NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Winsemius en Veerman: groen hoger op de agenda

26 okt 2006

De ontwikkeling van groen in en rond de steden blijft achter. De balans tussen intensievere bebouwing en groen in de stedelijke omgeving mag niet verder uit evenwicht raken. Om groen hoger op de agenda te zetten heeft het kabinet inmiddels diverse acties ingezet. Dat schrijven de ministers Winsemius (VROM) en Veerman (LNV) in een brief aan de Tweede Kamer over het advies 'Recht op groen' van de Raad voor het Landelijk Gebied.

De Raad stelt in het advies onder meer dat betrokken partijen (Rijk, provincies, gemeenten, projectontwikkelaars en maatschappelijke organisaties) hun eigen belang moeten inruilen voor het maatschappelijk belang: een groene leefomgeving. De ministers Winsemius en Veerman zijn het eens met de Raad dat groen een wezenlijke bijdrage kan leveren aan het oplossen van vele maatschappelijke vraagstukken. Het gaat dan om problemen rond mobiliteit, milieu, luchtkwaliteit, gezondheid, lichaamsbeweging, vestigingsklimaat en biodiversiteit. Al eerder bleek uit de VROM-enquête 'Beleid met burgers' dat burgers veel waarde hechten aan groen in de stad.

Het Rijk heeft het advies van de Raad voor het Landelijke Gebied opgepakt om te komen tot een impuls en betere afstemming tussen overheden met diverse projecten waaronder: De intentieverklaring 'Groene Partners', die steden (G31) en Rijk (ministers van LNV, Bestuurlijke vernieuwing en Koninkrijksrelaties en VROM) op 1 februari 2006 ondertekenden. Als onderdeel daarvan heeft minister Veerman een 'impulsbudget groen' van 4 miljoen euro voor steden en provincies ter beschikking gesteld. Steden dragen zelf ook 2 miljoen euro bij. Samenwerking met Nederland Actief! (ANWB, NOC*NSF, Staatsbosbeheer en Zorgverzekeraars Nederland, de branche-organisatie van de zorgverzekeraars) voor ruimte voor sport en spel in een groene setting. De inrichting van een Kennisstimuleringspunt op het gebied van groen voor het ontsluiten en uitwisselen van kennis. Het Kennisstimuleringspunt zal ook beschikken over de benodigde middelen en instrumenten om lokale processen te kunnen initiëren, begeleiden en coachen.

Een inventarisatie van het Rijk naar de groenbehoefte van de steden.
De steden wordt gevraagd zelf input te leveren. Een kwalitatieve analyse van de kosten en baten van landschap en groen voor de groene openbare ruimte. Samen met de planbureaus: Ruimtelijk Planbureau (RPB), Centraal Planbureau (CPB) en Milieu- en Natuurplanbureau (MNP). De nieuwe wet Wro waarmee openbare en groene gebieden binnen de bebouwde kom ook een sterkere bescherming kunnen krijgen in het bestemmingsplan/beheersverordening.

Net als de Raad voor het Landelijk Gebied vinden de ministers Winsemius en Veerman de kwaliteit van groen van groot belang. Maar het afdwingen van richtwaarden voor de kwaliteit daarvan is nu niet aan de orde. Vanuit gebiedsontwikkeling gaat het erom te kijken waar lokaal behoefte aan is. En dat samen met alle betrokken partijen, aldus de bewindslieden. De ministers nuanceren de conclusie van de Raad dat veel stadswijken niet voldoen aan het richtgetal van vijfenzeventig vierkante meter groen. Het richtgetal (in de Nota Ruimte) is vooral bedoeld voor toepassing in uitleglocaties. Met zorg constateert het Rijk wel dat op nieuwe uitleglocaties het groen nogal eens sluitpost is op de begroting. Het Rijk rekent erop dat gemeenten hierbij juist wel het richtgetal hanteren. De intentieverklaring wordt vormgegeven in het programma 'Groene Partners' dat 15 november van start gaat. Met het programma 'Groene Partners' willen de ministers Winsemius en Veerman de aanbevelingen van de Raad zo goed mogelijk tot hun recht laten komen.

Zie de regeringsreactie en het advies 'recht op groen'.

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet