NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Krimp biedt ruimte voor meer kwaliteit

1 dec 2006

De studie 'Krimp en Ruimte' van het Ruimtelijk Planbureau (RPB) maakt korte metten met het verhaal dat binnen dertig jaar door afname van de bevolkingsgroei dorpen leeg lopen, huizen gesloopt worden, de files en de werkloosheid opgelost zijn en de milieuvervuiling verleden tijd is. Factoren als de ontwikkeling van de welvaart en veranderingen in het gedrag van mensen en bedrijven beïnvloeden veel sterker de ruimtelijke ontwikkelingen. Marc Calon, gedeputeerde van Groningen, kon zich vinden in de conclusies en noemde het een goede en nuttige studie. Eindelijk eens een ander geluid, zei hij in Nieuwspoort, waar hij namens het IPO het eerste exemplaar in ontvangst nam. Fixatie op afnemende bevolkingsaantallen alleen is zinloos voor ruimtelijke ontwikkelingen en beleid. In vergelijking met het buitenland is onze krimp zelfs te verwaarlozen.

Veel belangrijker is de ontwikkeling van het aantal huishoudens, en van het type huishoudens. Krimp van de bevolking op langere termijn hoeft geenszins te betekenen dat de behoefte aan woningen en aan ruimte ook afneemt. Door de gezinsverdunning (minder mensen per woning, en minder mensen per huishouden) en de wensen voor meer ruimte en groen per persoon (denk ook aan tweede woningen) kan de druk op de woningmarkt en op de vrije ruimte toch gewoon blijven bestaan. Een stad als Rotterdam heeft nu veel minder inwoners dan 40 jaar geleden, maar is wel veel groter dan toen. Het aantal huishoudens zal veel minder hard dalen, of zelfs niet. Het type huishouden zal wel veranderen: meer ouderen, meer alleenstaanden.

Calon stelt dat woningbouw en stedelijke vernieuwing niet langer op groei gebaseerd moeten worden, maar op differentiëren en veranderen. De behoefte aan nieuwbouw (en vervanging) blijft altijd bestaan. De woningvoorraad zelf moet in stedelijke gebieden ook ververst en groener worden. Er kunnen dan ook woningen afvallen. Bovendien veranderen de woonwensen en de samenstelling van de bevolking. Meer woningen aanpassen voor ouderen is nu al hard nodig. De behoefte aan stedelijke en dorpsvernieuwing (ISV) blijft keihard bestaan. De woningvoorraad moet wel geactualiseerd worden en meebewegen met de ontwikkeling in de behoefte.

Calon waarschuwt ook voor een ander effect. Sterke regio’s trekken hun omgeving leeg. Mensen zoeken ook de drukte op, clusteren is een natuurlijk verschijnsel. Wat doe je daaraan als overheid? De ontwikkelingen verlopen niet gelijk verdeeld over de provincies en regio’s. Nu al zie je krimp in Limburg, Friesland en Groningen, maar (nog) niet in Drenthe of Zeeland. Zuid Holland staat op saldo 0. Maar er zijn ook verschillen binnen provincies. De ontwikkeling van de regio Groningen – Assen, met Meerstad, maar ook Blauwstad, zorgen voor groei in de toekomst. Maar hoe laat je de echte randen met steden als Delfzijl, Den Helder, Terneuzen of Lelystad, ook mee profiteren? Het is zaak om die buitengebieden wel goed bereikbaar te houden en ook bij de ontwikkelingen te betrekken.

Calon roept op om de ruimte in deze provincies met beide handen aan te grijpen voor de drukkere gebieden en deze te benutten voor wonen, werken en recreëren. Dit biedt goede kansen voor een kwaliteitsverbetering, en de tijd en de rust voor een betere planning. Een snelle spoorverbinding met het Noorden past daar nog steeds goed bij. De krimp doet daar niets aan af.

Maar er is wel veel maatwerk nodig, om onnodige concurrentie tussen gemeenten en regio’s te voorkomen. Daar zien de sprekers een prima rol voor de provincie weggelegd.

Het rapport is op http://www.rpb.nl/upload/documenten/krimp.pdf op te halen.

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet