NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Voldoende vangstmogelijkheden voor Nederlandse vissers

20 dec 2012

In 2013 mogen de Nederlandse schol- en tongvissers net zo vaak uitvaren als in 2012. Het is de Nederlandse delegatie bij de jaarlijkse Visserijraad gelukt om in Brussel het aantal zeedagen (dagen waarop vissers mogen uitvaren) voor 2013 op hetzelfde peil te houden als in 2012. Dit geldt ook voor de kabeljauwvisserij.

Voor de Nederlandse visserij is het belangrijk omdat er een voorstel op tafel werd gelegd waarmee het aantal dagen op zee voor de vissers aanzienlijk werd teruggeschroefd. Door het handhaven van het aantal zeedagen blijft het mogelijk de toegewezen quota ook daadwerkelijk te vangen. Voor de Nederlandse visserij is dit belangrijk omdat de hoeveelheid zeedagen door de visserijsector nu al als krap wordt ervaren.

Meer schol, minder tong
De Europese visserijministers hebben verder bepaald dat er volgend jaar meer schol maar minder tong gevangen mag worden. Dit zijn 2 belangrijke vissoorten voor de Nederlandse visserijsector. Voor schol en de vissoorten kabeljauw, haring, wijting en makreel, moeten de precieze vangsthoeveelheden (Total Allowable Catch,TAC) nog worden vastgesteld omdat de onderhandelingen tussen de Europese Unie en Noorwegen over de toegang tot elkaars wateren nog niet zijn afgerond. Daarom zijn de vangsthoeveelheden voor 2013 voorlopig vastgesteld op 70% van het niveau van 2012. In januari worden de besprekingen met Noorwegen voortgezet en kunnen de vangsthoeveelheden definitief worden aangepast.

Tong en schol zijn de belangrijkste vissoorten voor de Nederlandse visserij. Om de visstand van deze soorten goed te beheren, geldt er sinds 2007 een meerjarig Europees beheerplan in de Noordzee. Dankzij dit plan gaat het nu goed met de visstand van schol. Voor de vissoorten horsmakreel en zilversmelt mag evenveel als vorig jaar gevangen worden.

Kabeljauwherstelplan
Ook voor kabeljauw geldt dat de uiteindelijke vangstlimiet pas kan worden vastgesteld wanneer de onderhandelingen tussen de Europese Unie en Noorwegen over de toegang tot elkaars wateren is afgerond. Nederland heeft samen met een aantal andere lidstaten rond de Noordzee er wel alvast voor kunnen zorgen dat het aantal zeedagen voor deze vis in 2013 gelijk blijft aan dat van 2012. Omdat de kabeljauwbestanden zich minder goed herstellen dan eerder verwacht werd, heeft Nederland aangegeven dat het bij de verdere onderhandelingen met Noorwegen het wetenschappelijk advies om de vangsthoeveelheid met 20% te reduceren, wil opvolgen. Het besluit over de kabeljauwvangst werd tot spijt van Nederland genomen zonder daarbij advies van het Europees Parlement te betrekken. Nederland vindt dat het Europees Parlement volledig betrokken moet worden bij het opstellen van herstel- en meerjarenplannen.

Innovatie in de visserij
Nederland hecht veel waarde aan hervormingen binnen het visserijbeleid en steunt daarom een innovatief experiment waarbij visserij volledig gedocumenteerd wordt, inclusief camera’s. Dit om de transparantie binnen de visserij te verhogen. Op aandringen van Nederland zijn tijdens de Raad hindernissen weggenomen zodat dit experiment aansluit op de Nederlandse praktijk van de ruil van vangstmogelijkheden. Draagvlak bij de vissers is van groot belang voor het welslagen van dit project.

Vaststellen visquota
Elk jaar stellen de Europese visserijministers de totale vangsthoeveelheden (total allowable catches, TAC's) vast voor de verschillende vissoorten. Zij doen dat op basis van adviezen van internationale visserijbiologen van de International Council on the Exploration of the Sea (ICES), de Scientific Technical Economical Committee on Fisheries (STECF), en de Regionale Advies Raden (RACs). De totaal toegestane Europese vangsthoeveelheden worden volgens een verdeelsleutel in nationale quota opgedeeld en aan de afzonderlijke EU-lidstaten toegewezen.


Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet