NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Groninger ‘winterveldjes’ succes voor akkervogels

2 febr 2010

Met relatief eenvoudige maatregelen zijn veel bedreigde vogelsoorten in het agrarisch gebied de winter door te helpen. Dat blijkt uit onderzoek van de Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief en de Agrarische Natuurvereniging Oost-Groningen. Door bijvoorbeeld een klein beetje van de graanoogst in de winter te laten staan, of door randen met wilde planten om een perceel aan te leggen, krijgen vogels als de geelgors, de patrijs en de blauwe kiekendief een meetbare duw in de rug.

De winter is voor veel vogels een kwetsbare periode. In de steden wordt daar met vetbollen en pindaslingers in de tuintjes het nodige aan gedaan. In het agrarisch gebied ligt dat op het eerste gezicht moeilijker. De akkerbouw is zó efficiënt geworden, dat er in de winter niet veel meer op het land te halen valt voor vogels. Daarom hebben landbouwers van de Agrarisch Natuurvereniging Oost- Groningen sinds (jaar) zogenoemde ‘winterveldjes’ aangelegd. Daar lieten zij bijvoorbeeld op kleine stukjes van de akker wat zomergraan staan. Langs de randen van de akkers zaaiden zij kruidenmengsels, die niet, of slechts deels werden gemaaid.

Die maatregelen blijken in de winter zowel voedsel als dekking te bieden voor veel vogels. Onderzoek van de Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief in de winters van 2007 tot 2009, liet zien dat met name zaadeters in groten getale op de oogstresten afkomen. De onderzoekers noteerden een aantal opmerkelijke resultaten. Naar schatting vier tot vijfduizend geelgorzen kwamen op de winterveldjes af. In de vorstperiode zaten er op de veldjes rond Veendam, Nieuwe Pekela en Borgerscompagnie vaak vele honderden bij elkaar. Vaak werden ze samen gezien met grote groepen ringmussen. In het hele land gaat de geelgors achteruit. In de regio Oost-Groningen is deze gors echter duidelijk in aantal toegenomen. De patrijs blijkt de winterveldjes niet alleen te gebruiken om er zaad te eten, hij blijkt er ook te slapen in de hoge begroeiing. Sinds de aanleg van de zogenoemde ‘faunaranden’ met wilde planten rond de akkers, is ook de patrijs weer in aantal toegenomen in de regio. De blauwe kiekendief profiteerde van de vele veldmuizen die op de oogstrestjes afkwamen. Daarnaast vingen ze ook veel zangvogels. Verder werden rond de winterveldjes de nodige bijzondere vogels gezien, zoals ruigpootbuizerd, smelleken, houtsnip, strandleeuwerik en ijsgors.

Groningse vondst
Agrarisch natuurbeheer in grootschalig akkerland is in Nederland een Groningse uitvinding. Het opmerkelijke herstel van de grauwe kiekendief in de regio is daarvan het boegbeeld geworden. Deze sierlijke roofvogel zit ’s winters in Afrika. In die periode houden de mensen van de werkgroep Grauwe Kiekendief zich (onder andere) bezig met herstel van het Nederlands leefgebied van de vogels. Onderzoeker Ben Koks van de werkgroep: “Agrarisch natuurbeheer kan een serieuze rol spelen om akkervogels door de winter te helpen. De Groninger landbouwers hebben laten zien dat je met vrij eenvoudige maatregelen winst kunt boeken; ’s winters voor de akkervogels, en daarmee ’s zomers ook voor de grauwe kiekendief. Die leeft immers weer van de vogels en muizen die de winter moeten overleven.” Akkerbouwer Henk Smith van ANOG: “Agrarisch Natuurbeheer heeft behoefte aan goed doordachte plannen. Samen leren hier veel van en een grote groep gele zangertjes op je veld stemt tot tevredenheid”.

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet