NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Ruimtelijke samenhang van de Ecologische Hoofdstructuur, 1990- 2012

7 maart 2014

De oppervlakte natuur in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is sinds 1990 geleidelijk toegenomen, de ruimtelijke samenhang is minder gestegen en in de periode 2009 tot 2012 zelfs licht afgenomen.

Ruimtelijke samenhang van natuurgebieden onvoldoende voor veel soorten
Het Nederlandse natuurbeleid streeft naar duurzame condities voor het voortbestaan van alle in 1982 voorkomende soorten en populaties. Om flora- en faunasoorten in staat te stellen om op lange termijn te overleven en zich te ontwikkelen zijn vanuit ruimtelijk oogpunt twee zaken essentieel: het behoud van leefgebieden en de mogelijkheden om zich te kunnen verplaatsen tussen leefgebieden. De ruimtelijke condities zijn niet goed wanneer het leefgebied te klein is of te veel versnipperd. Veel soorten staan op de Rode Lijst vanwege de te beperkte ruimtelijke samenhang van de leefgebieden waarvan zij afhankelijk zijn.

Met de sinds 1990 toegenomen oppervlakte aan natuur, is ook de ruimtelijke samenhang van de natuur verbeterd. De toename in ruimtelijke samenhang blijft echter achter bij de doelstelling.
Ruimtelijke samenhang licht afgenomen door beleidswijziging

De berekende ruimtelijke samenhang in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is het laatste jaar licht afgenomen. Dit is een gevolg van de veranderingen in agrarisch natuurbeheer. Door wijzigingen in het beleid is een deel van het agrarisch natuurbeheer buiten de EHS geplaatst. Bij de berekening van de ruimtelijke samenhang van de EHS zijn die gebieden niet meegenomen. Door de beleidswijzigingen neemt de berekende ruimtelijke samenhang van de EHS tussen 2009 en 2012 licht af. De vraag is in hoeverre deze afname ook in de praktijk reŽel is. Daarnaast zijn de provincies momenteel bezig een definitieve begrenzing van de EHS vast te stellen.

Niet elk natuurgebied is even robuust
De ruimtelijke samenhang varieert tussen de Nederlandse natuurgebieden. Een deel van de gebieden zijn te klein of intern versnipperd om soorten die daar voorkomen duurzaam ruimte te bieden. Een ander deel van de gebieden is in potentie wel groot genoeg of voldoende onderling verbonden. Bij de huidige hoge milieudruk wordt deze potentie niet gerealiseerd. Voorbeelden van robuuste gebieden zijn de Veluwe, de Utrechtse heuvelrug en verschillende duingebieden. Veel van die gebieden zijn aangewezen als beschermd gebied voor de Europese Vogel- en/of Habitatrichtlijn.

Rijk en provincies willen ruimtelijke samenhang verbeteren
Met het Natuurnetwerk Nederland, dat in de wet de Ecologische Hoofdstructuur heet, wordt de totstandkoming van een samenhangend netwerk van natuurgebieden nagestreefd. Dit is de belangrijkste Nederlandse bijdrage aan het keren van de internationale achteruitgang van biodiversiteit. In 2013 zijn in het Natuurpact afspraken gemaakt tussen Rijk en provincies over het natuurbeleid en de groei van de EHS. Tot 2027 zou het areaal nieuwe natuur nog groeien met 40.000 hectare uitbreiding en circa 80.000 hectare inrichting. Een deel daarvan betreft de inrichting van al eerder verworven gronden. In de afspraken tussen Rijk en provincies is ook gesproken over het vergroten van de onderlinge samenhang tussen natuurgebieden. Provincies zullen hun plannen op dit gebied komende jaren verder uitwerken. Het Rijk zal daarnaast het Meerjarenprogramma Ontsnippering afronden om de 208 lokale knelpunten tussen EHS en bestaande rijksinfrastructuur op te heffen. Daarnaast wordt nieuwe infrastructuur ingepast binnen de wettelijke eisen.

Beleidsdoelstellingen
Deze indicator verwijst naar de volgende doelen en nationale belangen van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte :
Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn (leefbaar en veilig).
Nationaal belang 11: Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten.
Dezelfde indicator is een algemene biodiversiteitsindicator voor de Conventie van Biodiversiteit en refereert aan de algemene natuurdoelstelling ten aanzien van het streven naar duurzame condities voor het voortbestaan van alle in 1982 voorkomende soorten en populaties. Tevens streeft het beleid naar het verkorten van de Rode Lijsten.

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet