NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Gemeente is grote winnaar van nieuwe Wro

10 jan 2008

Per 1 juli 2008 wordt de nieuwe Wro ingevoerd. Daarbij wordt onder andere gebruik gemaakt van Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) als sturingselementen. VROM is op dit moment druk bezig met de consequenties van de nieuwe Wro voor het eigen nationaal ruimtelijke beleid. Ruimteforum sprak met Vincent van der Werff, projectleider Nota Ruimte onder de nieuwe Wro bij het ministerie van VROM.

Wat gaat er veranderen met de invoering van de nieuwe Wro?
Er zijn twee belangrijke wijzigingen in het nieuwe systeem ten opzichte van het huidige systeem. De eerste is dat iedere overheidslaag geacht wordt zijn eigen broek op te houden waar het gaat om de behartiging van zijn eigen ruimtelijke belangen. De tweede is het scherpe onderscheid tussen beleid en normstelling. Op andere beleidsterreinen, zoals milieu, is dat gangbaar, maar in de ruimtelijke ordening kwam dit nooit eerder voor.

In het huidige systeem bevatten de planologische kernbeslissingen zowel beleidsvisies als beleidskaders. De doorwerking van planologische kernbeslissingen (pkb’s) is gekoppeld aan de goedkeuring van bestemmingsplannen en de beoordeling van streekplannen. In het nieuwe systeem zullen de structuurvisies enkel nog beleid bevattenen zal de werkelijke kaderstelling in AMvB’s moeten plaatsvinden. Overigens kondig je die AMvB’s én andere uitvoeringsinstrumenten wel aan in je structuurvisies.

Deze AMvB’s moet je zien als één van de sturingselementen. Je zet ze als overheid alleen in als je echt vindt dat je kaders op moet richten richting decentrale overheden. Meestal is dit omdat je als rijk dan een beschermende rol hebt. Financiële en communicatieve instrumenten blijven ook in het nieuwe systeem van groot belang, zeker waar het rijk een andere rol heeft. Op dit moment zijn wij bezig om te bepalen voor welke onderwerpen wat bedoeld is. In de Nota Ruimte staan beleidsmatige visionaire teksten en kaderstelling richting decentrale overheden door elkaar. We hebben de PKB-tekst nageplozen en onderscheid gemaakt tussen beleid, visie en de kaders. Daarbij zijn vooralsnog dertien onderwerpen op de zeef blijven liggen waarvan de doorwerking onder de huidige wet wordt verzekerd door het toetsen van streek- en bestemmingsplannen. De borging van deze beleidsuitspraken moeten we dus opnieuw instrumenteren.

De afgelopen twee maanden hebben we dit proces en onze VROM-bevindingen besproken met de verschillende departementen en de koepels VNG, IPO en Unie van Waterschappen. Als die zijn afgerond, schrijven we een notitie aan de Eerste en Tweede Kamer. Daarin geven we helder aan wat de nationale ruimtelijke belangen zijn en op welke manier we die gaan verwezenlijken. Dit stuk kun je zien als de realisatieparagraaf bij de Nota Ruimte dat inzicht geeft op de instrumentenmix.

Hoe kijkt u tegen dit proces aan?
Ik denk dat dit een enorme kans is, juist omdat we in de ruimtelijke ordening nooit scherp zijn geweest in wat door middel van overleg geregeld moest worden of wat kaderstellend is. Ik denk dat de gemeente – en dus eigenlijk initiatiefnemers voor concrete ruimtelijke ontwikkelingen, dus ook burgers – de grote winnaar van dit nieuwe systeem is. Op dit moment moet een gemeente haar bestemmingsplannen afstemmen op het streekplan van de provincie en eventueel ook nog met de daarachterliggende PKB’s. Het streekplan is net als de PKB een breed en gemengd document, dat visionaire, beleidsmatige én kaderstellende teksten bevat. Net als het rijk zal de provincie in het nieuwe systeem duidelijk onderscheid moeten maken en eventuele kaders veel preciezer moeten omschrijven. Op die manier wordt het voor de gemeente duidelijker waar zij écht rekening mee moet houden en waar zij ‘slechts’ kennis van kan nemen. Aangezien structuurvisies formeel alleen de opsteller ervan bindt, hoeft de gemeente strikt juridisch genomen zich weinig aan te trekken van de structuurvisies van anderen.

Bestuurlijk gezien is een structuurvisie uiteraard wel een belangrijk document voor de afstemming van het ruimtelijk beleid tussen de verschillende overheden. Hierdoor wordt de afwegingsruimte voor gemeenten niet alleen duidelijker, maar ik verwacht dat deze vooral ook groter zal worden. Dat is denk ik een positieve ontwikkeling die ook past bij wat de commissie-Oosting wil. Die zegt dat als je kaders wil opleggen aan anderen, doe dit vooraf. Niet pas achteraf, zoals dat nu het geval is bij de goedkeuring van de bestemmingsplannen.

Denken de provincies en gemeenten er net zo over?
Nee, nog niet allemaal. Het kabinet heeft namelijk twee zaken afgesproken in het regeerakkoord. Aan de ene kant dat de Nota Ruimte het kader blijft voor het nationaal ruimtelijk beleid. Aan de andere kant is besloten dat ‘centraal wat moet’ nog beter gedefinieerd moet worden. Een aantal Gedeputeerden is bang dat we toch gaan recentraliseren. Als we AMvB’s gaan uitbrengen denken ze dat we stiekem toch gaan terugpakken wat we in de Nota Ruimte hebben gedecentraliseerd. Het is aan VROM om daar eerlijk en open over te communiceren en vooral om betrouwbaar te zijn.

In de Tweede Kamer wordt juist een beroep op VROM gedaan om meer regie te voeren. Hoe verhouden de AMvB’s zich in dit krachtenveld? Welk signaal geeft het ministerie hier nu mee af?
Voor de goede orde: de nieuwe Wro dateert van voor deze samenstelling van de Tweede Kamer. We zijn er ruim tien jaar geleden mee begonnen. Ik denk overigens dat de introductie van AMvB’s weldegelijk goed bij het gedachtegoed van de huidige Kamer past. Maar het gaat niet alleen om kaders; het gaat om de juiste instrumentenmix. Het Nota Ruimte Budget is heel belangrijk om een aantal cruciale gebiedsopgaven uitgevoerd te krijgen. Ook communicatie is hierbij heel belangrijk, bijvoorbeeld de bestuurlijke afspraken met IPO en VNG zijn gemaakt in het kader van Mooi Nederland. Maar de mogelijkheid om na 1 juli ook AMvB’s te formuleren past er ook bij. We geven zo duidelijkheid dat er wel kaders en spelregels zijn waar iedereen zich aan moet houden. De AMvB’s zijn een completering van de totale instrumentenkist om je beleid goed uit te voeren en de belangen te behartigen.

Wat is u tot nu toe opgevallen?
Wat mij voornamelijk opgevallen is tijdens de intensieve communicatieronde is dat er te weinig gevoel bestaat over de ingrijpendheid waarmee het hele systeem verandert. Daarom is er ook weinig besef van hoe moeilijk het voortaan wordt om gebruik te maken van het reactief instrumentarium. Onder de nieuwe Wro wordt juist beoogd om voortaan vooraf duidelijkheid te geven, dus proactief te handelen. Die kennis zit niet overal even scherp tussen de oren. Door het nog een keer uit te leggen hoe de wijziging eruit ziet en wat dat van jou vraagt als overheidslaag om anders te gaan handelen, proberen we begrip te wekken voor wat wij van plan zijn. En hopen we dat ook de anderen de handschoen zullen oppakken.

Bron: ruimteforum

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet