NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Agrarisch natuurbeheer kŕn bijdragen aan natuurwaarden

5 juni 2013

Onlangs bracht de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur een advies uit waarin kritisch werd geschreven over agrarisch natuurbeheer. “Terecht,” zegt Alterra-onderzoeker Dick Melman. “Maar dat wil niet zeggen dat agrarisch natuurbeheer in zijn totaliteit een fiasco is, zoals sommige nieuwsmedia berichtten. De potentiele betekenis van agrarisch natuurbeheer kan wel degelijk groot zijn.” Melman publiceerde zijn bevindingen in het rapport ‘Agrarische bedrijfsvoering en biodiversiteit’.

Dick Melman onderzocht met collega’s of agrarisch natuurbeheer effectief kan zijn, en op welke plekken. Zij hebben daartoe een beknopt overzicht samengesteld van de geschiedenis van het agrarisch natuurbeheer, gericht op de lessen die we ervan kunnen leren. Met landsdekkende bestanden van Floron en Sovon is een analyse uitgevoerd naar de spreiding van planten- en vogelsoorten waarvoor agrarisch natuurbeheer van betekenis zou kunnen zijn. De centrale vraag in het onderzoek luidde: waar in Nederland kunnen agrarische bedrijven bijdragen aan een versterking van de biodiversiteit?

Dick Melman: ”Sinds de jaren tachtig is een belangrijke rol toebedacht aan de agrarische bedrijfstak bij het versterken van de biodiversiteit in het landelijk gebied. Tot nu toe is de effectiviteit gemiddeld genomen niet bevredigend. Dat heeft de Raad voor de leefomgeving ook duidelijk aangetoond. Maar daarmee hoeft natuurbeheer door agrariërs niet afgeschoten te worden. De effectiviteit kan aanmerkelijk verbeterd worden door meer aandacht te besteden aan gebiedsselectie.”

Voor planten en vogels is onderzocht waar de gebieden liggen waarvoor de inzet van agrarisch natuurbeheer zinvol kan zijn. Voor planten is dit een beperkt areaal, dat zijn vooral gebieden die grenzen aan natuurgebieden (tot 200 ŕ 300 meter afstand). Voor vogels ligt dit ruimer. Van de vier belangrijkste weidevogelsoorten komt - afhankelijk van de soort - nog altijd 30 tot 80 procent voor in gangbaar beheerd gebied, 10 tot 40 procent in gebieden met agrarisch natuurbeheer en 10 tot 30 procent in reservaten. Het agrarisch gebied biedt ook mogelijkheden voor soorten van bosjes en houtwallen. Dick Melman: “In totaal biedt op basis van de al aanwezige biodiversiteit zo’n 40 procent van het agrarisch gebruikte gebied mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer. Voor een effectief beheer is een kerngebiedenbenadering echter essentieel, dat is actueel voor weidevogels, maar geldt ook voor andere soorten. We moeten onze aandacht richten op de meest kansrijke gebieden en daar aan alle factoren aandacht schenken.”

Boeren zijn niet alleen betrokken bij agrarisch natuurbeheer, maar ook bij het beheer van andere natuur. Agrarische bedrijven zijn belangrijke beheerders van natuurgebieden. Het gaat om zo’n 150.000 ha natuurgebied, beheerd door zo’n 5000 bedrijven, waar graasdierbedrijven een belangrijk deel van uitmaken. Deze bedrijven doen het relatief goed en lijken daarom volgens de onderzoekers een goed toekomstperspectief te hebben. Zowel voor agrarisch natuurbeheer als voor natuurbeheer door agrariërs zien zij mogelijkheden om via innovaties hun rol voor de biodiversiteit te versterken.


Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet