NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Nieuwe strategieën om Noord-Nederland te beschermen tegen overstromingen

17 sept 2014

Lang hebben we in Nederland gedacht dat we veilig waren tegen overstromingen, zolang onze dijken maar hoog genoeg waren. Maar dijken blijven altijd kwetsbaar, onder andere vanwege de zeespiegelstijging. Daarom is in het Deltaprogramma het concept van ‘meerlaagsveiligheid’ geïntroduceerd. Alterra en HKV lijn in water pasten dit concept toe op de eilanden en de vastelandskust van Friesland en Groningen.

Binnen het concept meerlaagsveiligheid worden drie kustbeveiligingslagen onderscheiden:
- de preventie tegen overstromingen (de dijken),
- een aangepaste ruimtelijke inrichting van het achterland, en
- een plan voor rampenbeheersing.

“Ons onderzoek in Friesland en Groningen richtte zich op de tweede en derde laag van dit concept,” zegt Alterra-onderzoeker Judith Klostermann. “Wij hebben gekeken naar risicobeperkende maatregelen in het gebied, en waar mogelijk ook naar economische baten die met dezelfde maatregelen kunnen worden gegenereerd. Daarbij zijn bijvoorbeeld de agrarische en toeristische waarden van het waddengebied van belang, maar ook de vitale infrastructuur van de gas- en elektriciteitsproductie in Noord-Nederland, die voor heel Nederland van vitaal belang is. De Eemsdelta is om verschillende redenen zeer kwetsbaar. Een overstroming daar zou snel en diep zijn, en de energievoorziening zou zeer ontregeld raken.”

Eemsdelta extra kwetsbaar
Voor de Eemsdelta zijn in het onderzoek enkele varianten uitgewerkt die door de onderzoekers zijn beoordeeld op de effecten voor natuur, landschap, recreatie, kosteneffectiviteit en regionale economie. Door de open verbinding met de Waddenzee, het lokaal ontbreken van slaperdijken en de bodemdaling door gaswinning en veenoxidatie is dit gebied extra kwetsbaar voor zeespiegelstijging. Van de onderzochte opties werden ‘Potato Valley’ (een flinke dijk met daarachter aardappelteelt) en ‘Vette Vis’ (een zachte zoet-zout overgang met visteelt en natuur) als de meest realistische gezien.

Zelfredzaamheid vergroten met concrete informatie
Vanwege het grote vertrouwen van burgers in de eerste laag van de veiligheid (dijken) is de derde laag, en dan met name de zelfredzaamheid bij overstromingen, in Nederland nog slecht ontwikkeld. Gedetailleerde informatie is daarbij van groot belang: waar komt het water vandaan, en waar gaat het naartoe? De onderzoekers beschrijven een nieuwe evacuatiestrategie, een combinatie van horizontale en verticale evacuatie. Daaruit blijkt dat met name de Waddeneilanden nader bekeken moeten worden. Dit omdat ze tijdens een overstromingsramp vrijwel geheel op zichzelf zijn aangewezen, en omdat er veel onwetende toeristen op de eilanden zijn. Verticaal evacueren (iedereen naar een veilige hoge plek in het gebied zelf) is op de eilanden de enige mogelijkheid, maar kaarten met overstromingsrisico’s per eiland zijn nog niet beschikbaar.

Eerstelaags veiligheid blijkt het meest kosteneffectief
In de Eemsdelta is naast verticaal evacueren ook horizontaal evacueren (iedereen het gebied uit) een mogelijkheid. Dat laatste geldt voor kwetsbare mensen (in ziekenhuizen bijvoorbeeld) en voor mensen die op diepe plekken wonen. Anderen, en bijvoorbeeld ook veehouders, zouden op veilige plaatsen in het gebied zelf kunnen blijven. Is de overstroming eenmaal aan de gang, dan is verticale evacuatie nog de enige mogelijkheid omdat reizende personen erg kwetsbaar zijn bij een overstroming. Samenvattend zegt Judith Klostermann: “Eerstelaags veiligheid blijkt nog steeds het meest kosteneffectief omdat daarmee in één keer alles achter de dijk beschermd is. Daar waar dit niet kan, bijvoorbeeld in buitendijkse gebieden en delen van de Waddeneilanden, moet meer aandacht komen voor tweedelaags maatregelen. Derdelaags maatregelen zijn tot nu toe een ondergeschoven kindje. Daar is veel gedetailleerde kennis voor nodig die de veiligheidsregio’s in samenwerking met de waterbeheerders voor elk deelgebied zullen moeten ontwikkelen. Ik hoop dan ook dat deze twee soorten organisaties elkaar naar aanleiding van dit rapport weten te vinden. Pas daarna heeft het zin om naar de burgers te gaan communiceren over wat ze in hun situatie het beste kunnen doen.”

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet