NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Gevaarlijke reizen van roofvogels minder gevaarlijk dan gedacht

17 sept 2013

Op dit moment zijn trekvogels weer bezig met hun gevaarlijke reizen naar het zuiden. Gevaarlijk? Dat is vooral onze antropocentrische visie op de lange tochten naar Afrika waarbij ook nog eens barričres als de Middellandse Zee en de Sahara overgestoken moeten worden. Want hoe gevaarlijk zijn die reizen nu echt voor trekvogels, of is het iets dat ze ’gewoon doen’? Deze vraag houdt trekvogelonderzoekers al heel lang bezig, maar het bleek bijzonder lastig te zijn om de gevaren van de trek goed in kaart te brengen. Maar het is een internationale groep onderzoekers nu gelukt door op een rij te zetten waar en wanneer met satellietzenders uitgeruste roofvogels gedurende het jaar sterven. Het blijkt dat migratie minder gevaarlijk is dan over het algemeen werd gedacht, hoewel de oversteek van de Sahara in het voorjaar relatief veel slachtoffers maakt.

Met behulp van satellietzenders is het mogelijk om de bewegingen van individuele vogels jaarrond te volgen. Het is dan ook een door onderzoekers veel gebruikte techniek om routes en overwinteringsgebieden van trekvogels in kaart te brengen. Dit heeft ons veel geleerd over hoe trekvogels hun reizen precies indelen en welke gebieden daarbij belangrijk zijn. Een nadeel van satellietzenders is echter dat ze duur zijn, dus het is altijd even slikken voor de onderzoeker als er weer een vogel wegvalt, nog afgezien van de emotie bij het sterven van een individu dat je in de loop van de tijd steeds beter bent gaan kennen.

Tenzij je er natuurlijk juist in geďnteresseerd bent waar en wanneer trekvogels sterven, bijvoorbeeld omdat je wilt uitzoeken wat het relatieve belang van sterfte tijdens de trekperiodes is in de totale jaarlijkse mortaliteit. Want het was feitelijk onbekend hoe gevaarlijk de reizen zijn die de trekvogels twee maal per jaar maken, terwijl dit cruciale informatie is voor bijvoorbeeld de bescherming van trekvogels. In 2002 berekenden twee Amerikaanse onderzoekers dat maar liefst 85 procent van de jaarlijkse sterfte van hun ’Black-throated Blue Warblers’ tijdens de trekperiodes optrad, en dit getal is vervolgens altijd gebruikt om te onderstrepen hoe gevaarlijk de trek wel niet is, ondanks het feit dat het percentage op indirect bewijs gebaseerd was.

Toen trekvogelonderzoekers van de Universiteit van Lund, Zweden zich het belang van de sterfgevallen van hun met satellietzenders uitgeruste Visarenden en Bruine kiekendieven realiseerden, werd een overzicht opgesteld. Al gauw bleek echter dat hun toch indrukwekkende dataset bestaande uit 35 adulte vogels niet toereikend was. Pas toen de data van ’onze’ 34 (!) met zenders gevolgde adulte Grauwe kiekendieven werden toegevoegd werd inzicht verkregen in de mortaliteit door het jaar heen. De dataset verzameld door de Werkgroep Grauwe Kiekendief is in meerdere opzichten bijzonder te noemen. Uniek is bijvoorbeeld dat er kiekendieven zijn gezenderd in vijf verschillende landen. Daarnaast is het volgend jaar alweer het tiende jaar dat er kiekendieven gezenderd worden. Dusdanig langdurige en grootschalige studies zijn belangrijk om tot een adequate bescherming van de soort te komen, maar studies van dit kaliber zijn in de wereld uiterst zeldzaam.

Nadat de patronen in mortaliteit op een rij waren gezet bleek allereerst dat de dagelijkse kans dat een roofvogel stierf ongeveer zes keer hoger was tijdens de trektijd dan in het broedseizoen en de winter. Dus, ja, migratie is een relatief gevaarlijke bezigheid. Echter, omdat migratieperiodes veel korter zijn dan de tijd die de vogels doorbrengen in het broed- en overwinteringsgebied was de totale mortaliteit vrijwel hetzelfde voor de verschillende periodes. Met andere woorden, de dagelijkse kans dat je doodgaat mag dan wel veel hoger zijn tijdens de trek, maar omdat de trek relatief snel verloopt is de totale kans dat je sterft tijdens de trekperiode niet anders dan de kans dat je sterft tijdens de zomer of winter. In totaal bleek ‘slechts’ 55 procent van de jaarlijkse sterfte direct gerelateerd te zijn aan migratie, nog steeds een groot aandeel, maar minder dan algemeen aangenomen.

Het laagst was de sterfte tijdens de winter, met name als we kijken naar de dagelijkse sterftekans. Dit is opmerkelijk omdat we er eigenlijk van uitgaan dat onze trekvogels het erg moeilijk hebben in Afrika. Immers, monitoringtrends laten duidelijk zien dat juist trekvogels sterk in aantallen achteruit gaan.
De gevaarlijkste periode bleek de voorjaarstrek te zijn, en dan met name de oversteek van de Sahara. Elf van de 15 sterfgevallen die we registreerden tijdens de voorjaarstrek hadden te maken met de Saharapassage. Blijkbaar is het oversteken van deze natuurlijke barričre in het voorjaar een probleem wanneer de trekvogels daar met tegenwind geconfronteerd worden en ook de woestijn op z’n breedst is omdat de Sahel gedurende de winter helemaal is uitgedroogd. In het najaar stierven de roofvogels juist vooral in Europa (9 van de 12 sterfgevallen), wat mogelijk een indirect effect is van de grote inspanningen die zijn geleverd tijdens het broedseizoen.

Met behulp van satellietzenders hebben we unieke inzichten verkregen over waar en wanneer Visarenden, Bruine kiekendieven en Grauwe kiekendieven dood gaan. Het is de uitdaging voor de toekomst om deze patronen ook in kaart te brengen voor andere soorten trekvogels zoals steltlopers en zangvogels om een compleet beeld te krijgen van de gevaren van de trek.


Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet