NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Ooievaars IJsselvallei hebben gevarieerder landschap nodig

14 dec 2011

Ooievaars worden in de belangrijke periode dat er eieren en jongen zijn aangetrokken door poelen. Dat is te lezen in een onlangs verschenen rapport van SOVON Vogelonderzoek. In 2009 en 2010 deed SOVON een studie naar de habitatkeuze van ooievaars in de IJsselvallei. Belangrijkste onderzoeksvraag was: waar foerageren vrij levende ooievaars in de broedtijd? Ook de relatie tussen het grondgebruik en het habitatgebruik in de loop van het seizoen werd onderzocht. De aantrekkingskracht van poelen is vermoedelijk te verklaren uit het aanbod aan amfibieŽn en andere watergebonden prooidieren.

Naast poelen prefereren ooievaars in de jongenfase kruidenrijke randen van percelen, waar veel insecten en muizen voorkomen. Akkers werden gemeden; ooievaars zoeken liever hun voedsel op graslanden, vooral als die pas gemaaid zijn. Hier is het voedsel makkelijk te vinden. Verder zijn graslandpercelen met ganzenopvang aantrekkelijk voor ooievaars.

Broedsucces te laag
Opvallend was dat ooievaars veel kleine prooien eten, die nauwelijks te determineren waren: vermoedelijk vooral regenwormen en insecten zoals emelten. Het lijkt erop dat het aanbod aan grote prooien, zoals muizen en amfibieŽn (rijk aan energie!) laag is. Het verklaart wellicht het te lage broedsucces. Dat is net niet voldoende voor een stabiele, duurzame populatie. Overigens is het broedsucces vergeleken met andere regioís in Nederland relatief hoog, maar vergeleken met veel buitenlandse populaties (o.a. in Zwitserland en Frankrijk) juist veel te laag.

Poelen en kruidenrijke randen
De onderzoekers adviseren daarom het beheer te richten op de aanleg van prooidierrijke poelen en kruidenrijke randen. Verder is een heterogeen en kleinschalig landschap belangrijk: dat zorgt ervoor dat in elke fase van het broedproces voedsel beschikbaar is. De onderzoekers benadrukken het belang van weinig tot niet bemest grasland, omdat daar grotere insecten zijn te vinden. Ook gefaseerd maaien komt de insectenrijkdom ten goede.

De Vogelwerkgroep De IJsselstreek, die aan het onderzoek meewerkte, voert inmiddels met terreinbeheerders, en met ondersteuning van Vogelbescherming Nederland, een plan uit voor herstel van leefgebied. Hiervoor zijn inmiddels verscheidene poelen gegraven.

In het onderzoek is gebruik gemaakt van ooievaars die uitgerust waren met GPS-loggers; ook werden alle foeragerende ooievaars wekelijks gekarteerd en werden waarnemingen gedaan naar het foerageersucces in verschillende habitats.

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet