NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

De weg naar het agrarisch natuurbeheer in 2016: interview met Jan Jacob van Dijk

4 febr 2014

Rijkere natuur, meer samenwerking, minder kosten: het adagium
vanJan Jacob Van Dijkhet Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer 2016. De provincies, het rijk en agrarische collectieven hebben de bouwstenen in huis. “Het draait om gedeelde verantwoordelijkheid en vergaande samenwerking” legt IPO-portefeuillehouder Jan Jacob van Dijk ( gedeputeerde Gelderland) uit. Over twee jaar moet het nieuwe agrarisch natuurbeheer uitgerold worden over Nederland. “We hebben tot 2016 om samen gestalte te geven aan de nieuwe aanpak. Het gezamenlijk pionieren maakt het proces niet alleen uniek, maar
vormt ook de sleutel tot het succes”.

Drie pijlers
Met het Natuurpact 2013 hebben provincies de integrale verantwoordelijkheid voor het natuurbeleid op zich genomen. “De efficiency en effectiviteit van het Nederlands agrarisch natuurbeheer liet volgens critici te wensen over. Er werd veel geld in gepompt maar het effect op de natuur in haar totaliteit was volgens hen niet in verhouding. De criticasters beschouwden het als een vorm van inkomensondersteuning in plaats van natuurbeleid.” Van Dijk geeft aan dat de nieuwe aanpak gericht is op effectiviteit en duurzame natuur. Het rust op drie pijlers. Ten eerste, meer aaneengesloten gebieden die onder de verantwoordelijkheid van een (agrarisch) collectief vallen in plaats van versnipperde kleine gebieden met diverse beheerders. Ten tweede streeft de nieuwe aanpak continuïteit na. “Door in collectieven samen te werken, wordt het lastiger om na een bepaalde periode te stoppen met agrarisch natuurbeheer. Daarmee wordt het resultaat verhoogd”.

De derde pijler is de kostenverlaging. “De uitvoeringslasten vormden een onacceptabel groot deel van de kosten. We maken het nu goedkoper, makkelijker en dichter bij de mensen”. Een belangrijk winstpunt is de afname van de administratieve lastendruk. Niet langer dienen individuele agrariërs maar de collectieven subsidieaanvragen in bij de provincies. Voor het welslagen van deze nieuwe collectieven dragen de provincies een extra steentje bij. “We zullen de collectieven niet alleen ondersteunen en begeleiden, maar ze ook aansporen op zoek te gaan naar nieuwe – niet agrarische - partners. Het is goed denkbaar dat bijvoorbeeld particulieren, betrokken burgers of organisaties zoals de vogelbescherming waardevolle input hebben.”
Samenwerkingspartners
Meer akker- en weidevogels is de zichtbare stip aan de horizon voor de natuurliefhebber. Voor de instandhouding van de soorten wordt specifiek ingezet op meest kansrijke plekken. In praktische zin houdt dat in dat de provincie en het collectief elkaar vinden. De provincie schrijft het natuurbeheerplan. Het collectief offreert een pakket maatregelen. Het afstemmen kan beginnen. Van Dijk benadrukt dat de rijksoverheid de belangrijke derde partner is. “Den Haag moet aan Europa verantwoording afleggen voor de besteding van de Europese subsidies en voor de uitvoering van bijvoorbeeld de Habitat- en Vogelrichtlijn”.

“De provincies vormen misschien de spil van de nieuwe aanpak, maar zonder de andere partners draaien we alleen maar om onszelf heen.” Van Dijk verwijst naar de zeer geslaagde bijeenkomst enkele dagen geleden waarop de drie-eenheid van provincies, rijk en collectieven het startschot gaf op weg naar 2016. “Over twee jaar moet het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer draaien, 2015 staat in het teken van de collectieven. We moeten nu tijd en vooral kwaliteit steken in de realisatie van de aanpak.” Op de startbijeenkomst kondigden de provincies aan binnen een half jaar weer alle partners bijeen te brengen.

Europese aandacht
De Hollandse aanpak op weg naar meer efficiency en effectiviteit in het natuurbeheer heeft al de buitenlandse aandacht getrokken. “We zijn echt aan het pionieren in Nederland, en wie weet wordt onze werkwijze wel overgenomen door andere Europese landen” aldus Van Dijk. De Europese Commissie zal zich nog buigen over de werkwijze met de collectieven in het kader van het toekomstig Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, maar een nieuwe variant op het Nederlands poldermodel is wel degelijk in de maak. Daarmee is de cirkel weer rond: de eerste variant op het poldermodel kwam ook uit agrarische hoek toen in de middeleeuwen de boeren – alleen via samenwerking met de stedelingen en overige burgers - dijken bouwden voor droge voeten. Anno 2014 is het de natuur…

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet