NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Klein kabinet is duurzame oplossing

18 december 2006

Terwijl Tweede Kamer en Kabinet deze week bezig waren met staatkundige experimenten, vroeg de top van het Nederlandse bedrijfsleven aandacht voor milieu en duurzaamheid. De afgelopen jaren heeft het kabinet ingezet op technologie en marktwerking om milieuproblemen op te lossen. Het is daarom opvallend dat de marktpartijen nu zelf om meer overheidssturing en samenhang vragen bij het oplossen van duurzaamheidsproblemen. Het is een goed teken dat die samenhang gezocht wordt en erkend wordt dat de kwaliteit van de toekomst niet alleen wordt bepaald door de economische, maar ook de ecologische, sociale en de culturele ontwikkeling.

Toekomstwaarde gaat verloren
De berichten over afsmeltende poolkappen, de stijgende zeespiegel en het verlies van biodiversiteit spreken voor zich. Maar ook op het economische speelveld zelf worden duurzaamheidsproblemen zichtbaar. Grondstoffen worden duurder en durfkapitalisten bedreigen de economische continuÔteit van bedrijven. Door bedrijven te splitsen en de onderdelen te verkopen wordt de voor later bestemde toekomstwaarde omgezet in contante waarde en nu alvast geÔncasseerd. Die toekomstwaarde wordt vooral gevormd door de samenhang tussen de bedrijfsonderdelen en juist die samenhang gaat verloren. Duurzaamheid, de continueerbaarheid van zowel de ecologische, de economische en de sociale kwaliteit, wordt bedreigd door een gemeenschappelijke oorzaak: verlies van samenhang en toenemende ťťnzijdigheid

Verlies van samenhang
De grondoorzaak van het duurzaamheidsprobleem is al eeuwenlang werkzaam en komt tot uitdrukking in voortgaande individualisering. Die individualisering vormt weliswaar een noodzakelijke fase in de menselijke ontwikkeling, maar leidt tegelijkertijd tot toenemende fragmentatie van maatschappij en cultuur. Op alle terreinen verbreken middelpuntvliedende krachten de bestaande samenhang en gaan centrale waarden verloren. De vooroorlogse schrijver Hermann Broch spreekt in dit verband over de entropie van de mens, naar analogie van natuurlijke processen die altijd in totale wanorde eindigen als er geen energie aan wordt toegevoerd, dat wil zeggen geen middelpuntzoekende krachten werkzaam zijn. De in steeds kleinere groepen overblijvende waarden worden steeds verder verabsoluteerd en in eenzijdigheid nagestreefd. Zo streeft de zakenman naar meer geld, de politicus naar meer macht en de wetenschapper naar meer technologie. Politieke systemen worden tot hun eigen karikatuur; extreem communisme wordt vervangen door extreem kapitalisme, wat vervolgens weer religieus fundamentalisme oproept en complete beschavingen doet botsen. De toenemende entropie die Broch in het sociale systeem ontwaart, doet zich tegelijkertijd als milieuverontreiniging voor in het fysieke systeem. Ook hier gaat het om fragmentatie en verspreiding, in dit geval van stoffen, totdat ook hier de toestand van maximale wanorde is bereikt.

Andere problemen
Bij verlies van samenhang gaan deeloplossingen een eigen leven leiden. Net zoals in Goethes Tovenaarsleerling komen tijdelijk succesvolle deeloplossingen na verloop van tijd weer gewoon terug in de vorm van andere problemen, maar dan veel groter. Op die manier zijn er straks ruim 9 miljard mensen en is er een enorm verdelingsvraagstuk waar het gaat om voedselvoorziening, grondstoffenverdeling en verdeling van de rechten om CO2 in de atmosfeer te lozen. Het zal tegen 2050 niet meevallen om aan een Afrikaan uit te leggen dat hij minder rechten op de uitstoot van CO2 heeft dan wij in het westen hebben gehad.

Verwarring van doelen en middelen
Zodra de samenhang verloren gaat, neemt ook het onderscheid tussen doelen en middelen af. Zo kan de economische ontwikkeling een doel op zich worden en kan abusievelijk de gedachte ontstaan dat meer materiŽle groei tot steeds meer menselijk geluk leidt. De verkiezingsdebatten gingen niet echt over doelstellingen en hebben niet geleid tot de vergezichten waar velen op gehoopt hadden. Na de talrijke discussies over de AOW en de hypotheekrenteaftrek kwam in het slotdebat nog wel de integratie, het milieuprobleem en de op handen zijnde klimaatverandering ter sprake. Maar de vraag naar de doelstellingen voor de langere termijn is nauwelijks gesteld; in wat voor land willen we leven, wonen en werken.

Doelstellingen formuleren
Dat is jammer want volgens de socioloog Max Weber zou dat wel verstandig zijn geweest. Hij heeft al lang geleden betoogd dat je van de overheid twee soorten rationaliteit mag verwachten; doel-rationaliteit en kennis-rationaliteit. De overheid handelt rationeel als zij haar doelstellingen expliciet, voor iedereen begrijpelijk formuleert en die doelstellingen vervolgens met de meest rationele, verstandige middelen nastreeft; bij die middelen speelt kennis een belangrijke rol. Maar de discussie over de middelen is weinig zinvol als de doelen niet goed bekend zijn. Seneca merkte al op dat als de haven van bestemming niet bekend is, geen enkele wind gunstig is. Het formuleren van expliciete doelstellingen heeft alles te maken met dieper liggende opvattingen wat een goede kwaliteit van leven is, wat er toe doet en de moeite waard mag heten. Een bijkomende vraag is dan nog of die kwaliteit duurzaam is, dat wil zeggen in de verdere toekomst in een eindige wereld kan blijven bestaan bij een nog fors toenemende bevolking die steeds meer consumeert. Zowel in de wereld als geheel als in Nederland is ruimte een schaars goed geworden en komen de milieugrenzen wat betreft klimaatverandering en lokale milieukwaliteit in zicht. Voortgaande economische groei, uitgedrukt als bruto binnenlands product, zal gepaard gaan met een verdere vermindering van de milieukwaliteit, of breder gesteld, de kwaliteit van de leefomgeving. De gewenste verhouding tussen economie, ecologie en het sociaal-culturele, is dus de meest wezenlijke doelstelling waarover de overheid zich expliciet zou moeten uitspreken.

Herstel van samenhang
Geloofwaardig duurzaamheidsbeleid begint dus bij het herstel van samenhang en de herwaardering van doelen en middelen; duurzaamheid is samenhang en samenhang is beschaving. De aandacht van het Nederlandse bedrijfsleven voor een beter milieu en meer samenhang moet dan ook positief gewaardeerd worden, al valt er natuurlijk wat op af te dingen. Ook aan de kant van de overheid zouden de nu nog fragmenterende, middelpuntvliedende krachten omgezet kunnen worden in middelpuntzoekende krachten. Tegelijkertijd zou de formulering van doelen helderder moeten worden met een bijkomende gunstige uitwerking op de inzet van de middelen.

Een kernkabinet
Tegen die achtergrond zijn de ideeŽn van de toenmalige commisie Vonhoff wat betreft een kernkabinet opnieuw actueel. In een variant daarop zou herstel van samenhang bereikt kunnen worden door een kabinet waarin naast de Minister President in beginsel slechts drie ministers zitten voor de drie fundamentele bestaanskwaliteiten. Zo zou de economische kwaliteit betrekking kunnen hebben op industrie, landbouw, infrastructuur en werkgelegenheid. Ecologie zou gaan over de fysieke omgeving, dat wil zeggen milieu, natuur en ruimte als drager van de menselijke activiteit. De sociaal-culturele kwaliteit zou in dit voorbeeld sociale zaken, welzijn, wonen, onderwijs, wetenschappen en zorg kunnen omvatten. Daarnaast ligt er een vierde ministeriŽle verantwoordelijkheid op bestuurlijk vlak waaronder functies zoals binnenlandse zaken, veiligheid, financiŽn en justitie zouden kunnen vallen. Buitenlandse zaken zou dan tot de verantwoordelijkheid van de Minister President horen. Het gaat hier niet zozeer om de precieze invulling als wel het principe dat een klein kabinet zorgdraagt voor een bewust als doelstelling gekozen samenhang tussen de drie wezenlijke bestaanskwaliteiten. Daarbij ligt in de verdeling tussen economie en ecologie (in de meest brede zin) tegelijk de balans tussen maatschappelijke acties en restricties, dat wil zeggen tussen schaarste-gebruikers en schaarste-beheerders. Op die manier worden op dat belangrijke raakvlak de best denkbare besluiten genomen. Het kleine kabinet waarborgt op die manier in de eerste plaats de formulering van de expliciete doelstellingen. Om de ontwarring van doelen en middelen kansrijk te maken wordt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het beleid en de inzet van de bijbehorende middelen aan een grotere groep Staatssecretarissen gedelegeerd. De gevolgen voor het functioneren van de achterliggende departementale organisaties kunnen minimaal blijven.

Speelveld opnieuw verdelen
In alle gevallen zal er bij bedrijfsleven en overheid een knop om moeten om het steeds schadelijker wordende fragmentatieproces te stoppen. Het bedrijfsleven lijkt te bewegen terwijl ook kabinet en parlement dezer dagen opnieuw het speelveld lijken te verkennen. Toekomstige structuren moeten gericht zijn op herstel van de verloren gegane samenhang. Tot het zover is zal duurzame ontwikkeling niet echt van de grond komen.

Klaas van Egmond
Directeur Milieu- en Natuurplanbureau.

bron: ww.nmp.nl

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet