22 procent toegenomen, met name zoogdieren, vogels en reptielen. Dankzij investeringen in natuurbescherming gaan sinds 1990 de lepelaar, grauwe kiekendief en kerkuil weer vooruit. De trendbreuk geeft aan dat ook op plekken waar al veel natuur is verdwenen, er nog voldoende mogelijkheden zijn om de soortenrijkdom te herstellen.

Johan van de Gronden: ,,Het is duidelijk dat we uit twee verschillende vaatjes moeten tappen. In Nederland, Europa en Noord-Amerika kunnen we inzetten op een krachtig herstel van de biodiversiteit de komende decennia. Het hoopgevende begin is er. In de tropen en subtropen moeten alle hens aan dek om de vrije val in geschikt leefgebied voor plant- en diersoorten te stoppen."

Anderhalve aarde nodig voor onze jaarlijkse consumptie
Het Living Planet Report laat zien dat wij eigenlijk jaarlijks anderhalve aarde nodig hebben om aan onze consumptie te voldoen. Deze Ecologische Voetafdruk toont dat we meer natuurlijke rijkdommen gebruiken dan de aarde per jaar kan produceren aan bijvoorbeeld bos, vis en ander voedsel. Ook stoten we door verbranding van kolen, olie en gas meer CO2 uit dan bossen kunnen opnemen. Vooral de rijke landen leven op te grote voet. Nederland staat op de twaalfde plaats van landen met een grote Ecologische Voetafdruk. Als iedereen zo zou leven als een Nederlander, dan hebben we zelfs drieënhalve aardbol nodig.

Voorbeelden dierpopulaties die sterk zijn afgenomen:

Bosolifant
Doordat aaneengesloten stukken bos op grote schaal zijn verdwenen, heeft de bosolifant de nog maar een fractie over van haar oorspronkelijke leefgebied West- en Centraal-Afrika. Daarnaast heeft onderzoek uitgewezen dat dramatische toegenomen ivoorstroperij ervoor heeft gezorgd dat de overgebleven populaties bosolifanten tussen 2002 en 2011 met ruim 60 procent zijn afgenomen. De stroperij is de laatste jaren alleen maar verder gestegen, waardoor bosolifanten in sommige regio’s dreigen uit te sterven

Hoelok gibbon
In Bangladesh zijn drie populaties hoelok gibbons, een soort mensaap, meer dan gehalveerd tussen 1986 en 2006. Voornaamse oorzaak is verlies van leefgebied. De diersoort staat als bedreigd op de rode lijst van de IUCN.

Haaien en roggen
De populaties haaien en roggen zijn de afgelopen decennia met vele tientallen procenten gedaald. Belangrijkste directe oorzaak is vermoedelijk visserij. De diersoorten worden overbevist en zijn vaak bijvangst door vissers. Uit onderzoek blijkt dat jaarlijks naar schatting 100 miljoen haaien worden gedood om hun vlees en vinnen die vooral in Azië populair zijn. In het LPR is een telling uit Zuidoost-Australië opgenomen dat stelt dat de populaties van vijftien soorten haaien en roggen in 1996 al met 80 procent waren afgenomen vergeleken met twintig jaar eerder.

Slangen
In Groot-Brittannië, Frankrijk, en Italië gaat het slecht met slangen. Van zeker acht soorten is bekend dat de populaties alleen al tussen 1990 en 2009 ruim zijn gehalveerd. De oorzaak is vermoedelijk de achteruitgang van hun leefgbied en gebrek aan prooien. De slangen zijn daarmee ook een indicator voor andere soorten.

Dolfijnen
De populaties gewone dolfijnen in de Middellanse Zee nemen al sinds de de jaren zestig af. Een voorbeeld is het aantal gewone dolfijnen in de Ionische Zee dat tussen 1996 en 2007 bleek gedaald van 150 tot slechts vijftien dieren. Vermoedelijk zorgt overbevissing voor voedselgebrek voor de dolfijnen.
De Chinese vlagdolfijn die voorkwam in de Yangtze-rivier is de afgelopen jaren vermoedelijk uitgestorven. Wetenschappers hebben al jaren geen exemplaar meer aangetroffen. De diersoort is waarschijnlijk letterlijk ten onder gegaan aan het verstrikt raken in visnetten, achteruitgang van zijn leefgebied, overbevissing van zijn prooi (garnalen en vis) en scheepvaart. Wetenschappers analyseerden eind vorig jaar een traject van 3400 kilometer van de rivier Yangtze op aanwezigheid van rivierfolfijnen. Ook bij een onderzoek in 2006 werden geen exemplaren aangetroffen.

Kikkers
In het regenwoud van Puerto Rico worden diverse kikkersoorten sinds 2001 als uitgestorven beschouwd en blijken populaties van andere soorten sterk af te nemen. Het vermoeden bestaat dat de amfibieën te lijden hebben van een schimmel, die wereldwijd kikkersoorten aantast, en langere periodes van droogte als gevolg van klimaatverandering.

Leeuwen
In Mole National Park in Ghana is het aantal leeuwen de afgelopen veertig jaar met 90 procent ingestort. Waarschijnlijk is het doden van de dieren door mensen de hoofdoorzaak. De situatie is exemplarisch voor de zorgelijke staat waarin leeuwen in West- en Centraal Afrika verkeren.

Neushoorns
Volgens de meest recente wetenschappelijke data zijn de populaties witte en zwarte neushoorn tussen 1980 en 2006 met 63 procent afgenomen. De grootste daling deed zich voor in de jaren tachtig en negentig. Verlies van leefgebied was een belangrijke oorzaak. Betere bescherming en herintroducties in leefgebieden waar de neushoorn was verdwenen, heeft geresulteerd in een lichte toename van het aantal dieren. De laatste jaren is die trend ruw doorbroken door explosief gestegen stroperij. Criminele syndicaten doden op grote schaal neushoorns in beschermde gebieden voor hun hoorn die voor veel geld wordt verhandeld in Azië, met name Vietnam.

Nederland

Lepelaar
Het aantal broedparen lepelaars in Nederland zit voor natuurbescherming weer ruim op het niveau van eind negentiende eeuw: meer dan duizend. In de jaren zestig was de populatie door vergiftiging door gechloreerde koolwaterstoffen nog gedecimeerd tot broedparen.

Grauwe kiekendief
Door de intensieve landbouw waren er in de jaren tachtig nog maar enkele broedparen van de grauwe kiekendief over. Door de braaklegregeling van akkers in Oost-Groningen, een EU-maatregel in het begin van de jaren negentig, kon de grauwe kiekendief weer uitgroeien tot rond de 30 broedparen. Het grootste deel van de Nederlandse populatie leeft in Oost-Groningen. Het streven is om circa 60 broedparen te krijgen in Nederland.

Kerkuil
Na het dieptepunt van nog geen 100 broedparen in 1963 is de kerkuil sterk vooruitgegaan. De kerkuil heeft geprofiteerd van het ophangen van nestkasten door vrijwilligers. Ook het ontbreken van strenge winters in de laatste jaren was gunstig. In 2009 komen er naar schatting tussen de 1750 en 1900 broedparen voor.

Grutto
Met de weidevogels gaat het in Nederland nog wel slecht. De situatie van de grutto is zelfs alarmerend. Volgens een recente schatting van Sovon is de grutto in Nederland gedaald van circa 100.000 broedparen midden jaren tachtig naar een kleine 60.000 in 2004. Veel weidevogels zijn al vóór 1990 achteruitgegaan, voornamelijk als gevolg van de intensivering van de landbouw. Vooral in de jaren negentig zijn daarom uitgebreide maatregelen getroffen ter bescherming van weidevogels, zoals nestbescherming, aanpassingen in het maaibeheer en het instellen van reservaten. Desondanks is de achteruitgang van weidevogels niet gestopt. De afname van de grutto met ongeveer 40 procent is van internationaal belang, omdat Nederland ongeveer de helft van de Europese broedpopulatie herbergt. (bron: Compendium voor de Leefomgeving)

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet