NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Ook ‘levende doden’ beschermen

1 okt 2018

Wanneer een populatie van een soort te klein en geïsoleerd wordt, kan deze een veel groter risico lopen om uit te sterven. Er gaan regelmatig stemmen op om deze kleine populaties, die wel ‘de levende doden’ worden genoemd, geen prioriteit voor bescherming te geven. Een nieuwe studie geeft aan dat die kleine populaties wel degelijk kansen hebben.

De studie, die deze zomer in de Journal of Insect Conservation werd gepubliceerd, werd uitgevoerd in het Narew National Park in het noordoosten van Polen, waar enkele tientallen gentiaanblauwtjes op 13,5 hectare heuvelland leven, omringd door wetlands. De vlinders zijn erin geslaagd om daar jaren te overleven, ondanks het feit dat ze zich op meer dan vijftig kilometer afstand van de dichtstbijzijnde andere populatie van de soort bevinden en dat in het leefgebied in die heuvels ook maar weinig (300) klokjesgentianen groeien, de waardplant die de vlinders nodig hebben. Je zou kunnen denken dat onder zulke extreme, geïsoleerde omstandigheden, deze vlinderpopulatie te klein is en last zou hebben van inteelt. Maar Poolse onderzoekers ontdekten dat de gentiaanblauwtjes een vrij lage genetische diversiteit hebben, maar dat ze relatief lang leven en zich zonder veel belemmeringen door hun leefgebied kunnen bewegen. Ook hun random paringsgedrag helpt het risico van verdere inteelt te verminderen.

Met andere woorden, ze doen het prima. Een van de onderzoekers concludeert: "Onze studie geeft aan dat een zeer kleine omvang niet noodzakelijkerwijs leidt tot een lage levensvatbaarheid van een geïsoleerde lokale populatie." De onderzoekers zelf hadden dit niet verwacht. "We waren behoorlijk verrast om te zien dat zo'n kleine en sterk geïsoleerde bevolking er nog steeds in slaagt om tegen alle verwachtingen in te blijven bestaan", zegt hoofdauteur Piotr Nowicki, universitair hoofddocent aan het Jagiellonian University Institute of Environmental Sciences in Krakau.

Bescherming van kleine, geisoleerde populaties heeft vaak minder prioriteit, omdat ervan uit wordt gegaan dat deze toch niet duurzaam kunnen voortbestaan, maar deze studie zet vraagtekens bij die conclusie. "De belangrijkste boodschap van onze studie", zegt Nowicki, "is dat het niet nodig is overdreven pessimistisch te zijn met betrekking tot kleine en geïsoleerde populaties”. Ook in Nederland zijn veel van de overgebleven populaties van het gentiaanblauwtje klein en geïsoleerd, maar deze studie werpt toch een ander licht op de bescherming van deze ‘levende doden’.

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet