NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

2016 heeft zeer lange lente: voorsprong natuur terug naar een week

8 mei 2016

Na de zeer zachte winter heeft de ‘kou’ in april ervoor gezorgd dat de ontwikkeling van planten momenteel nog maar een week voor loopt op schema. De voorsprong was zes weken in december, de lente houdt dus heel lang aan dit jaar. Vogels, vlinders en amfibieën laten veel minder grote wisselingen zien. Door de huidige zeer hoge temperaturen zal de voorsprong in de natuur weer sterk oplopen.
De natuur bevindt zich momenteel in de mooiste fase van het jaar met ontelbare bloemen en duizenden kleuren groen van zich net ontplooiende bladeren. Uit de duizenden waarnemingen van eerstelingen in de natuur door vrijwilligers van De Natuurkalender in de afgelopen maanden constateren we dat de lente al meer dan vijf maanden duurt.

Zes weken voorsprong
Door de uitzonderlijk warme november en recordwarme december waarin de gemiddelde maandtemperatuur 6,6°C (!) boven normaal lag begon de lente al in december met eerste waarnemingen van bloeiende gele kornoelje, bosanemoon, speenkruid en hazelaar. De natuur liep gemiddeld zes weken voor op schema en was drie weken vroeger dan het gemiddelde van de afgelopen 15 jaar. We gebruiken waarnemingen van temperatuur, bloei en bladontplooiing uit de periode 1940 tot en met 1968 als onze referentieperiode. De temperatuur zakte na december flink terug maar januari was nog steeds uitzonderlijk warm en februari was zeer warm waardoor de ontwikkeling van planten zoals klein hoefblad drie tot vier weken voor op schema bleef liggen.

Twee weken voorsprong
Maart en april werden door het KNMI als vrij koud bestempeld, maar in vergelijking met de gemiddelde maart- en apriltemperatuur voor de opwarming in Nederland begon was maart vrij warm en had april dit jaar een gemiddelde temperatuur die met 8,7°C precies gelijk is aan wat vroeger normaal was. Aan de gemiddelde eerste bloeidatum van maarts viooltje, bosanemoon, gewone dotterbloem, hondsdraf, pinksterbloem en de eerste bladontplooiing van witte paardenkastanje en beuk, gemeld via Natuurkalender.nl, zien we dat de voorsprong in de natuur in maart en april sterk terugliep naar gemiddeld twee weken. Overigens is de ontwikkeling van de natuur nu vrijwel gelijk aan het gemiddelde van de afgelopen 15 jaar, de periode dat het Natuurkalender netwerk al actief is.

Één week voorsprong
Door de normale temperatuur in april zijn de gebeurtenissen die nu, begin mei, plaatsvinden zoals de eerste bloei van brem, echte koekoeksbloem, witte paardenkastanje, witte sering en gouden regen bijna een week vroeger dan normaal en een week later dan het gemiddelde van de afgelopen 15 jaar. We liggen wel gemiddeld drie weken achter op de ontwikkeling in het zeer warme voorjaar van 2014.

Vlinders
Voor de vlinders, vogels en amfibieën hebben we helaas geen historische waarnemingen en kunnen we alleen vergelijken met het gemiddelde van de afgelopen 15 jaar (vlinders en vogels) en 10 jaar (amfibieën).

De vroege vlinders, de vlinderoverwinteraars kleine vos, citroenvlinder, dagpauwoog en gehakkelde aurelia werden allemaal tot maximaal een week later gezien dan het gemiddelde van de afgelopen jaren. Het koude begin van maart met de eerste helft elke nacht nachtvorst en maximumtemperaturen die pas aan het einde van de maand richting de 15 graden gingen, weerhield ze van vliegen. De vlinders die als pop overwinteren zoals het klein koolwitje, klein geaderd witje, oranjetipje en boomblauwtje waren juist tot 8 dagen vroeger dan de afgelopen jaren. Begin april begon relatief warm. Het aantal vlinderwaarnemingen was wel opvallend laag. Mogelijk dat het rare temperatuursverloop van de winter en het voorjaar daar mee te maken heeft.

Amfibieën en vogels
Alle amfibieën waren een week later dan het gemiddelde van de afgelopen tien jaar. Bij de vogels werden de roodborsttapuit, zwarte roodstaart, tjiftjaf en grutto ongeveer een week later gezien dan gemiddeld in de afgelopen jaren. De meeste andere vogels in het natuurkalenderprogramma werden juist een paar dagen eerder gezien. Zoals we in voorgaande jaren al gezien hebben is de variatie tussen de jaren bij de vogels zeer klein tot verwaarloosbaar. Ze reageren veel minder sterk op de temperatuur dan de planten en insecten.
Warmte deze week

In de eerste week van mei vond een enorme omslag plaats in het weer met dagenlang maximumtemperaturen ruim boven de 20 °C en minimumtemperaturen ruim boven de 10 °C. De ontwikkeling in de natuur krijgt hierdoor weer een enorme boost en de voorsprong van een week die was overgebleven zal weer verder op gaan lopen. Nadeel van de hoge temperaturen is wel dat bloemen sneller uitgebloeid raken. De komende dagen is het in ieder geval volop genieten van de lentepracht bij zomerse temperaturen.

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet