NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Agrarisch natuurbeheer essentieel voor natuurkwaliteit

16 mei 2013

Agrarisch natuurbeheer vormt een onmisbare schakel voor het toekomstig natuurbeheer in ons land. Daarbij gaat het zowel om het verbinden van natuurgebieden als het potentiële belang van landbouwgebieden voor natuur. Dus niet terug naar een scheiding van landbouw en natuur, maar juist extra inzetten op meer en effectief agrarisch natuurbeheer in die landbouwgebieden waar er echt kansen liggen voor meer natuurresultaat.

Dit zeggen LTO Nederland en de vier koepels van agrarische natuurverenigingen in een reactie op het advies ‘Onbeperkt houdbaar’, dat de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) vanmiddag in Den Haag presenteert.

“Voor een herstel van de biodiversiteit is agrarisch natuurbeheer een van de belangrijkste instrumenten. De Raad constateert terecht dat de effectiviteit te wensen overlaat. Maar daaraan wordt hard gewerkt in de vorm van een nieuw stelsel met een integrale aanpak op gebiedsniveau en meer nadruk op ecologische effectiviteit. Met Rijk en provincies zijn over de stelselwijziging al afspraken gemaakt. Het doel is immers het gewenste beheer op de goede plek”, stelt LTO-bestuurder Siem Jan Schenk.

In het advies worden de inspanningen voor natuur in landbouwgebieden een fiasco genoemd. Jos Roemaat reageert namens de gezamenlijke agrarische natuurverenigingen kritisch: “Die kwalificatie kan de Rli niet waarmaken. Ten eerste is de conclusie gebaseerd op een beperkt en eenzijdig aantal bronnen en ten tweede is niet bekend hoe de natuurontwikkeling zou zijn geweest zonder agrarisch natuurbeheer. De positieve resultaten van de laatste jaren waarin we het beheer anders organiseren zijn gewoon weggelaten.”

Notoire critici
Het advies schiet door in haar kritiek op het agrarisch natuurbeheer, vinden LTO en de gezamenlijke natuurverenigingen. Het oordeel in het rapport lijkt nu vooral gebaseerd op publicaties van enkele notoire critici van het agrarisch natuurbeheer. De trendbreuk in de ontwikkeling van bijvoorbeeld het aantal weidevogels, waarover SOVON onlangs publiceerde, blijft onbesproken. Roemaat: “Dit alles past niet bij het uitgebalanceerde karakter dat het advies wil uitstralen.”

Schenk stoort zich aan het beeld dat in het rapport wordt geschetst van een agrarische sector die de achteruitgang van de biodiversiteit in ons land in de schoenen geschoven krijgt. “De bevolking is sinds 1950 met zeven miljoen gegroeid, de industrie kwam sterk op, de infrastructuur is ingrijpend veranderd en het landelijk gebied is versnipperd geraakt. Om de achteruitgang van natuur en biodiversiteit in het landelijk gebied te stoppen is het gebruik van bestrijdingsmiddelen en meststoffen sterk verminderd. In zijn voorlaatste advies over duurzame landbouw constateert de Rli nota bene dat, waar het om de invloed van land- en tuinbouw op de biodiversiteit gaat, er juist vooruitgang is geboekt.

Meten met twee maten
Het agrarisch cultuurlandschap levert bij uitstek een bijdrage aan groenblauwe dooradering van het landelijk gebied met natuur én landbouw, menen Schenk en Roemaat. Het accent in het Rli-advies op natuurgebieden en een sterkere scheiding van functies is opmerkelijk: het advies legt wel de nadruk op het falen van het agrarisch natuurbeheer, maar bevat geen bewijzen voor de effectiviteit van het overige natuurbeheer. “Dat lijkt op meten met twee maten”, aldus Roemaat. “Kwalijk is ook dat het rapport verkeerde cijfers noemt waar het gaat om de oppervlakte en kosten van het agrarisch natuurbeheer in vergelijking met het overige natuurbeheer. Al met al draagt de Raad met dit advies bij aan de polarisatie tussen landbouw en natuur en niet aan een natuurrijk platteland.”

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet