NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Mogelijke alternatieven voor bedrijventerrein in de Hoeksche Waard

17 dec 2007

Er zijn geschikte alternatieven voor het geplande bovenregionale bedrijventerrein in de Hoeksche Waard. Dit is de conclusie van het Ruimtelijk Planbureau (RPB) en het Centraal Planbureau (CPB) in hun ruimtelijke verkenning naar alternatieven voor de Hoeksche Waard. Minister Cramer (Ruimte en Milieu) en minister Van der Hoeven (EZ) gaan daarom in gesprek met beide provincies en met de meest betrokken gemeenten en partijen over de daadwerkelijke realisatiemogelijkheden. In deze regios worden nieuwe terreinen gepland die een goed alternatief kunnen zijn voor het bedrijventerrein in het nationaal landschap Hoeksche Waard. In maart 2008 sturen beide bewindspersonen hun conclusies naar de Tweede Kamer.

In de Hoeksche Waard is een havengerelateerd bedrijventerrein van 120 hectare gepland. Het gebied rondom de beoogde locatie is aangewezen als nationaal landschap. De meerderheid in de Tweede Kamer vond de nut en noodzaak van het bedrijventerrein niet voldoende bewezen en heeft het kabinet verzocht de locatie niet te ontwikkelen. Minister Cramer heeft daarom in overleg met minister Van der Hoeven van Economische Zaken voorgesteld het RPB en CPB een onafhankelijk onderzoek te laten doen naar eventuele alternatieven voor het bedrijventerrein in de Hoeksche Waard.

De planbureaus constateren dat het herstructureren en intensiveren van bedrijventerreinen onvoldoende soelaas biedt om de 120 hectare van het in de Hoeksche Waard geplande terrein op te vangen. Wel zijn er in de regios Groot-Rijnmond, Zuidoost-Zuid-Holland en West-Noord-Brabant voldoende geschikte alternatieven om de groei op te vangen in voorgestelde maar nog niet vastgelegde plannen. De planbureaus noemen de volgende plannen; Reijerwaard (Ridderkerk), Bolnes (Ridderkerk), Dordtse Kil IV (Dordrecht), Logistiek Park Moerdijk, Stationsgebied Lage Zwaluwe (Moerdijk), Dintelmond (Moerdijk), Nieuwerkerk A20 Noord/Zuid (Nieuwerkerk aan de IJssel), Breda-West/Prinsenbeek (Breda), Borchwerf IIb/deels IIa (Roosendaal) en Auvergnepolder (Bergen op Zoom). Deze terreinen liggen ook in de nabijheid van de Rotterdamse haven en hebben een goede snelwegontsluiting. Als de genoemde alternatieven niet gerealiseerd kunnen worden, komen ook geheel nieuwe locaties voor bedrijventerreinen in aanmerking.

Een alternatieve locatie hoeft niet de volledige 120 hectare op te vangen. Dat kan ook achtereenvolgens op een aantal kleinere bedrijventerreinen. De planbureaus merken op dat de volgorde waarin deze, en andere, plannen als alternatief voor de Hoeksche Waard in aanmerking komen, afhangt van het belang dat wordt gehecht aan criteria als de nabijheid van (de arbeidsmarkt) Rijnmond, omvang van het terrein en ontsluitingskosten. Omdat deze factoren mede de haalbaarheid van potentiŽle alternatieven kunnen beÔnvloeden, laten de ministeries van VROM en EZ daar een quick scan voor uitvoeren.

De ministers van VROM en EZ gaan in gesprek met de provincies Zuid-Holland en Noord-Brabant en de meest betrokken gemeenten en partijen. Daarin wordt uitgebreid gesproken over de consequenties van het onderzoek voor bestaande en nog te maken afspraken. Op basis daarvan stellen de ministers een standpunt op over het bedrijventerrein in de Hoeksche Waard. Dat zal in maart 2008 worden toegestuurd aan de Tweede Kamer.

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet