NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Weidevogelstand in gebieden met agrarisch natuurbeheer stabiel

15 feb 2016

De stand van de weidevogels is weer stabiel in gebieden waar boeren aan agrarisch weidevogelbeheer doen. Het gaat om vogels zoals de kievit, grutto, tureluur en scholekster. Dit blijkt uit een rapport dat ecologisch onderzoeksbureau Altenburg & Wymenga opstelde. Het onderzoeksbureau deed dat in opdracht van de provincie Fryslân en BoerenNatuur.

Gedeputeerde Johannes Kramer: ‘Dat it greidefûgelbehear troch ús boeren fertuten docht stimt my hoopfol en jout betrouwen foar de takomst. Want ús fûgels hawwe ék yn de takomst in soad soarch nedich’.

Gebiedsgerichte aanpak
De stabiele stand van weidevogels treedt op als boeren samen agrarisch natuurbeheer toepassen. Bij zo’n gebiedsgerichte aanpak passen boeren hun bedrijfsvoering aan. Stel een boer heeft weidevogels op zijn land zitten. Dan stelt hij het maaien van die percelen uit. Ook kunnen boeren kruidenrijk grasland ontwikkelen. Of ze leggen natte percelen (plas-dras) aan. Dat zijn gunstige omstandigheden voor weidevogels. De agrarische natuurverenigingen (ANV’s) coördineren deze gebiedsgerichte aanpak. Deze aanpak lijkt aldus succes te hebben.

Verbetering
Altenburg & Wymenga geeft ook aanbevelingen voor verdere verbetering. De kwaliteit van het beheer kan verbeteren door:

- hogere grondwaterstand;
- de hoeveelheid kruidenrijk grasland vergroten;
- de oppervlakte van plas-dras vergroten;
- manier van tellen van weidevogels door de Friese vogelwachten verbeteren. (bijvoorbeeld door de alarmtellingen op het juiste tijdstip uit te voeren)

Collectieven
De nieuwe boerencollectieven voor agrarisch natuurbeheer gaan met de aanbevelingen aan de slag. De collectieven zijn opgericht in 2015. Ze zetten het werk voort van de ANV’s op een meer professionele manier. De collectieven stellen gebiedsplannen op. Daarin staan de maatregelen voor de komende jaren. In de gebiedsplannen zijn al maatregelen opgenomen voor verbetering van weidevogelbeheer. Ook staan er maatregelen in voor de inrichting van de gebieden. Voorzitter Kollektivenberie Fryslân Wilco de Jong: “Het is mooi dat het werk van boeren in het agrarisch natuurbeheer dit effect heeft. Dat geeft de Friese collectieven het vertrouwen dat zij hun ambitie voor groei van de aantallen weidevogels kunnen realiseren”.

Het onderzoek
Altenburg & Wymenga voerde een trendanalyse uit in Fryslân. Dit deed het onderzoeksbureau in acht representatieve steekproefgebieden met agrarisch natuurbeheer. Sinds 2000 werd de stand van de vier stellopers bijgehouden in deze gebieden.

Er was sprake van een afname van de kievit, grutto en scholekster. Dat bleek uit cijfers tussen het jaar 2000 en 2008. De tureluur was al stabiel. In de periode tussen 2009 en 2015 stabiliseerde ook de stand van de kievit, grutto en scholekster. Voor de kievit komt dat door een sterke groei in 2015. Het aantal jonge vogels van de grutto en de tureluur dat erbij komt is vooralsnog voldoende om van een stabiele populatie te spreken. De aantallen moeten echter goed in de gaten worden gehouden.

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet