NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Herstel van Overijsselse weidevogels laat op zich wachten

18 febr 2014

Het gaat nog steeds niet goed met de weidevogels in Overijssel. De al jarenlange neerwaartse trend blijft doorgaan. Positief is dat op locaties waar veel wordt gedaan voor weidevogels, zoals in delen van de polder Mastenbroek, herstel mogelijk is. Belangrijke voorwaarden hierbij zijn vernatting (doelbewust de waterstand verhogen), kruidenrijke percelen, later in het jaar maaien en maatwerk in werkzaamheden op het land zodat jonge vogels kunnen uitvliegen. Maar aan de gevolgen van een lang koud voorjaar valt weinig te doen.

Negatieve trend voor de meeste soorten
Het gaat steeds slechter met de meeste Overijsselse weidevogels. Van de aantallen uit 1994 (het eerste jaar van het meetnet) is nog maar 42% over. Eerst waren het vooral de Grutto en de Veldleeuwerik die in aantallen afnamen. Sinds 2000 gaat het echter ook slecht met de Scholekster en de Kievit. In verschillende delen van Salland en Twente zijn ze nu vrijwel verdwenen. Maar ook in sommige polders in West-Overijssel is sprake zijn van een achteruitgang. De situatie is gunstiger in de door agrarische natuurverenigingen ingerichte en beheerde gebieden (bijv. Lierder- en Molenbroek) en delen van de polder Mastenbroek. De Kievit is nog steeds de meeste voorkomende weidevogel, gevolgd door de Grutto. De Scholekster en de Wulp komen duidelijk minder voor
.
De neerwaartse trend voor de Veldleeuwerik zet door. De Tureluur weet zich redelijk te handhaven. Voor twee kleine, minder opvallende soorten van het open landschap, de Graspieper en de Gele kwikstaart, geldt dat de aantallen constant bleven of iets toenamen. Het zijn soorten die vooral broeden aan randen van percelen of op akkers en daardoor iets minder last hebben van het vroege maaien.

Langdurig koud voorjaar
Als Grutto's uit Afrika in het broedgebied aankomen moeten ze eerst de gelegenheid hebben om genoeg te eten om aan te sterken. Door de vorst en koude in ons land was dit in het voorjaar van 2013 haast onmogelijk. Mogelijk hebben paren vanwege een onvoldoende lichamelijk conditie afgezien van broeden.
Ook de Kieviten hadden een slechtere start vanwege het koude voorjaar, wat deels de afname in het aantal broedparen verklaart.
Op diverse locaties verschenen minder vogels dan in voorgaande jaren. Door de kou kwam de groei van gras maar langzaam op gang, waardoor het maaien ook erg laat begon.

In 2013 veel Grutto's met jongen
De Grutto is voor het weidevogelbeleid een belangrijke soort. Van deze soort wordt het broedsucces gemeten aan de hand van het aantal paren met jongen. Als een nest uitkomt hoeft er nog geen sprake te zijn van succes. Het gaat om het aantal jongen dat opgroeit en volwassen wordt. In 2013 was 66% van de paren succesvol. Ze hadden in de laatste week van mei ÚÚn of meerdere jongen. Uit onderzoek is bekend dat 60% van de paren jongen moet grootbrengen om achteruitgang tegen te gaan. Onbekend is hoeveel jongen alsnog gedood zijn bij het massale maaien dat eind mei plaatsvond en waarbij in sommige gebieden in korte tijd bijna al het gras werd geoogst.

Het belang van reservaten
De aanwezigheid van een aantal weidevogels, overwegend zeldzame soorten, is nu vrijwel beperkt tot reservaten, die beheerd worden door natuurorganisaties. Het gaat om de Watersnip, Zomertaling, Slobeend en Wintertaling. De Roodborsttapuit, voorheen een soort van heide en moerassen, heeft in de periode 2005-2009 een sterke opmars gekend en is op diverse plekken voor het eerst verschenen. Het gaat dan om kruidenrijke perceelranden met bramen die gelegen zijn in de buurt van grote natuurreservaten.

Inspanning boeren heeft positief effect
In een gebied met beheerovereenkomsten (boeren krijgen vergoeding voor het later maaien, vaak in juni) geldt dat dichtheden van o.a. de Grutto, de Wulp en de Tureluur gemiddeld hoger zijn dan in gebieden zonder deze overeenkomsten. Overeenkomsten zijn het meest effectief als ze worden gesloten voor grotere aaneengesloten gebieden.

Vanaf 2010 zijn de agrarische natuurverenigingen (als gebiedsco÷rdinatoren) verantwoordelijk voor de uitvoering van het weidevogelbeleid voor de goede weidevogelgebieden in Overijssel. Dit vindt gebiedsgericht plaats. Samen met agrariŰrs, weidevogelbeschermers, wildbeheereenheden en natuurbeschermingsorganisaties wordt per gebied een collectief weidevogelbeheerplan opgesteld. De verwachting is dat deze gezamenlijke gebiedsgerichte aanpak de komende jaren tot betere resultaten zal leiden.

Weidevogelmeetnet volgt ontwikkeling aantal weidevogels
De informatie over de ontwikkelingen van de weidevogels is gebaseerd op het door de Provincie Overijssel in 1994 gestarte weidevogelmeetnet. Dit meetnet is bedoeld om de ontwikkelingen van de aantallen broedende weidevogels te volgen. Om het jaar wordt van 45 locaties (locaties zijn tussen de 50-100 ha groot) de weidevogelstand vastgesteld. Metingen werden in 2013 uitgevoerd door het bureau EcoGroen Advies uit Zwolle. Het weidevogelmeetnet is opgenomen in de Atlas van Overijssel.

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet