NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Mezenonderzoek wijst op illegaal gebruik bestrijdingsmiddelen tegen buxusmot

2 sept 2018

In pimpel- en koolmezen, verzameld in stedelijke gebieden waar buxusmotten worden bestreden, zijn maar liefst 14 verschillende pesticiden aangetroffen. Dat is de uitkomst van verkennend onderzoek door CLM Onderzoek en Advies, waaraan ook het NIOO-KNAW heeft meegewerkt. Geen van de middelen is voor particulieren toegelaten; dit wijst op mogelijk illegaal gebruik.

De aanleiding voor het onderzoek was de vondst van dode jonge mezen in wijken waar de rupsen van de gevreesde buxusmot worden bestreden. Via een oproep van het programma Vroege Vogels werden vervolgens dode mezen verzameld in vijf steden in Noord-Brabant, Gelderland en Zuid-Holland, en onderzocht op de aanwezigheid van pesticiden.

Koolmezen uit een bosgebied bij Arnhem zijn door het NIOO aangeleverd als vergelijkingsmateriaal. Bij die mezen werden nauwelijks pesticiden gevonden; het lijkt dus inderdaad te gaan om bestrijding in stedelijke gebieden, waar de buxusmot een probleem vormt.

Oprukkende buxusmot
De buxusmot is een invasieve exoot die oorspronkelijk uit Oost-Azië komt. In Nederland komt de soort sinds 2007 voor, en voor tuinliefhebbers en kwekers zijn de rupsen van de mot een ware plaag: ze vreten de buxus binnen een paar dagen kaal, en de plant sterft dan geheel af.

Omdat ze nog niet zo lang in Nederland zijn, was nog niet duidelijk of koolmezen inderdaad buxusmotrupsen eten en aan hun jongen voeren. "Je ziet mezen in tuinen veel vaker in appelbomen en eikenbomen zoeken en niet zozeer in buxusstruiken", zegt NIOO-onderzoeker Kees van Oers daarover. Als onderdeel van het CLM-onderzoek heeft hij daarom een aantal voedselproeven gedaan. "Dan zie je dat de mezen heel duidelijk groene rupsen lekker vinden. Of dat nou rupsen van buxusmotten zijn of van koolwitjes maakt ze niet zo veel uit. En je ziet ook dat ze echt ernaar op zoek gaan in de struiken, dus de mogelijkheid is er."

Onduidelijke oorsprong
Van Oers zegt dat de uitkomst van het onderzoek aan de dode mezen hem heeft verrast. "Het heeft me geschokt dat er zoveel insecticiden in zaten, en ook dat het zo onduidelijk is waar die vandaan komen. Mijn eerste gedachte was dat het van kwekerijen vandaan zou komen, of van gemeentes. Maar die mogen die middelen ook niet gebruiken." De landbouw mag dat wel, maar omdat de mezen een heel beperkt gebied hebben waar ze voedsel zoeken als ze jongen hebben, en de monsters uit de stad komen, valt die mogelijkheid eveneens af. Blijft over: particulieren, die illegale middelen tegen insecten gebruiken en in dit geval dus waarschijnlijk tegen de buxusmot.

De aangetroffen insecticiden, waaronder het beruchte DDT, zouden volgens Van Oers afkomstig kunnen zijn uit mengsels die niet specifiek voor buxusmotten zijn bedoeld. Sterker nog, het legale gif dat het meeste tegen de mot wordt gebruikt is niet eens in de dode mezen aangetroffen.

Verder onderzoek nodig
Volgens Van Oers is het mogelijk dat de pesticiden door particulieren in het buitenland zijn gekocht, of dat zij ze nog thuis hadden staan en nu tegen buxusmotten proberen te gebruiken. Dat het gebruik ervan illegaal is, weten ze dan misschien niet eens. Het zou ook kunnen dat de gifstoffen met een omweg in de mezen terecht zijn gekomen, en dat er geen directe link bestaat met de rups van de buxusmot. Daarvoor is eerst verder onderzoek nodig: de rupsen zelf analyseren, bijvoorbeeld.

Ook is nog onduidelijk of de gevonden concentraties hoog genoeg zijn om de mezensterfte te verklaren. Daarvoor zou je ook moeten weten hoeveel rupsen er door de pimpelmezen en koolmezen gegeten worden. Het CLM-onderzoek is een eerste voorzet. "Vervolgonderzoek", concludeert Van Oers, "is hard nodig."

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet