NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Overeenstemming aanpak zorgvuldige veehouderij Brabant

23 jan 2014

Aan de vooravond van het politieke debat over de veehouderij zijn belangrijke maatschappelijke partners onderling tot overeenstemming gekomen over de aanpak van overbelaste gebieden en melkveehouderijen dichtbij dorpskernen en natuurgebieden.
Landelijk gebied

Dit waren de belangrijkste resterende bezwaren van de partijen tegen de voorgenomen provinciale maatregelen om de veehouderij in Brabant duurzamer te maken.

Toonaangevend
Brabant is nu al een internationale toonaangevende regio op het gebied van agrofood. De partijen hebben de ambitie in de toekomst tot de meest innovatieve en duurzame agrofoodregio’s van Europa te behoren. De transitie naar een zorgvuldige veehouderij is erop gericht op die positie van Brabant te versterken en tegelijk een betere balans te krijgen tussen agrarische ondernemingen en hun omgeving.

Overeenstemming
De partijen, die onderling overeenstemming hebben bereikt, zijn de ZLTO, de Brabantse Milieufederatie, de Provinciale Raad Gezondheid, GGD’en, een vertegenwoordiging van Brabantse gemeenten vanuit de provinciebrede stuurgroep Dynamisch platteland en Gedeputeerde Staten. Bij een themabijeenkomst van het Brabantberaad op 16 januari waren de partijen al dicht tot elkaar genaderd en spraken hun vertrouwen uit dat ze er met elkaar uit zouden komen. Op initiatief van gedeputeerde Yves de Boer maakten alle partijen de agenda vrij op maandag 20 januari om tot overeenstemming te komen. “Dat we er met elkaar uitgekomen zijn, vind ik een sprekend voorbeeld van de Brabantse aanpak,” aldus Yves de Boer. “We debatteerden op het scherpst van de snede in de volle wetenschap dat we er met elkaar uit wilden komen. We zien namelijk allemaal de noodzaak van de transitie naar een zorgvuldige veehouderij. Ik beschouw dit als een mooi tussenresultaat, maar hou tegelijk in gedachte dat we in de komende zeven jaar nog veel moeten doen.”

Urgentiegebieden
De overlast in de Peel en Kempen wordt voortvarend aangepakt. De gemeenten maken samen met boeren, burgers en banken voor zogenoemde urgentiegebieden een plan van aanpak dat er toe moet leiden dat er in Brabant in 2020 geen overlast meer is. Urgentiegebieden zijn gebieden waar geurhinder, de hoeveelheid fijn stof en de beleefde kwaliteit van de woonomgeving onder de maat zijn. Rond de zomer zijn de urgentiegebieden bekend, waarbij gemeenten en provincie nauw samenwerken. Hiervoor formuleren gemeenten met betrokken een verbeterplan. Onderdeel hiervan is dat in een urgentiegebied geen ontwikkelingen meer plaats vinden, tenzij die bijdragen aan het verminderen van de overlast. In afwachting van de formele vaststelling van de lijst met urgentiegebieden handelt de gemeente als marktmeester om nieuwe ontwikkelingen slechts mogelijk te maken als daarvoor in de plaats een ander bedrijf uit dat urgentiegebied gestopt is. De veestapel kan in een urgentiegebied dan niet meer toenemen.

Melkveehouderij
De partijen onderschrijven het belang van niet-intensieve, grondgebonden melkveehouderijen dichtbij dorpskernen en natuurgebieden. In plaats van een norm die een maximum stelt aan het aantal koeien per hectare, kiezen de partijen ervoor dat een ondernemer via de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV) aantoont dat zijn bedrijf grondgebonden is als hij wil ontwikkelen. Hierbij is de mate waarin een bedrijf de mest op eigen grond kan aanwenden en zijn ruwvoer uit eigen regio kan betrekken, in hoge mate bepalend. Het is de bedoeling dat uiteindelijk certificaten in de keten de grondgebondenheid borgen.

Milieunormen en BZV
Al eerder konden de partijen zich vinden in voorstellen tot aanpassing van de BZV en het opnemen van een bovengrens voor de achtergrondconcentratie van geur en fijn stof. Het opnemen van zo’n bovengrens is belangrijk om nieuwe urgentiegebieden te voorkomen. Zowel de BZV als normen voor geur en fijn stof zijn belangrijke maatregelen om de volksgezondheid in Brabant te verbeteren.

Provinciale Staten
Vorig jaar februari bereikten een groot aantal maatschappelijke partners al overeenstemming over de langetermijndoelen voor de Brabantse veehouderij. Tijdens het Brabantberaad ondersteunden zij de denklijn van Gedeputeerde Staten dat ontwikkelruimte verdiend moet worden, maar niet onbegrensd is. In maart 2013 gaven Provinciale Staten ook hun steun aan deze denklijn. Gedeputeerde Staten hebben in augustus een bredere uitvoeringsagenda vastgesteld waarin naast regelgeving ook wordt ingezet op samenwerking en innovatiekracht. De denklijn is nu vertaald naar provinciale maatregelen, verwoord in de Structuurvisie ruimte en Verordening ruimte. Later deze maand bespreken statenleden de voorstellen in commissieverband met het oog op definitieve besluitvorming door Provinciale Staten op 7 februari.

Reacties partners


  • Hans Huijbers, bestuursvoorzitter ZLTO: “We zijn het op hoofdlijnen eens kunnen worden. Dat is een belangrijke constatering. Het Brabants model heeft gewerkt. Laten we dit vasthouden in de stappen die nog komen en niet de normen in Brabant scherper stellen dan het Rijksbeleid.”
  • Nol Verdaasdonk, directeur Brabantse Milieufederatie: “Het Brabantberaad heeft een eerste stap gezet op de weg naar een herstel van de balans tussen veehouderij, samenleving, volksgezondheid, bewoners en natuur en landschap. Nog meerdere stappen zijn noodzakelijk maar deze eerste is een goede start.”
  • Mariet Paes, directeur Provinciale Raad Gezondheid: “Er is een eerste stap gezet om volksgezondheid op te nemen in de in de eerste versie van de BZV. Ook is gezamenlijk geconstateerd dat er gewerkt moet worden om aandacht voor volksgezondheid verder te verankeren. Daar wordt door de ZLTO en de gezondheidssector samen de schouders onder gezet. Een andere belangrijke afspraak vinden wij de verplichte dialoog met de burgers uit de omgeving. Zowel bij ontwikkeling op bedrijfsniveau als op gebiedsniveau.”
  • Piet Machielsen, wethouder gemeente Oirschot: “Voor de gemeenten is belangrijk dat er nu een concrete maatlat ligt, waarmee overheid, burger en boer een handvat hebben om ontwikkeling en leefbaarheid in het buitengebied in balans te brengen. Verder is voor gemeenten cruciaal dat er met deze afspraken perspectief is gecreëerd op echte verbetering van de leefbaarheid in overbelaste gebieden.”
  • Yves de Boer, gedeputeerde Ruimtelijke ontwikkeling: “Dat we er met elkaar uitgekomen zijn, vind ik een sprekend voorbeeld van de Brabantse aanpak. We debatteerden op het scherpst van de snede in de volle wetenschap dat we er met elkaar uit wilden komen. We zien namelijk allemaal de noodzaak van de transitie naar een zorgvuldige veehouderij. Ik beschouw dit als een mooi tussenresultaat, maar hou tegelijk in gedachte dat we in de komende zeven jaar nog veel moeten doen.”


    Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet